Wet Werkbaar en Wendbaar Werk

Geschreven door Lexalert

In de Kamer werd op 5 januari 2017 het wetsontwerp Werkbaar en Wendbaar Werk neergelegd. Het bevat 14 werven.

1. Flexibele uurroosters

De regeling van de flexibele uurroosters (art. 20bis van de arbeidswet van 16 maart 1971) laat de werkgever toe de uurroosters en de arbeidsduur aan te passen in functie van de fluctuerende noden van de onderneming.

Deze flexibiliteit gaat gepaard met de verplichting om de normale wekelijkse arbeidsduur na te leven binnen een referteperiode. Voortaan zal deze referteperiode verplicht een jaar bedragen.

2. Vrijwillige overuren

Er wordt voorzien dat een werknemer op vrijwillige basis 100 overuren kan presteren per kalenderjaar. Om het vrijwillige karakter van het systeem te vrijwaren, moet een geschrift worden opgesteld waarin de vraag van de werknemer om deze overuren te presteren, wordt vastgesteld. Dit geschrift is 6 maanden geldig en kan worden vernieuwd.

Deze overuren kunnen uiteraard slechts worden gepresteerd indien de werkgever hiertoe een aanbod doet. Deze overuren geven recht op de betaling van overloon.

3. Interne grens

De interne grens van de arbeidsduur is het maximaal aantal uren dat een werknemer kan presteren bovenop de normale wekelijkse arbeidsduur zonder dat hem inhaalrust wordt toegekend die wettelijk wordt opgelegd.

Deze grens van accumulatie van te recupereren arbeidsuren bedraagt vandaag 78 uren (91 uren in geval van een referteperiode van een jaar). Zij wordt op 143 uren gebracht, met de mogelijkheid om ze te verhogen door een collectieve arbeidsovereenkomst die wordt gesloten in een paritair orgaan en die algemeen verbindend wordt verklaard door de Koning.

4. Investeren in opleiding

Op het vlak van (het investeren in) opleiding vervangt het ontwerp de huidige interprofessionele doestelling van de besteding van 1,9 % van de totale loonmassa aan opleiding door een nieuwe interprofessionele doelstelling van gemiddeld vijf opleidingsdagen per voltijds equivalent en per jaar. Het huidig systeem en de hieraan verbonden sancties worden bijgevolg volledig vervangen door de nieuwe bepalingen. Het nieuwe systeem voorziet in de mogelijkheid om opleiding te organiseren, ofwel op sectoraal vlak, ofwel op het niveau van de onderneming door de creatie van een individuele opleidingsrekening.

Volg het on demand seminarie Langdurig verzuim en re-integratie van werknemers met Mr. Filip TILLEMAN

5. Occasioneel telewerk

Er wordt een kader voorzien voor het occasioneel telewerk. De werknemer die geconfronteerd  wordt met een moeilijke of onvoorziene situatie zal aan zijn werkgever kunnen vragen om occasioneel telewerk te verrichten.

Deze bepalingen  zullen in werking  treden op 1 februari 2017, behalve indien de sociale partners in de Nationale Arbeidsraad vóór deze datum een collectieve arbeidsovereenkomst sluiten ter omkadering van het occasioneel telewerk.

6. Uitbreiding van het plus-minusconto

Het plus-minusconto, dat actueel bestaat in de automobielindustrie, wordt uitgebreid tot andere sectoren, zowel in de industrie als in de diensten, die op de internationale markt worden geconfronteerd met een sterke concurrentie.

Via een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst zullen deze sectoren de mogelijkheid hebben om te voorzien dat de berekening van de gemiddelde werkweek van 38 uur wordt gespreid over verschillende jaren (6 als maximum).

7. Uitzendarbeidovereenkomst voor onbepaalde duur

In de wetgeving  op de uitzendarbeid  (wet van 24 juli 1987) wordt de mogelijkheid ingeschreven om een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid voor onbepaalde tijd af te sluiten tussen het uitzendbureau en de uitzendkracht, dit met het oog op het uitvoeren door de uitzendkracht van elkaar afwisselende uitzendopdrachten bij een of meerdere gebruikers.

Van deze mogelijkheid zal slechts gebruik kunnen worden gemaakt voor zover in de schoot van het paritair comité voor de uitzendarbeid de benodigde algemeen verbindend verklaarde cao’s zijn afgesloten, die nodig zijn ter omkadering van deze maatregel.

8. Loopbaansparen

Deze afdeling introduceert een stelsel van loopbaansparen  dat  toelaat dat  de  werknemer  tijd opspaart om later tijdens de duur van zijn dienstbetrekking op te nemen als verlof. Op die manier krijgt de werknemer de gelegenheid om zijn loopbaan voor een stuk zelf te sturen en om adempauzes te nemen in zijn professionele leven. Het initiatief voor de invoering en omkadering van het loopbaansparen wordt bij de sectoren en/of de ondernemingen gelegd, maar de werknemer kan niet verplicht worden om er aan deel te nemen.

Het door deze afdeling voorziene stelsel van loopbaansparen zal evenwel geen gevolgen hebben wanneer de sociale partners vertegenwoordigd in de Nationale Arbeidsraad zelf een collectieve arbeidsovereenkomst over het loopbaansparen sluiten binnen een periode van 6 (of 12 wanneer een KB dit voorziet) maanden na de inwerkingtreding van deze wet.

Ander interessant artikel: Zet u schrap voor de Wet Werkbaar en Wendbaar Werk

9. Schenking van conventioneel verlof

In het kader van werkbaar werk voert dit ontwerp een kader in waarbinnen de werknemers een schenking van hun conventionele verlofdagen zullen kunnen doen aan collega’s die een ernstig ziek kind hebben.

10. Hervorming werkgeversgroepering

Titel 4 van het wetsontwerp wijzigt het bestaande systeem van de werkgeversgroepering (hoofdstuk XI, sectie 1, van de wet van 12 augustus 2000 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen)

Voortaan is voorzien dat de werkgeversgroepering niet meer dan 50 werknemers kan tewerkstellen. De koning kan deze drempel evenwel verhogen.

Bovendien werd de procedure voor het verlenen van de ministeriële toelating om te functioneren als een werkgeversgroepering vereenvoudigd.

Tot slot omvat titel 4 de nodige bepalingen om uit te maken tot welk paritair comité de werkgeversgroepering behoort.

11. Vereenvoudiging van de deeltijdse arbeid

Een aantal aspecten van de deeltijdse  arbeid worden vereenvoudigd en gemoderniseerd met het oog op de verlichting van de administratieve lasten voor de werkgevers, zonder evenwel afbreuk te doen aan de rechten van de deeltijdse werknemers en de bescherming van hun arbeidsvoorwaarden  en -omstandigheden en zonder te raken aan de bestaande garanties tegen mogelijke misbruiken en de bestaande controlemiddelen in de strijd tegen de sociale fraude.

 12. Glijdende werktijden

Een wettelijk kader wordt ingevoerd om glijdende uurroosters in de onderneming in te stellen op basis van een collectieve arbeidsovereenkomst of het arbeidsreglement.  Een regeling van glijdende uurroosters laat de werknemer toe om het begin en het einde van zijn arbeidsprestaties te bepalen, met respect voor de stamen glijtijden die werden bepaald door de collectieve arbeidsovereenkomst of het arbeidsreglement.

Het systeem van glijdende uurroosters is een courante praktijk in bepaalde ondernemingen maar levert, bij gebrek aan een wettelijk kader, verschillende problemen op. Aanpassingen op het vlak van de wetgeving inzake arbeidsduur, arbeidsovereenkomsten, bescherming van het loon en de arbeidsreglementen zijn noodzakelijk om dit wettelijk kader in te stellen.

13. Uitbreiding palliatief verlof en tijdskrediet

Het wetsontwerp brengt de totale duur van het recht op palliatief verlof van twee maanden op drie maanden. Daarnaast voorziet het wetsontwerp in een uitbreiding van het recht op tijdskrediet met een zorgmotief naar 51 maanden indien de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103 niet tijdig wordt aangepast in deze zin.

14. E – commerce

Actueel wordt nachtarbeid, d.w.z. arbeid verricht tussen 20u en 6u, toegestaan in de sector van de ecommerce door een koninklijk besluit van 13 maart 2016.

Deze afwijking wordt bevestigd in de tekst van de arbeidswet van 16 maart 1971 en wordt opgenomen naast de andere wettelijke toelatingen voorzien in artikel 36 van deze wet.

Lees de volledige tekst van het wetsontwerp werkbaar en wendbaar werk