Wijzigingen tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in 2017

Geschreven door Lexalert
Foto: Michelle Tribe  

Het wetsontwerp van 12 april 2017 streeft een dubbel oogmerk na:

  • Zij stelt een einde aan de discriminatie die door het Grondwettelijk Hof werd opgeworpen in het arrest nr. 100/2007 van 12 juli 2007. In dit arrest merkt het Hof op dat “discriminatie evenwel niet het gevolg is van de verzekeringsplicht opgelegd (aan de architecten) bij de bestreden wet, maar van de ontstentenis in het recht toepasselijk op de andere “partijen die in de bouwakte voorkomen” van een vergelijkbare verzekeringsplicht.”. Deze wet wil hieraan tegemoet komen.
  • Zij strekt er toe om de bouwmarkt beter te reguleren en om een betere bescherming te bieden aan de bouwheer.

Om dit te verwezenlijken, voert ze een verplichte tienjarige aansprakelijkheidsverzekering in voor alle actoren in de bouwsector,  met name de architect, de aannemer en de andere dienstverleners in de bouwsector.

Het wetsontwerp van 12 april 2017 betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat en tot wijziging van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect.

Dit wetsontwerp geeft gevolg aan het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 100/2007 van 12 juli 2007 in verband met het artikel 9 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en het beroep van architect; dat artikel voert voor de architecten een verplichte aansprakelijkheidsverzekering in, met inbegrip van hun tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid.

Dit arrest bepaalt: “Doordat architecten als enige beroepsgroep in de bouwsector wettelijk zijn verplicht hun beroepsaansprakelijkheid te verzekeren, dreigt hun aansprakelijkheid bij veroordeling in solidum meer dan die van de andere beroepsgroepen in het gedrang te komen, zonder dat voor het verschil in behandeling een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. Die discriminatie is evenwel niet het gevolg van de verzekeringsplicht opgelegd bij de bestreden wet, maar van de ontstentenis van een vergelijkbare verzekeringsplicht in het recht toepasselijk op de andere “partijen die in de bouwakte voorkomen”. Dit kan slechts worden verholpen door het optreden van de wetgever.”.

Om deze discriminatie op te heffen, maar vooral om de consumenten meer bescherming te bieden, voert dit wetsontwerp een geharmoniseerd verplicht verzekeringssysteem in voor de aannemers, de architecten en de andere dienstverleners in de bouwsector.

Dit ontwerp legt een verplicht verzekeringsregime op voor de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van de aannemers, de architecten en de andere dienstverleners in de bouwsector.

Dit wetsontwerp heeft tot doel de in het arrest van het Grondwettelijk Hof aan de orde gestelde discriminatie weg te werken tussen de beroepen van architect en van alle andere tussenkomende partijen van de bouwsector. Het strekt er vooral toe de bouwheer een grotere risicodekking te bieden, in de vorm van een verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van de andere tussenkomende partijen van de bouwsector. Op die manier is de bouwheer beschermd tegen een eventuele insolvabiliteit van alle tussenkomende partijen van de bouwsector, wanneer hun tienjarige burgerlijk aansprakelijkheid, in de zin van de wet, worden ingeroepen. Het bestaan van deze verzekering ontslaat de bouwheer er daarentegen niet van om zich eerst te richten tot de verschillende bouwactoren, teneinde een herstel in natura te verkrijgen voor zijn schade.

Dit wetsontwerp kadert ook in een Europese dynamiek. De studie “ELIOS 2” (European Liability Insurance Organisation Schemes) uitgevoerd door een team van Europese consultants aangestuurd door CEA Belgium (Centre d’Etudes d’Assurances) op verzoek van de Europese Commissie, geeft de grote lijnen weer van de aansprakelijkheidsen verzekeringssystemen in de bouwsector, die worden toegepast in de 28 lidstaten van de Europese Unie.

Ook al lijnt dit wetsontwerp de Belgische wetgeving niet af op een of ander stelsel dat elders wordt toegepast, het trekt uit de studie “ELIOS 2” en uit de tendensen binnen de Unie toch zeer interessante lessen, die als bron voor reflectie hebben gediend.

