WIB 92 - Automatische indexering inzake inkomstenbelastingen - inkomstenjaar 2019 - aanslagjaar 2020

Geschreven door Lexalert
Foto: fdecomite  

In het Belgisch Staatsblad van 22 januari 2019 verscheen het bericht in verband met de automatische indexering inzake inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar 2020 (inkomstenjaar 2019). 

Blijf op de hoogte over de actualiteit relevant voor cijferberoepers met de maandelijkse Up-to-date Fiscaliteit, boekhouding en vennootschap met Roel VAN HEMELEN (TaxQuest)

Artikel WIB 92 Omschrijving Basisbedrag Geïndexeerd bedrag aj 2020
I. Titel II van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992    
art. 131, 1ste lid Belastingvrije som 4785 8860
3de lid Verhoging voor gehandicapte belastingplichtige 870 1610
art. 132, 1ste lid Verhoging van de belastingvrije som    
* voor 1 kind:  870 1610
* voor 2 kinderen:  2240 4150
* voor 3 kinderen:  5020 9290
* voor 4 kinderen:  8120 15030
* voor meer dan 4 kinderen  8120 15030
  (supplement per kind boven het vierde):  3100 5740
* bijkomende toeslag voor ieder kind jonger dan 3 jaar voor wie geen uitgaven voor kinderoppas worden afgetrokken:  325 600
* voor elke in art. 136, 2° of 3°, vermelde persoon ten laste die de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt:  1740 3220
* voor ieder andere persoon ten laste:  870 1610
art. 133, 1ste lid Verhoging van de belastingvrije som    
* voor een belastingplichtige die aleen wordt belast en     
  (i) die één of meer kinderen ten laste heeft 870 1610
  (ii) aan wie bij toepassing van art. 132bis de helft van de toeslagen op de belastingvrije som vermeld in art. 132, 1ste lid, 1° tot 6°, wordt toegekend 870 1610
wanneer voor het jaar van huwelijk of verklaring van wettelijke samenwoning een aanslag per belastingplichtige wordt gevestigd en voorzover de echtgenoot geen bestaansmiddelen heeft gehad die een bepaald nettobedrag overschrijden 870 1610
  Maximumbedrag van die bestaansmiddelen:  1800 3330
2de lid Bijkomende toeslag van de belastingvrije som:     
2de gedachtenstreep Grensbedrag belastbaar inkomen:  10700 19810
3de gedachtenstreep Minimumbedrag van de netto-beroepsinkomsten:  1800 3330
3de lid Bedrag bijkomende toeslag:     
1ste gedachtenstreep Grensbedrag belastbaar inkomen:  8445 15630
  Bedrag bijkomende toeslag:  565 1050
2de gedachtenstreep Grensbedrag belastbaar inkomen:  8445 15630
  Bedrag bijkomende toeslag:  565 1050
  Grensbedragen van het belastbaar inkomen voor de berekening van de verhoging:  10700 19810
    8445 15630
  Verschil:  2255 4180
art. 134, §3, 1ste lid en §4, 6° Maximumbedrag van het belastingkrediet per kind ten laste:  250 460
art. 136, 140, 2de lid, en 141 Maximumbedrag van de nettobestaansmiddelen:  1800 3330
art. 141 Verhoogd maximumbedrag van de nettobestaansmiddelen:     
  (i) voor kinderen ten laste van een belastingplichtige die alleen wordt belast:  2600 4810
  (ii) voor gehandicapte kinderen ten laste van een belastingplichtige die alleen wordt belast:  3300 6110
art. 142, 2de lid Minimumbedrag van de aftrekbare kosten, wanneer de bestaansmiddelen bestaan in bezoldigingen van werknemers of baten:  250 460
art. 143, 3° Maximumbedrag van de pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen, die zijn verkregen door in art. 132, 1ste lid, 7°, bedoelde personen, die niet in aanmerking komt voor het vaststellen van het nettobedrag van de bestaansmiddelen:  14500 26840
art. 143, 6° Maximumbedrag van de aan kinderen toegekende onderhoudsuitkeringen vermeld in art. 90, eerste lid, 3°, de overlevingspensioenen toegekend aan wezen in de publieke sector en wezenrechten, dat niet in aanmerking komt voor het vaststellen van het nettobedrag van de bestaansmiddelen:  1800 3300
art. 143, 7° Maximumbedrag van de bezoldigingen ontvangen door jobstudenten, leerlingen in een alternerende opleiding en student-zelfstandigen dat niet in aanmerking komt voor het vaststellen van het nettobedrag van de bestaansmiddelen:  1500 2780
II.A Titel II van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992    
  Federaal    
art 36, §2 Minimum voordeel van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gesteld voertuig:  820 1340
art. 37, 2de lid Maximumbedrag van de inkomsten bedoeld in artikel 17, §1, 5°, die worden aangemerkt als roerende inkomsten:  37500 61200
art. 37bis, §2 Grensbedragen van de in artikel 90, eerste lid, 1°bis tot 1° quater, bruto-inkomsten van het kalenderjaar of het vorige kalenderjaar waarboven de inkomsten als beroepsinkomsten worden aangemerkt:  3830 6250
art. 38, §1, 1ste lid, 9°, c Vrijgesteld bedrag van de vergoedingen door de werkgever toegekend als terugbetaling of betaling van reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling voor zover de werknemer, die aanspraak maakt op de forfaitaire beroepskosten, de verplaatsing maakt met een ander vervoersmiddel dan het openbaar gemeenschappelijk vervoer of het georganiseerd gemeenschappelijk vervoer van personeelsleden:  250 410
12° Vrijgesteld bedrag van de vergoeding van de vrijwilligers van de openbare brandweerkorpsen en van de Civiele Bescherming:  2850 4650
14° Maximumbedrag vrijstelling fietsvergoeding (rijwiel, gemotoriseerd rijwiel of speed pedelec) per kilometer:  0,145 0,24
17° Maximumbedrag per belastbaar tijdperk voor de tussenkomsten van de werkgever in de door de werknemer betaalde aankoopprijs in nieuwe staat van een PC al dan niet met randapparatuur, internetaansluiting en internetabonnement:  550 900
  Inkomensgrens:  21600 35250
art. 51, 2de lid, 4° voor baten 3750 6120
    7450 12160
    12400 20240
3de lid Maximumbedrag van de forfaitaire beroepskosten:     
  Bezoldigingen van werknemers en winst:  2950 4810
  Bezoldigingen van bedrijfsleiders:  1555 2540
  Bezoldigingen van medewerkende echtgenoten en baten:  2592,5 4230
art. 52bis, 5° Maximumbedrag van de sommen die als beroepsinkomsten in aanmerking kunnen worden genomen voor betalingen ten gunste van collectieve voorziening voor kinderdagopvang:  5250 8570
art. 53, 22° Maximumbedrag van de in artikel 52, 3°, b vermelde werkgeversbijdragen en premies die zijn gestort in uitvoering van in artikel 6 van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid bedoelde individuele pensioentoezeggingen, gesloten in het voordeel van personen die in artikel 30, 1°, bedoelde bezoldigingen ontvangen:  1525 2490
art. 66bis, 3de lid Maximum aftrek kosten per km met de fiets:  0,145 0,24
art. 67, §§1 en 2 Vrijgestelde winst per bijkomende voltijds aangeworven personeelseenheid tewerkgesteld voor een betrekking van diensthoofd voor de uitvoer en een betrekking van diensthoofd van de afdeling integrale kwaliteitszorg:  10000 16320
art. 67ter, §§1 en 3 Vrijstelling van winst en baten per bijkomende personeelseenheid in België tewerkgesteld:  3720 6070
art. 72, 2de lid Investeringsaftrek - overdracht:  620000 1011900
    2480000 4047610
art. 86, 1ste lid Grensbedrag persoonlijke beroepsinkomsten meewerkende echtgenoot:  8700 14200
art. 87, 2de lid en art. 88, 1ste lid Maximaal toerekenbaar beroepsinkomen (huwelijksquotiënt):  6700 10940
art 90, 1ste lid, 2° Vrijgesteld bedrag van prijzen en gedurende 2 jaar ontvangen subsidies:  2500 4080
art. 126, §2, 1ste lid, 4° Grensbedrag inzake beroepsinkomsten waarboven de gemeenschappelijke aanslag van echtgenoten en wettelijk samenwonenden niet wordt toegepast:  6700 10940
art. 130 Belastingtarief - inkomensschijven:  8120 13250
    14330 23390
    24800 40480
art. 134, §2, 2de lid Belasting op de belastingvrije sommen - belastingtarief - inkomensschijven:  5705 9310
    8120 13250
    13530 22080
    24800 40480
art. 145³, 3de lid Maximumbedrag van de persoonlijke bijdragen en premies die betrekking hebben op de individuele voortzetting van een pensioentoezegging als bedoeld in artikel 33 van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid:  1500 2450
4de lid  Minimumbedrag van de persoonlijke bijdragen in het kader van een vrij aanvullend pensioen werknemers:  980 1600
art. 145/34, 2de lid, 1° Minimumbedrag van de bezoldiging van een huisbediende:  2450 4000
art. 163 Minimumbedrag van de vermeerdering ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen zijn gedaan:  50 80
art. 169, §1, 2de lid Eerste schijf van het kapitaal of de afkoopwaarde van een aanvullend pensioen als bedoeld in art. 34, §1, 2°, 1ste lid, a tot c/1, en 2° ter voor de toepassing van het omzettingsstelsel: 50000 81610
art. 171, 1°, i Maximumbedrag van de bruto beroepsinkomsten per belastingbaar tijdperk, betaald of toegekend aan sportbeoefenaars ouder dan 26 jaar, scheidsrechters, opleiders, trainers,…:  12300 20070
4°, j Maximumbedrag van de brutobezoldingen per belastbaar tijdperk, betaald of toegekend aan sportbeoefenaars voor als een zodanig verrichte werkzaamheid, voor zover zij de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt doch jonger zijn dan 26 januari op 1 januari van het aanslagjaar:  12300 20070
Gewestelijke weerwerkpremie:     
  Maximumbedrag van de brutopremie per maand:  120 200
art. 172 Grensbedrag bruto beroepsinkomsten/bezoldigingen sporters,…:  12300 20070
  Gewestelijk     
  Vlaams, Waals en Brussels Hoofdstedelijk Gewest    
art. 145/21, 1ste lid Maximumbedrag per belastingplichtige van de uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen of voor prestaties betaald met dienstencheques (of wijkwerkcheques voor Vlaams Gewest):  920 1500
  Vlaams Gewest    
art. 145/23, §2, 2de lid Inkomensgrens voor de omzetting van de belastingvermindering voor dienstencheques in een belastingkrediet:  28605 46690
  Waals Gewest    
art. 145/25, 3de lid, 3° Minimumbedrag van de totale kostprijs van de werken voor de toepassing van een belastingvermindering voor de uitgaven voor de vernieuwing van een woning gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid:  2500 4080
6de lid Maximumbedrag van de belastingvermindering per belastbaar tijdperk en per woning:  500 820
  Waals Gewest    
art. 145/30 Belastingvermindering voor de vernieuwing van een in België gelegen woning, verhuurd via een sociaal verhuurkantoor:     
3de lid, 2° Minimumbedrag van de totale kostprijs van de werken:  7500 12240
4de lid  Maximumbedrag van de belastingvermindering per woning:  750 1220
  Vlaams en Brussels Hoofdstelijk Gewest    
art. 145/30 Belastingvermindering voor de vernieuwing van een in België gelegen woning, verhuurd via een sociaal verhuurkantoor:     
4de lid  Maximumbedrag van de belastingvermindering per woning:  750 1220
  Waals Gewest    
art. 145/36 Maximaal bedrag van de werkelijk betaalde uitgaven waarvoor een belastingvermindering wordt verleend voor het onderhoud en de restauratie van beschermde onroerende goederen:  25000 48000
  Brussels Hoofdstedelijk Gewest    
  Dit artikel is enkel van toepassing onder de voorwaarden van het nieuwe artikel 145/36bis    
art. 145/37, §2, 1ste lid  Maximumbedrag dat in aanmerking wordt genomen voor de belastingvermindering per belastingplichtige en per belastbaar tijdperk van de intresten en betalingen voor de aflossing of de wedersamenstelling van een hypothecaire lening die specifiek is gesloten om een enige woning te verwerven of te behouden:  1500 2450
2de lid Verhoging gedurende de eerste 10 belastbare tijdperken van het in het eerste lid vermelde bedrag:  500 820
3de lid Verhoging van het in het 2de lid vermelde bedrag wanneer de belastingplichtige 3 of meer kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar na dat waarin de leningsovereenkomst is afgesloten:  50 80
  Brussels Hoofdstedelijk Gewest    
art. 145/40, §2, 2de lid, §3 * 15% van de eerste schijf van:  1250 2040
  * maximumbedrag van de uitgaven die in aanmerking komen voor de belastingvermindering: 1500 2450
  Waals Gewest    
art. 145/47, 4de lid Totaal maximumbedrag van de belastingvermindering voor uitgaven voor dakisolatie per belastbaar tijdperk en per woning 2000 3260
II B.  Titel III van het Wetboek inkomstenbelastingen 1992    
  Inschakelingsbedrijven:     
art. 193quater, §1, derde lid Minimumbedrag van de loonkost per in België tewerkgesteld personeelslid:  7440 12140
art. 201, §1, 9de lid  Investeringsaftrek:     
  Overdracht in hoofde van de vennootschap die heeft geopteerd voor het in art. 289quater vermelde belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling:  310000 505950
    1240000 2023800
II C. Titel V van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992    
art. 244bis Grensbedrag inzake beroepsinkomsten waarboven er geen aanleiding is tot een gemeenschappelijke aanslag van echtgenoten:  6700 10940
II D Titel VI van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992    
