Wijziging Loonnormwet in 2017

Geschreven door Lexalert
Foto: yong hee Son  

De regering heeft in haar regeerakkoord een groot belang gehecht aan de verdere ontwikkeling van de werkgelegenheid.

De evolutie van de loonkost heeft, naast andere elementen, een belangrijke impact op de werkgelegenheid en de competitiviteit van onze economie.

Het is aldus noodzakelijk, opdat de competitiviteit van onze ondernemingen zou worden bevorderd, dat de kloof op het niveau van de loonkosten met onze buurlanden, wordt verminderd.

Daarom moet minstens de sedert 1996 ontstane loonkostenkloof met onze buurlanden zo snel mogelijk worden weggewerkt en in ieder geval voor het einde van de legislatuur, en dit in overleg met de sociale partners.

De sociale partners bepalen in het kader van overleg op interprofessioneel, sectoraal en bedrijfsniveau de evolutie van de lonen. De regering heeft van zijn kant de beslissingsmacht over de hoogte van de sociale werkgeversbijdragen en de toepassing van de lastenverlagingen hierop.

Het wegwerken van de loonkostenkloof vergt dus een inspanning van alle betrokkenen. De federale regering heeft bij haar aantreden een reeks maatregelen genomen:

  • De indexsprong, waardoor de lonen en uitkeringen ten belope van 2 % niet aan de inflatie werden aangepast;
  • De loonnorm voor 2015 en 2016, die na het overleg met de sociale partners werd vastgelegd en toeliet dat de lonen minder snel stegen dan in de buurlanden;
  • Een pakket aan lastenverlagingen bovenop de reeds in het competitiviteitspact afgesproken lastenverlagingen, zodat de bijdragevoet zakt naar 25 %, met een bijkomende aandacht voor lage lonen, ploegenarbeid en de aanwerving van eerste werknemers en met specifieke maatregelen voor de non profit sector en de beschutte werkplaatsen. Deze lastenverlagingen worden gedurende de periode 2016-2020 geleidelijk uitgevoerd.
Volg het on demand seminarie Langdurig verzuim en re-integratie van werknemers met Mr. Filip TILLEMAN

Deze maatregelen tot vermindering van de loonkostenhandicap met de buurlanden hebben hun effect op de arbeidsmarkt niet gemist. De Nationale Bank in haar vooruitzichten gesteld dat er in 2015 41 000 jobs zijn bijgekomen en zij legt daarbij zeer expliciet het verband met de maatregelen inzake de loonkost. Over de periode 2016-2018 komen er nog eens 140 000 jobs bij.

In haar aanbevelingen naar aanleiding van de beoordeling van het Nationale Hervormingsprogramma voor ons land, heeft de Europese Commissie expliciet gesteld dat de wet van 1996 moet worden aangepast om ervoor te zorgen dat de gedane inspanningen niet verloren zijn en de lonen zich ontwikkelen parallel met de productiviteit. Ze stelde ook dat deze hervorming dient te gebeuren in overleg met de sociale partners. Daarom werd de eerste versie van dit wetsontwerp overgemaakt voor advies aan de Groep van Tien.

Lees ook: Welke 3 wijzigingen aan de Loonnormwet in 2017?

De aanpassingen van de wet zorgen ervoor dat minstens de nog resterende loonkostenhandicap wordt weggewerkt en dat er in de toekomst geen nieuwe ontsporing kan ontstaan. Er wordt bovendien een veiligheidsmarge ingebouwd zodat overschattingen van de loonkostenontwikkeling in de buurlanden of onderschattingen van de inflatie geen ontsporing tot gevolg hebben. Bovendien wordt ervoor gezorgd dat de lastenverlagingen eerder de competitiviteit en de werkgelegenheid ten goede komen dan dat ze leiden tot loonstijgingen. Het proces waarbij het de sociale partners zijn die binnen deze marges de mogelijkheid krijgen om een loonnorm te onderhandelen, blijft gevrijwaard. Ook wordt aan de verdere automatische indexering van de lonen niet geraakt. Op deze manier is het gegarandeerd dat de werknemers hun koopkracht behouden, de binnenlandse consumptie niet negatief wordt aangetast en de negatieve invloed op de economische groei wordt vermeden. Tevens blijven ook de bestaande baremieke verhogingen gegarandeerd. Indien de toepassing van de berekeningsregels van de correctieterm en de garantie op de automatische indexering en de baremieke verhogingen niet toelaten de loonkostenhandicap in één tweejaarlijkse periode weg te werken, gegeven de op dat moment beschikbare vooruitzichten, neemt de regering maatregelen na het advies van de sociale partners in de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, dat op een termijn van 2 maanden gegeven moet zijn.

Lees de volledige tekst van het wetsontwerp van 4 januari 2017 tot wijziging van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen