Wijzigingen inkomstenbelastingen 2018

Geschreven door Lexalert

Het wetstontwerp van 11 juni 2018 past bepaalde bepalingen in de programmawet  van 25 december  2017 en de wet van 25 december 2017 tot hervorming van de vennootschapsbelasting aan. Deze elementen waren niet opgenomen in het voorontwerp van wet dat voor advies werd voorgelegd aan de Raad van State, waardoor deze niet konden worden opgenomen in het wetsontwerp dat werd ingediend in de Kamer in december 2017. 

Deze wijzigingen omvatten onder meer:

  • een verhoging van het vrijgestelde bedrag vanaf inkomstenjaar 2019 tot 800 euro in het kader van de activering van het spaargeld voor rechtstreekste investeringen in ondernemingen;
  • aanpassingen in de berekening en de invoeging van een antimisbruikbepaling met betrekking tot de nieuwe regeling van de aftrek voor risicokapitaal;
  • aanpassing van de inwerkingtredingen voor de proportionele overdracht van overgedragen DBIaftrek en de gewijzigde exit-tax tarieven;
  • technische verbeteringen en verduidelijkingen bij de artikelen m.b.t. de minimumbezoldiging;
  • technische  verbeteringen,  onder  meer met betrekking  tot de  CFC -regeling,  exitheffing en de in artikel 198/1, WIB 92 voorziene interestaftrekbeperking;
  • technische verbeteringen aan de aftrek van de groepsbijdrage.

Vrijstelling dividenden

Om het spaargeld te activeren voor rechtstreekste investeringen in ondernemingen, heeft de regering voorgesteld om vanaf inkomstenjaar 2018 de eerste schijf van 627 euro (bedrag geïndexeerd op basis van de coëfficiënt voor inkomstenjaar 2017) dividenden vrij te stellen van inkomstenbelastingen. De regering wenst hierin nog een stap verder te gaan en stelt daarom voor om het vrijgestelde bedrag vanaf inkomstenjaar 2019 te verhogen tot 800 euro.

Het gaat hierbij om een bedrag van 800 euro, na toepassing van de indexeringscoëfficiënt voor inkomstenjaar 2019 (aanslagjaar 2020). Het nieuwe bedrag dat in artikel 21, eerste lid, 14°, WIB 92, wordt ingeschreven (i.c. 512,50 euro), is een bedrag dat is bepaald op basis van een geraamde indexeringscoëfficiënt voor inkomstenjaar 2019 (aanslagjaar 2020). Vermits de definitieve indexeringscoëfficiënt voor inkomstenjaar 2019 (aanslagjaar 2020) pas kan worden bepaald eind december 2018, wordt er een delegatie verleend aan de Koning om het bedrag desgevallend te wijzigen (verhogen of verlagen), zodat de vrijstelling die voor inkomstenjaar 2019 (aanslagjaar 2020) wordt verleend, effectief gelijk is aan 800 euro. Dit aangepaste bedrag komt dan in de plaats van het in artikel 21, eerste lid, 14°, WIB 92, vermelde bedrag voor alle volgende jaren. Naar aanleiding van het advies van de Raad van State wordt dit ook expliciet bevestigd in het ontworpen artikel 21, laatste lid, WIB 92.

►Blijf op de hoogte over de fiscale actualiteit met onze maandelijkse Up-to-date fiscaliteit, boekhouding en vennootschap met Roel Van Hemelen (TaxQuest)

Aftrek risicokapitaal

Het wetsontwerp brengt een aantal wijzigingen aan teneinde de toepassing van het gewijzigde regime van de aftrek voor risicokapitaal te vereenvoudigen en tevens te verzekeren dat, indien mogelijk, steeds een periode van vijf jaar in aanmerking wordt genomen om de eventuele toename van het bedrag aan risicokapitaal te bepalen.

Zo zullen voortaan voor zowel het belastbare tijdperk waarvoor de aftrek voor risicokapitaal wordt toegepast, als voor het vijfde voorgaande belastbaar tijdperk, de bedragen van het eigen vermogen en van de bestanddelen die in mindering van het eigen vermogen dienen te worden gebracht, aan het begin van het belastbaar tijdperk in aanmerking worden genomen. Om de maatregel eenvoudig te houden, wordt paragraaf 3 van het artikel 205ter, WIB 92, dat de berekeningswijze van de aftrek voor risicokapitaal bepaalt in het geval van wijzigingen tijdens het belastbaar tijdperk waarvoor de aftrek wordt toegepast, opgeheven. Als gevolg hiervan worden een aantal paragrafen vernummerd en een interne verwijzing aangepast.

Een antimisbruikbepaling wordt in de regeling van de aftrek voor risicokapitaal ingevoegd.

De berekening van wat op heden het “jaarlijks bedrag van risicokapitaal” wordt genoemd, stemt overeen met de berekening van het “risicokapitaal” zoals dit bestond voor de wijzigingen aangebracht door de wet van 25 december 2017. Om de zogenaamde “double dip” te vermijden, wordt in het geval een vennootschap die kapitaal inbrengt, hiervoor een lening afsluit en de intresten als kosten aftrekt, deze kapitaalinbreng niet in aanmerking genomen voor de berekeningsbasis van de aftrek voor risicokapitaal bij de inbrenggenietende vennootschap. Zoniet zou immers een dubbele aftrek ontstaan, enerzijds bij de vennootschap die het kapitaal inbrengt, onder de vorm van een aftrek van intresten op de afgesloten lening, en anderzijds bij de vennootschap wiens kapitaal verhoogd wordt, onder de vorm van de aftrek voor risicokapitaal.

Na technisch overleg met het Directoraat-Generaal Belasting en Douane Unie (DG TA XUD) van de Europese Commissie is besloten om de specifieke antimisbruikbepaling onder 7° verder te verfijnen zodat bij een cascade van groepsvennootschappen ook de kapitaalinbreng die onrechtstreeks via een lening gefinancierd wordt door een groepsvennootschap hoger in de keten niet in aanmerking wordt genomen voor de berekeningsbasis van de aftrek voor risicokapitaal.

Wijzigingen in functie van de inwerkingtreding

De bepalingen in dit ontwerp hebben dus tot doel om maatregelen die zijn opgenomen in de voornoemde wet van 25 december 2017 aan te passen. Aangezien sommige van deze maatregelen die door middel van dit ontwerp worden gewijzigd reeds in werking zijn getreden en andere pas in de toekomst in werking zullen treden, wordt in dit ontwerp een onderscheid gemaakt naar gelang hun inwerkingtreding.

Zo worden wijzigingen aangebracht aan maatregelen die op 1 januari 2018 in werking treden. Aangezien deze bepalingen reeds inwerking zijn getreden en de betrokken bepalingen van het WIB 92 reeds werden gewijzigd, wordt ervoor geopteerd om de wijzigingen in het WIB 92 rechtstreeks aan te brengen.

Andere maatregelen zullen ten vroegste op 1 januari 2019 in werking treden. Aangezien deze bepalingen van de voornoemde wet van 25 december 2017 nog niet in werking zijn getreden, wordt ervoor geopteerd om deze bepalingen in de voornoemde wet te vervangen.

Lees de volledige tekst van het wetsontwerp van 11 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake inkomstenbelastingen