Wijzigingen hypothecair krediet en consumentenkrediet in Wetboek Economisch Recht (WER) vanaf 1 december 2016

Geschreven door Lexalert
Foto: Animated Heaven  

De wet van 22 april 2016 wijzigt de regels met betrekking tot het consumenten- en hypothecair krediet. Het voorziet in een aantal verduidelijkingen, speelt in op de verschuiving tussen consumenten- en hypothecair krediet en herschrijft Boek VII WER met betrekking tot het hypothecair krediet. Ze treedt op 1 december 2016 in werking.

De hoofdbrok beoogt de verdere omzetting van richtlijn 2014/17/ЕU*. Een gedeelte van deze richtlijn werd reeds omgezet in titel 4, hoofdstuk 4 “Toegang tot de activiteit van de kredietgevers en de kredietbemiddelaars” van boek VII van het Wetboek van Economisch Recht (hierna WER) zoals ingevoegd  door de wet van 19 april 2014. .

Deze richtlijn herneemt echter niet alle aspecten van het hypothecair krediet. De bestaande bepalingen van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet, zoals voorlopig hernomen in boek VII van het WER, en de hieraan gekoppelde uitvoeringsbesluiten, zijn grotendeels complementair aan de richtlijn en zijn eveneens aan een grondige herziening toe. Bovendien heeft het toepassingsgebied van de richtlijn een verschuiving van het toepassingsgebied tot gevolg van de Belgische regelgeving.

Een autofinanciering bv., die door een kredietgever werd toegestaan als een hernieuwde kredietopneming onder de dekking van een hypotheek voor alle sommen, zal voortaan -overeenkomstig de richtlijn beschouwd moeten worden als een hypothecair krediet, terwijl deze verrichting tot op heden -overeenkomstig de Belgische regelgeving-beschouwd werd als een consumentenkrediet.

In het licht hiervan is het wenselijk dat de consument over dezelfde bescherming zou beschikken als voorheen. Zaak is derhalve om na te gaan of, en in welke mate, de bepalingen inzake consumentenkrediet mutatis mutandis niet toepasbaar kunnen worden gemaakt op het hypothecair krediet teneinde een gelijkwaardig  beschermingsniveau te verzekeren, rekening houdend met de mogelijke verschillen wanneer een hypotheek werd verstrekt. In een advies van de Raad voor het Verbruik nr. CC 424 van 1 februari 2010 werd zeker van consumentenzijde ook in die richting gedacht.

Een bijkomend element hierbij is dat de richtlijn een aantal verduidelijkingen/interpretaties aanbrengt in de Europese regelgeving, bv. inzake verantwoorde kredietverstrekking of inzake het bepalen van het jaarlijkse kostenpercentage, die ook hun weerslag hebben op het consumentenkrediet en maken dat de huidige regelgeving inzake consumentenkrediet op een aantal punten kan verduidelijkt worden. In de nieuwe wet wordt, waar mogelijk, gedacht aan een maximale gelijklopendheid.

Los daarvan dient, ingevolge de verschuiving van het toepassingsgebied  tussen consumentenkrediet en hypothecair krediet, rekening te worden gehouden met de weerslag hiervan op de werking van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren (hierna Centrale genoemd). De bepalingen ter zake, zoals opgenomen in boek VII van het WER, hernemen tot op heden het huidige Belgische onderscheid. Een verdere aanpassing of minstens een vernauwkeuriging lijkt aangewezen opdat nieuw gesloten kredietovereenkomsten voortaan ordentelijk zouden kunnen geïdentificeerd worden qua betalingsachterstand volgens hun vernieuwde kwalificatie.

Lees ook: Hele woningfiscaliteit wordt geïntegreerd in woonbonus

Dit alles maakt dat boek VII van het WER, en zeker wat het hypothecair krediet betreft, grondig dient herschreven te worden. Vandaar ook het voorstel om het volledige hoofdstuk inzake hypothecair krediet te vervangen. De door de richtlijn voorziene regelen met betrekking de schatting van het onroerend goed zullen waar nodig via een afzonderlijke regelgeving worden aangevuld. De omzetting van de regelen inzake de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage, zoals voorzien door de richtlijn, wordt opgenomen in het koninklijk besluit van 4 augustus 1992 betreffende de kosten, de percentages, de duur en de terugbetalingsmodaliteiten van het consumentenkrediet dat zal worden herschreven in functie van het hypothecair krediet..

Artikel 26, lid 1, eerste zin, van de richtlijn bepaalt dat de lidstaten er zorg voor dragen dat de vordering op de zekerheid door of namens de schuldeisers door middel van adequate procedures ten uitvoer kan worden gelegd. In deze volstaat het te verwijzen naar de huidige procedures inzake bewarend en uitvoerend beslag op onroerend goed, zoals voorzien in het Gerechtelijk Wetboek, aan de hand van een uitvoerbare titel, hetzij via een vonnis of een notariële akte. Deze procedures lijken adequaat en evenwichtig te zijn. Er is vanwege de kredietgevers geen vraag om ze verder aan te passen.

*Richtlijn 2014/17/ЕU van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten met betrekking tot voor bewoning bestemde onroerende goederen en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2013/36/ EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010

Inwerkingtreding

De wet van 22 april 2016 treedt op 1 december 2016 in werking.

Lees de volledige tekst van de wet van 22 april 2016 houdende wijziging en invoeging van bepalingen inzake consumentenkrediet en hypothecair krediet in verschillende boeken van het Wetboek van economisch recht