art. 289ter, §1, 1ste lid Maximumbedrag van het totale netto-inkomen dat recht geeft op een belastingkrediet:  14140 23080
§2, 1ste lid Minimumbedrag van de activiteitsinkomsten om recht te hebben op een belastingkrediet:  3260 5320
§2, 2de lid, 1° tot 3° Bedrag van het belastingkrediet:     
4de lid  Grensbedragen van de activiteitsinkomsten voor de berekening van het bedrag van het belastingkrediet:  3260 5320
    4350 7100
  Verschil:  1090 1780
    10880 17760
    14140 23080
  Verschil:  3260 5320
§2, 5de lid Bedrag van het belastingkrediet:     
  * voor meewerkende echtgenoten:  200 330
  * voor werknemers die anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst arbeid verrichten in de overheidssector:  485 790
art. 289ter/1, 3de lid Maximumbedrag van het belastingkrediet:  500 820
art. 292bis, §1, 2de lid Belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling:     
  * maximumbedrag van de verrekening van het overgedragen belastingkrediet:  105400 172020
  * totale bedrag van het overgedragen belastingkrediet op het einde van het vorig aanslagjaar:  421600 688090
II E Titel VI van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992    
art. 412, 3de lid Bedrijfsvoorheffing is betaalbaar binnen 15 dagen na het verstrijken van ieder trimester waarin de inkomsten zijn betaald of toegekend wanneer het bedrag van de bedrijfsvoorheffing op de inkomsten van vorig jaar lager is dan:  25000 40800
II F Titel X van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992    
art. 515bis, 7de lid Toepassing van het omzettingsstelsel op de eerste schijf van het kapitaal gevormd door persoonlijke bedragen en uitgekeerd ten vroegste bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd aan de begunstigde die tot dan effectief actief is gebleven:  50000 81610
art. 38, §1, 1ste lid, 27° Maximum vrijgesteld bedrag van bezoldigingen verkregen en vergoedingen betaald nav de beëindiging van een arbeidsovereenkomst:  850 1390
  * voor zover de opzegging door de werkgever ten vroegste op 1 januari 2014 is ter kennis gebracht:     
III A Titel II van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992    
art. 21, eerste lid, 5° Vrijgestelde inkomsten uit spaardeposito's:  625 980
10° Vrijgestelde interesten of dividenden van vennootschappen met een sociaal oogmerk:  125 200
13° Bedrag van de leningen via crowdfundingplatform waarvan de intresten zijn vrijgesteld 9965 15630
14° Vrijgestelde dividenden*:  510 800
art. 145/6, 1ste lid Berekening van het maximale bedrag van de levensverzekeringspremies en kapitaalsaflossingen:  1250 1960
    1500 2350
2de lid Eerste schijf van het aanvangsbedrag van de leningen:  50000 78440
art. 145/7, §1, 4de lid Beperking van de betalingen voor de verwerving van werkgeversaandelen:  500 780
  Maximumbedrag van de aan de Koning verleende mogelijkheid om, bij in Ministerraad overlegd besluit, de grens van de beperking te verhogen:  1000 1570
art. 145/8, 2de lid Beperking van de betalingen voor pensioensparen:  625 980
    800 1260
3de lid Maximumbedrag van de aan de Koning verleende mogelijkheid om, bij in Ministerraad overlegd besluit, de grens van de beperking te verhogen:  1000 1570
art. 145/28, §1, 3de lid Maximumvermindering in geval van de aanschaffing van een vierwieler:  3280 5150
  Maximumvermidering in geval van aanschaffing van een motorfiets of driewieler:  2000 3140
art. 145/32, 2de lid Minimumbedrag van de gestorte sommen voor een ontwikkelingsfonds:  250 390
4de Maximum belastingvermindering per belastbaar tijdperk:  210 330
art. 145/33, §1, 2de lid Minimumbedrag van een gift dat recht geeft op een belastingvermindering:  25 40
4de lid  Maximumbedrag van het totale bedrag van de giften waarvoor de belastingvermindering wordt verleend:  250000 392200
art. 145/34, 5de lid In aanmerking te nemen maximumbedrag van de belastingvermindering voor bezoldiging huisbediende:  5000 7480
art. 145/48, 4de lid Maximumbedrag van de uitgaven in het kader van een adoptieprocedure 4000 6280
art. 147 Belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten:     
* het netto-inkomen bestaat uitsluitend uit pensioenen of andere vervangingsinkomsten:  1148,93 1802,44
* het netto-inkomen bestaat uitsluitend uit werkloosheidsuitkeringen:  1148,93 1802,44
* het netto-inkomen bestaat uitsluitend uit wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen:  1503,34 2400,8
art. 151 Grensbedragen van het belastbare inkomen voor de toepassing van de belastingvermindering voor werkloosheidsuitkeringen:  18600 29180
    14900 23380
  Verschil:  3700 5800
art. 152 Grensbedragen van het belastbare inkomen voor de toepassing van de niet in art. 151 vermelde belastingverminderingen:  29800 46750
    14900 23380
  Verschil:  14900 23370
III B Titel III van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992    
art. 185, §1 Vrijgestelde dividenden van erkende coöperatieve vennootschappen:  125 200
III C Titel X van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992    
art. 145/24, §2, 7de lid Belastingvermindering voor lage energiewoning per belastbaar tijdperk en woning:  300 470
  Belastingvermindering voor passiefwoning per belastbaar tijdperk en per woning:  600 940
  Belastingvermindering voor nul energiewoning per belastbaar tijdperk en per woning:  1200 1880
art. 115, 1ste lid, 6° Maximum aftrekbaar bedrag per belastingplichtige en per belastbaar tijdperk van de intresten, kapitaalaflossingen en premies voor levensverzekeringen voor het verwerven of het behouden van de enige woning:  1500 2350
art. 116, 1ste lid Verhoging gerudrende de eerste 10 belastbare tijdperken van het in art. 115, 1ste lid, 6° vermelde bedrag:  500 780
2de lid Verhoging van het in het eerste lid vermelde bedrag wanneer de belastingplichtige drie of meer kinderen ten laste heeft op 1 januari na het afsluiten van het leningcontract:  50 80
IV Titel II van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992    
art. 38, §1, 1ste lid, 23° Maximumbedrag van de forfaitaire onkostenvergoedingen toegekend wegens het leveren van artistieke prestaties en/of het produceren van artistieke werken voor rekening van een opdrachtgever:  2000 2578,51
§4, 2de lid, 2° Maximumbedrag van de forfaitaire onkostenvergoedingen per opdrachtgever per dag:  100 128,93
art. 97, §2 Maximumbedrag van de forfaire onkostenvergoedingen toegekend wegens het leveren van artistieke prestaties en/of het produceren van artistieke werken voor rekening van een opdrachtgever, waarmee geen rekening wordt gehouden om het bedrag van de diverse inkomsten te bepalen:  2000 2578,51
V Titel VI van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992    
art. 275/5, §5, 2de lid Vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid    
  Minimumbedrag van het bruto-uurloon dat wordt gelijkgesteld et een ploegenpremie 13,75 17,73
VI Titel II van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992    
  Jaarlijks maximumbedrag voor de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen:  2755 2941
  Bijzondere regel art. 178, §6bis WIB 92    
  Waals Gewest    
art. 145/48ter 2° en 3° Wooncheque    
  Grensbedragen van het belastbaar inkomen voor de berekening van de belastingvermindering 21000 22273
    81000 85911
VII Automatische indexering van de bedragen bedoeld in artikel 18, §3, 4° KB/WIB92    
art. 18, §3, 4° Kosteloze verstrekking van verwarming en elektriciteit gebruikt tot andere doeleinden dan verwarming:     
  * verleend aan leidinggevend personeel en bedrijfsleiders:     
  voor verwarming 1245 2030
  voor elektriciteit 620 1010
  * verleend aan andere verkrijgers:     
  voor verwarming 560 910
  voor elektriciteit 280 460
VIII Automatische indexering van de bedragen bedoeld in artikel 70, §5, tweede lid van de Programmawet van 10 augustus 2015, gewijzigd bij de wet tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën van 18 december 2016    
art. 70, §5, 2de lid Referentiebezoldiging vastgesteld in functie van de omzet uit diamanthandel:  19645 32060
    32745 53440
    49110 80150
    65485 106880
    81855 133600
    98225 160310
  Bedrag van de omzet:  1620720 2645180
    8103595 13225880
    16207190 26451750
    32414380 52903510
    48621570 79355260

 

Algemene Administratie voor Beleidsexpertise -en Ondersteuning. — Dienst Reglementering. — Bericht in verband met de automatische indexering inzake inkomstenbelastingen.—Aanslagjaar 2020