Wijzigingen mbt vredegerecht en rechtbank van eerste aanleg

Geschreven door Lexalert
Foto: Colleen Taugher  

Het wetsontwerp van 5 december 2017 wijzigt diverse bepalingen van het Gerechtelijk wetboek, van het Burgerlijk wetboek en van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Het doel van deze wet is de werklast binnen de Rechterlijke Orde te verminderen en te herverdelen. Het werd op 17 mei 2018 aangenomen in de Commissie Justitie. 

De voornaamste thema’s van het ontwerp zijn:

  • het optrekken van de bevoegdheid ratione summae van de vrederechter;
  • de afschaffing van de laatste overblijvende verplichte verschijning voor de rechtbank van eerste aanleg in de procedure echtscheiding in onderlinge toestemming;
  • de afschaffing van de mogelijkheid om uittreksels van de burgerlijke stand op te vragen bij de griffies van de rechtbanken van eerste aanleg;
  • diverse bepalingen die het gebruik van informatietechnologie binnen Justitie stimuleren;
  • een aantal van de suggesties van de commissie van advies inzake burgerlijk procesrecht, aangesteld bij Ministerieel besluit van 20 oktober 2016 (Staatsblad 27 oktober 2016).

Het voorliggende wetsontwerp beoogt het verminderen en herverdelen van de werklast binnen de Rechterlijke Orde om zo een snellere en kwaliteitsvollere afhandeling van de dossiers te bewerkstelligen. De in dit ontwerp voorgestelde wetswijzigingen bevatten vereenvoudigingen van procedures en wetsaanpassingen die de voortzetting van de digitalisering mogelijk maken, lacunes wegwerken of de rechtszekerheid versterken om betwistingen en dus vertragingen te vermijden.

Met het optrekken van de bevoegdheid ratione summae van de vrederechter worden de kleinere dossiers dichter bij de burger gebracht en worden de rechtbanken van eerste aanleg die de zwaarste werklast torsen, gedeeltelijk ontlast.

De afschaffing van de laatste overblijvende verplichte verschijning voor de rechtbank van eerste aanleg in de procedure echtscheiding in onderlinge toestemming, is eveneens een voorafgaande stap in de digitalisering van de procedure die een onmiddellijke werklastvermindering voor de rechtbank van eerste aanlag met zich meebrengt.

Hetzelfde geldt voor de afschaffing van de mogelijkheid om uittreksels van de burgerlijke stand op te vragen bij de griffies van de rechtbanken van eerste aanleg.

De verduidelijking van de wet inzake te volgen handelswijze indien een informaticasysteem faalt, de schrapping van de verplichting tot ondertekening van conclusies indien ze via een informaticasysteem worden neergelegd en de modernisering van de mededelingsverplichtingen van het vonnis zowel in burgerlijke als in strafzaken, stimuleert het gebruik van de digitale weg en zo de werklastvermindering.

Volg het on demand seminarie De modernisering van het huwelijks- en relatievermogensrecht met Peter MEEUWSSEN

Daarnaast heeft de minister van Justitie, bij besluit van 20 oktober 2016 (Staatsblad 27 oktober 2016), een commissie van advies aangesteld inzake burgerlijk procesrecht die, vóór het einde van 2016, advies zou geven “over de aanpassing van de wetgeving inzake de behandeling en berechting van burgerlijke zaken en de rechtsmiddelen, bijkomend andere aspecten van het burgerlijk procesrecht die daarvoor in aanmerking komen, met het oog op de modernisering, vereenvoudiging en bespoediging van het burgerlijk geding.” De commissie van advies heeft haar rapport overgemaakt aan de minister op 15 april 2017 (“Suggesties voor de aanpassing van de wetgeving inzake de behandeling en berechting van burgerlijke zaken en rechtsmiddelen, met het oog op de modernisering, vereenvoudiging en bespoediging van het burgerlijk geding” – H. Boularbah, Professeur à l’Université de Liège, Avocat au Barreau de Bruxelles; B. Deconinck, Sectievoorzitter Hof van Cassatie, Academisch consultent UGent, Covoorzitter ICGR-CIDJ; P. Taelman, Gewoon hoogleraar UGent, Ere-advocaat Balie Gent; Jean-François Van Drooghenbroeck, Professeur à l’Université catholique de Louvain, Professeur invité aux Université de Paris II (Panthéon-Assas) et Saint-Louis (Bruxelles), Avocat au Barreau de Bruxelles, Co-président CIDJ-ICGR). Met instemming van de commissie van advies heeft de minister het rapport overgemaakt aan de commissie voor de Justitie. Het advies wordt als bijlage toegevoegd aan het ontwerp.

De commissie van advies heeft meerdere voorstellen gedaan, zowel van principiële als van praktische aard. Het past alvast haar voorstellen die bijdragen tot de werklast-vermindering en die in de lijn liggen van de onderdelen van de inmiddels tot stand gekomen, verschillende “potpourri-wetten” die op de civiele rechtspleging betrekking hebben zo snel mogelijk in wetteksten om te zetten.

Bekijk de volledige tekst van het wetsontwerp van 17 mei 2018 tot vermindering en herverdeling van de werklast binnen de rechterlijke orde