Ander interessant artikel: MyRent – Online registratie van huurcontracten

In heel veel landen zijn de architecten, en soms de andere ontwerpers, de enige partijen bij de bouwakte die verplicht zijn zich te verzekeren (Oostenrijk, Duitsland, Luxemburg en sommige Oostbloklanden…).

Ook al zijn de gebruikte methodes van verplichte verzekering verschillend, toch slagen de landen die over historisch gegroeide organisaties van het type insurance schemes beschikken (Verenigd Koninkrijk, Nederland, Ierland en in zekere mate de Scandinavische landen) er in de woningverzekering algemeen in te voeren. Men kan zeggen dat, hoewel de verzekering wettelijk niet verplicht is, ze dit wel wordt in de praktijk, vaak omdat ze wordt geëist door de kredietverlenende bankier. De veralgemeende of verplichte verzekering is een keuze die vrij veel voorkomt in het gedeelte van Europa dat economisch het meest ontwikkeld is.

Het is evident dat er, overal in Europa, een wil bestaat om de verwerver/bouwheer te beschermen, of het nu in de vorm is van aansprakelijkheid van rechtswege, van veroordelingen in solidum of van verzekeringsmechanismen. Wat de waarborgen betreft, wordt deze wil – om evidente redenen – vooral duidelijk op het vlak van de woning. Men kan zelfs stellen dat de veralgemeende verplichte verzekering bijna uitsluitend het domein van de woning betreft, in tegenstelling tot, bijvoorbeeld, de infrastructuurwerken.

De studie “ELIOS 2” besluit dat meestal wordt gefocust op de waarborg voor verborgen gebreken, voor een periode van 10 jaar na de oplevering. Wat de ernst van de gebreken betreft, is het de zwaarste schade die in aanmerking wordt genomen: stabiliteit, soliditeit, waterdichtheid, maar heel vaak ook andere vormen van schade die meer betrekking hebben op de functionaliteiten van het werk, of zelfs op het comfort ervan.

Bij de opmaak van dit ontwerp werd er rekening gehouden met de richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt.

Vooreerst verbiedt artikel 14 van de dienstenrichtlijn om aan de dienstverrichters een verplichting op te leggen voor het afsluiten van een verzekering bij een verzekeraar gevestigd in België.

Het wetsontwerp voorziet niet in dergelijke verplichting. Het beschrijft louter de voorwaarden waaraan de te onderschrijven verzekering moet voldoen. Niets belet dus dat bijvoorbeeld een Franse verzekeraar, aan deze voorwaarden zou voldoen en de dienstverrichter zou verzekeren.

Op grond van artikel 22, 1. k) van de richtlijn dient de dienstverrichter aan de bestemmeling van de diensten alle informatie te verstrekken over de verzekering door hem onderschreven en met name de adresgegevens van de verzekeraar en de geografische dekking.

Aangezien de Koning gemachtigd is om de vorm en modaliteiten van het modelattest te bepalen (artikel 12, § 4, tweede lid van het ontwerp), herneemt het attest deze gegevens. Dit attest wordt overhandigd aan de bouwheer en de architect. (artikel 12 van het ontwerp).

Tot slot preciseert artikel 23, 2 van de dienstenrichtlijn: “Wanneer een dienstverrichter zich op het grondgebied van een lidstaat vestigt, verlangt deze van hem geen beroepsaansprakelijkheids-verzekering of waarborg indien de dienstverrichter in een andere lidstaat waar hij een vestiging heeft, al gedekt is door een waarborg die gelijkwaardig is of die, met betrekking tot het doel en de dekking die hij biedt wat het verzekerde risico, de verzekerde som, de maximale waarborg en de mogelijke uitzonderingen van de dekking betreft, in wezen vergelijkbaar is. Indien de waarborg slechts ten dele gelijkwaardig is, kan de lidstaat voor de nog niet gedekte elementen een aanvullende waarborg eisen”.

Het ontwerp voorziet in dergelijke bepaling in artikel 11.

Lees de volledige tekst van het wetsontwerp van 12 april 2017 betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat en tot wijziging van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect