Welke wijzigingen in de aangifte personenbelasting van aanslagjaar 2018?

Geschreven door Lexalert
Foto: silviadinatale©  

De FOD Financiën publiceerde op 8 juni 2018 een circulaire op www.fisconet.be met alle wijzigingen in de aangifte personenbelasting van aanslagjaar 2018. 

I. Samenstelling, formaat en aantal bladzijden van de aangifte
II. Indexering
III. Voorbereiding van de aangifte
IV. Toelichting bij de aangifte

I. Samenstelling, formaat en aantal bladzijden van de aangifte

De aangifte in de PB (nr. 276.1) van aj. 2018 (inkomsten van het jaar 2017) bestaat nog altijd uit:

  • de eigenlijke 'Aangifte in de personenbelasting' (terug te bezorgen aan de belastingdienst als de belastingplichtige zijn aangifte indient op papier)
  • de 'Voorbereiding van de aangifte' (te bewaren door de belastingplichtige die zijn aangifte indient op papier en te gebruiken als aangifte door de belastingplichtige die zijn aangifte indient via tax-on-web).

In tegenstelling tot de vorige aanslagjaren verschilt deel 1 van de 'Voorbereiding van de aangifte' volgens het gewest waar de belastingplichtige zijn fiscale woonplaats heeft gevestigd op 1 januari van het aanslagjaar. De verschillen tussen de gewesten situeren zich uitsluitend in de vakken IX, X en XI.

Het formaat van de bovenvermelde documenten is niet veranderd.

Dat geldt ook voor het aantal bladzijden van die documenten behalve wat deel 1 van de 'Voorbereiding van de aangifte' voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreft. Die telt één bladzijde minder.

II. Indexering

2. De meeste bedragen in de voorbereiding en de toelichting zijn geïndexeerd (volgens art. 178, § 2, § 3, eerste lid, 2°, § 4 of § 6, WIB 92).

Dat is echter niet het geval voor:

  • de bedragen die niet indexeerbaar zijn zoals o.a.:
    • de forfaitaire bedragen van 75, 125 en 175 euro voor verre verplaatsingen van werknemers (zie art. 28, KB/WIB 92)
    • het maximumbedrag van 11,20 euro per oppasdag en per kind, van de uitgaven voor kinderoppas (zie art. 6318/8, KB/WIB 92)
    • het maximumbedrag van 100.000 euro van de betalingen voor het verwerven van nieuwe aandelen van startende ondernemingen (zie art. 14526, § 3, vierde lid, WIB 92)
  • de bedragen waarvoor de indexering voor de aj. 2015 tot 2018 bevroren is op het indexeringspeil van aj. 2014 (zie art. 178, § 3, tweede lid, art. 535, tweede lid, en art. 539, § 3, WIB 92), nl.
    • de in art. 21, WIB 92, vermelde bedragen van:
      • de eerste schijven van 1.250 en 125 euro (vóór indexering) van bepaalde inkomsten die niet als roerende inkomsten belastbaar zijn
      • de eerste schijf van 9.965 euro (vóór indexering) van leningen aan startende kleine vennootschappen, waarvan de interesten onder bepaalde voorwaarden voor vier jaar niet als roerende inkomsten belastbaar zijn
    • de bedragen die verband houden met de federale belastingverminderingen (behalve het in art. 1453, derde lid, WIB 92, bedoelde maximumbedrag van de persoonlijke bijdragen en premies voor de individuele voortzetting van een pensioentoezegging en het in art. 14534, tweede lid, 1°, WIB 92, bedoelde maximumbedrag van de bezoldigingen van een huisbediende)
  • de maximumbedragen in het kader van de Vlaamse 'woonbonus', die permanent bevroren blijven op het indexeringspeil van aj. 2015 (zie art. 178, § 5, 4°, WIB 92, zoals het van toepassing is voor het Vlaams Gewest)
  • de maximumbedragen in het kader van de Waalse 'woonbonus', die permanent bevroren blijven op het indexeringspeil van aj. 2016 (zie art. 178, § 5, 4°, WIB 92, zoals het van toepassing is voor het Waals Gewest).

 

Volg het on demand seminarie De aangifte personenbelasting 2018 - in detail met Maurice DE MEY

III. Voorbereiding van de aangifte

In deel 1 van de voorbereiding zijn een aantal vormelijke wijzigingen aangebracht, nl.:

  • in vak II, A, 1 zijn een aantal hoedanigheden waarvoor dezelfde belastingregeling geldt (zoals 'gehuwd' en 'wettelijk samenwonend'), samengevoegd
  • in vak II, A, 2 is de rubriek voor de tijdens het belastbaar tijdperk overleden belastingplichtige die bij zijn overlijden niet gehuwd of wettelijk samenwonend was en tijdens het belastbaar tijdperk geen weduwnaar, weduwe of daarmee gelijkgesteld geworden was, geschrapt (die informatie kan immers door eliminatie worden afgeleid uit de invulling van de andere rubrieken van vak II, A, 2)
  • in vak VII, A, 2 zijn de rubrieken van de:
    • dividenden van erkende coöperatieve vennootschappen waarop geen RV is ingehouden (na aftrek van de vrijgestelde schijf van 190 euro)
    • interesten en dividenden van erkende vennootschappen met een sociaal oogmerk waarop geen RV is ingehouden (na aftrek van de vrijgestelde schijf van 190 euro)

geschrapt. Die inkomsten moeten voortaan worden aangegeven in de rubriek van de andere inkomsten zonder roerende voorheffing (vak VII, A, 2, b)

  • nu elk gewest een eigen deel 1 van de voorbereiding heeft met een verschillend vak IX, vak X en vak XI (zie punt 1 hiervoor) zijn alle in die vakken opgenomen rubrieken en vermeldingen die op de andere gewesten betrekking hadden en de voetnoten die aanduidden voor welk gewest bepaalde rubrieken bestemd waren, geschrapt.
  • in de vakken IX en X is een onderverdeling gemaakt tussen de gewestelijke en de federale belastingvoordelen.

Daarnaast is de voorbereiding van aj. 2018 inhoudelijk op de volgende punten gewijzigd.

Vak II, A, 5: nieuwe rubriek waarin belastingplichtigen die alleen worden belast en kinderen ten laste invullen, moeten aanduiden of zij een (feitelijk) gezin vormen met iemand anders dan hun kinderen, ascendenten, zijverwanten tot de tweede graad en de personen van wie zij als kind volledig of hoofdzakelijk ten laste zijn geweest. Die rubriek is ingelast voor de eventuele toepassing van:

  • een bijkomende toeslag op de belastingvrije som en/of de omzetting ervan in een terugbetaalbaar belastingkrediet (zie art. 133, tweede en derde lid, en art. 134, § 3, derde lid, WIB 92, ingevoegd door de art. 65 en 66, W 26.03.2018 betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie – BS 30.03.2018)
  • een bijkomende belastingvermindering voor de uitgaven voor kinderoppas en/of de omzetting ervan in een terugbetaalbaar belastingkrediet (zie art. 14535, achtste en tiende lid, WIB 92, ingevoegd door art. 67, W betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie).

Vak II, 6 en voetnoot (1) bij vak II, A, 1 en 3, a en bij vak VII, A, 2, a: nieuwe rubriek en voetnoten voor de toepassing van de proratering van bepaalde belastingvoordelen als de belastingplichtige geen volledig kalenderjaar onderworpen is aan de PB (zie art. 129/1 en 174/1, WIB 92, ingevoegd door de art. 118 en 121, programmawet 25.12.2017 – BS 29.12.2017 - en art. 289ter/1, derde lid, en 539, § 3, WIB 92, zoals gewijzigd door de art. 129 en 130, programmawet 25.12.2017, en zie ook circ. 2018/C/17 van 05.02.2018 en het corrigendum van 27.02.2018).

Vak IV, A en vak XVII: de rubrieken van de aandelenopties zijn geschrapt. Dat is een gevolg van de opheffing van de wettelijke bepaling die de opbrengst van de belasting op aandelenopties toewees aan het globaal RSZ-beheer en aan het fonds voor het financieel evenwicht in het sociaal statuut der zelfstandigen. Daardoor moeten aandelenopties niet langer worden vermeld in afzonderlijke rubrieken, maar gewoon in vak IV, A, 1 (werknemers) of in vak XVII, 1 (bedrijfsleiders) (zie art. 46, W 26.03.1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, opgeheven door art. 45, 1°, W 18.04.2017 – BS 28.04.2017).

Vak IV, A, 11: de titels van de subrubrieken van de voor vrijstelling in aanmerking komende bezoldigingen voor overuren in de horeca zijn gewijzigd van:

'a) begrensd tot 300 uren' en

'b) begrensd tot 360 uren'

in:

'a) bij werkgevers zonder een geregistreerd kassasysteem' en

'b) bij werkgevers met een geregistreerd kassasysteem'.

Bij belastingplichtigen die geen volledig kalenderjaar aan de PB onderworpen zijn, wordt de begrenzing van die vrijstelling (tot 300 of 360 overuren) voortaan door de administratie geprorateerd (zie ook punt 6 hiervoor). Voor die belastingplichtigen zouden de oude titels dan ook niet meer correct geweest zijn.

Vak IV, D, 1, a, 1, c en E, 2, b: uitsplitsing van de subrubrieken van de achterstallen van:

  • aanvullende vergoedingen die bovenop werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag zijn betaald door een gewezen werkgever krachtens een cao of een individuele overeenkomst met een clausule van doorbetaling bij werkhervatting
  • de bedrijfstoeslag

naargelang die achterstallen betrekking hebben op periodes vóór of vanaf 01.01.2016.

Die uitsplitsing is een gevolg van de wijziging van het belastingstelsel van:

  • de bedrijfstoeslag
  • de bovenvermelde aanvullende vergoedingen.

Door die wijziging zijn de bedrijfstoeslag en bovenvermelde aanvullende vergoedingen (en de achterstallen ervan) die vanaf 01.01.2016 zijn betaald of toegekend:

  • vrijgesteld: als ze betrekking op periodes vanaf 01.01.2016 waarin de belastingplichtige het werk heeft hervat (zie art. 38, § 1, eerste lid, 31°, en § 6, WIB 92, ingevoegd door art. 103, programmawet (I) 26.12.2015 – BS 30.12.2015)
  • onderworpen aan de vermindering voor pensioenen en andere vervangingsinkomsten berekend zonder correctie voor het eventuele werkhervattingsinkomen: als ze betrekking hebben op periodes vanaf 01.01.2016 waarin de belastingplichtige het werk niet heeft hervat (zie art. 147, eerste lid, 2°, a, WIB 92, zoals vervangen door art. 105, programmawet (I) 26.12.2015)

(zie ook circ. 2018/C/45 van 17.04.2018).

Vak IV, L, vak XVII, 16, vak XVIII, 16, vak XIX, 16 en vak XXII, 8: aanpassing van de gevallen waarin ontslagen werknemers die het werk hebben hervat, hun werkhervattingsinkomsten in deze rubrieken moeten hernemen.

Deze aanpassing hangt samen met het feit dat in het geval bedoeld in nr. 9, derde lid, tweede punt hiervoor, de vermindering voor pensioenen en andere vervangingsinkomsten, berekend wordt zonder correctie voor het werkhervattingsinkomen (zie art. 147, eerste lid, 2°, a, WIB 92, zoals vervangen door art. 105, programmawet (I) 26.12.2015).

Vak IV, O, 2: in de zinsnede 'inkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld' zijn de woorden 'bij overeenkomst' geschrapt.

Dat is een gevolg van de invoering van een nieuwe vrijstelling met progressievoorbehoud voor bezoldigingen van een buitenlands of internationaal gerecht of een buitenlandse of internationale instantie met gerechtelijk karakter bedoeld in de W 29.03.2004 betreffende de samenwerking met het Internationaal Strafgerechtshof en de internationale straftribunalen (art. 155, tweede lid, derde streepje, WIB 92, ingevoegd door art. 7, W 25.12.2017 houdende diverse bepalingen IV – BS 29.12.2017 – en zie ook circ. 2018/C/13 van 30.01.2018).

Vak V, B: de subrubriek 'Vervroegde inning van de taks op het lange termijnsparen' is geschrapt. Dat is een gevolg van de opheffing van de niet-terugbetaalbaarheid van die vervroegde inning, waardoor het onderscheid tussen de gewone bedrijfsvoorheffing en die vervroegde inning niet langer noodzakelijk is (zie art. 276, derde lid, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 2, W 30.06.2017 tot wijziging van art. 276, WIB 92, op het stuk van de verrekening van de vervroegde inning van de taks op het lange termijnsparen – BS 07.07.2017 – en zie ook circ. 2017/C/88 van 21.12.2017).

Vak VII, A, 1, a en A, 2, b, 1 en vak XVI, A, 1, b, 1 en A, 2, e, 1: vervanging van de aanslagvoet van 27 % door die van 30 % (zie art. 171, 3°, en art. 269, § 1, 1°, WIB 92, zoals gewijzigd door, respectievelijk, art. 93, 1°, en art. 94, 1°, programmawet 25.12.2016 – BS 29.12.2016).

Vak IX, I (Vlaams Gewest), 1: in de rubriek van de leningen en individuele levensverzekeringen die in aanmerking komen voor de 'geïntegreerde woonbonus' is de vraag ingelast naar het aantal kinderen ten laste op 1 januari van het jaar na het jaar van afsluiting van de leningen. Die vraag dient om te bepalen of de belastingplichtige recht heeft op de verhoging van het grensbedrag voor drie of meer kinderen ten laste (zie art. 14538/2, § 2, derde lid, WIB 92).

Vak IX, I (Waals Gewest), 1: de rubriek van de leningen en individuele levensverzekeringen die in aanmerking komen voor de 'chèque habitat' is uitgesplitst in een subrubriek voor leningen gesloten in 2017 en één voor leningen gesloten in 2016. Bij die laatste is ook de vraag toegevoegd of de woning op 31.12.2017 nog altijd de enige woning was.

Dat is een gevolg van de halvering van het toepasselijke grensbedrag van de 'chèque habitat' als de woning op 31 december van één van de 9 jaren volgend op het jaar van afsluiting van de lening niet langer de enige woning is (zie art. 14546ter, § 3, tweede en derde lid, WIB 92).

Vak X, II, F, 3: in de titel van de rubriek van de terugname van de belastingvermindering voor aandelen van startende ondernemingen is de zinsnede 'door de vervroegde overdracht van aandelen in (het belastbaar tijdperk)' geschrapt. Dat komt doordat de terugname ook toepassing kan vinden in andere omstandigheden dan de vervroegde overdracht van de aandelen (zie art. 14526, § 5, zesde tot negende lid, WIB 92).

Vak XI (Waals Gewest), 1, a: toevoeging van een subrubriek voor het vermelden van het uitstaande saldo van de 'coup de pouce'-leningen op 1 januari van het belastbaar tijdperk. Dat gegeven is noodzakelijk voor de berekening van het gewestelijk belastingkrediet (zie art. 8, Waals D 28.04.2016 – Lening 'Coup de Pouce' – BS 10.05.2016).

Vak XIV, C: de omschrijving van de meldplicht van juridische constructies is aangepast. Dat is een gevolg van een wetswijziging die de meldplicht voor de derde begunstigde vanaf 01.01.2018 heeft vervangen door een meldplicht voor iedere belastingplichtige die in de loop van het belastbaar tijdperk een dividend of enig ander voordeel van een juridische constructie heeft verkregen (zie art. 307, § 1/1, c, ingevoegd door art. 94, programmawet 25.12.2017).

Vak XVI, A, 1 en A, 2: de rubrieken van de meerwaarden verwezenlijkt bij de 'snelle' overdracht van beursgenoteerde aandelen, opties, warrants en andere financiële instrumenten zijn geschrapt door de opheffing van de zogenaamde 'speculatiebelasting' (zie art. 90, eerste lid, 13°, en vierde en vijfde lid, WIB 92, opgeheven door art. 76, programmawet 25.12.2016).

Vak XVI, B, 1: nieuwe rubriek voor de winst of baten uit diensten verleend in het kader van de deeleconomie door de invoering van een nieuwe categorie van diverse inkomsten met een eigen belastingstelsel (zie art. 90, eerste lid, 1°bis, tweede en derde lid, WIB 92, ingevoegd door art. 36, 2° en 3°, programmawet 01.07.2016 – BS 04.07.2016 – en, wat art. 90, tweede lid, WIB 92, betreft, gewijzigd door art. 100, W 18.12.2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën – BS 20.12.2016 – en zie ook de art. 53/1 en 53/2, KB/WIB 92, ingevoegd door art. 1, KB 12.01.2017 tot uitvoering van art. 90, tweede lid, WIB 92, inzake de voorwaarden tot erkenning van elektronische platformen van deeleconomie en tot onderwerping van de in art. 90, eerste lid, 1°bis, WIB 92, vermelde inkomsten aan de BV – BS 24.01.2017).

Vak XVII, 14: de rubriek van de bezoldigingen van bedrijfsleiders tewerkgesteld in dienstverband is uitgebreid met:

  • de bezoldigingen (van bedrijfsleiders) verkregen als zelfstandige in bijberoep
  • de bezoldigingen (van bedrijfsleiders) verkregen als student-zelfstandige.

Dat is een gevolg van de uitsluiting van die inkomsten uit het bedrag van de activiteitsinkomsten voor de berekening van het belastingkrediet voor lage activiteitsinkomsten (zie art. 289ter, § 1, tweede lid, 5°, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 11, W 18.12.2016 tot vaststelling van het sociaal en fiscaal statuut van de student-zelfstandige – BS 30.12.2016).

Vak XVIII, 15, vak XIX, 15 en vak XXI, 4: de rubrieken van:

  • de winst en de baten verkregen als zelfstandige in bijberoep
  • de bezoldigingen van meewerkende echtgenoten en wettelijk samenwonenden toegekend door een zelfstandige in bijberoep

zijn uitgebreid met, respectievelijk:

  • de winst en de baten verkregen als student-zelfstandige
  • de bezoldigingen van meewerkende echtgenoten en wettelijk samenwonenden toegekend door een student-zelfstandige.

Dat is het gevolg van de uitsluiting van die inkomsten uit het bedrag van de activiteitsinkomsten voor de berekening van het belastingkrediet voor lage activiteitsinkomsten (zie art. 289ter, § 1, tweede lid, 5°, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 11, 2°, W 18.12.2016 tot vaststelling van het sociaal en fiscaal statuut van de student-zelfstandige).

IV. Toelichting bij de aangifte

Naar analogie van deel 1 van de voorbereiding verschilt ook deel 1 van de toelichting volgens het gewest waar de belastingplichtige zijn fiscale woonplaats heeft gevestigd op 1 januari van het aanslagjaar. De verschillen tussen de gewesten situeren zich ook hier uitsluitend in de vakken IX, X en XI.

Verder zijn de passages die wezenlijke wijzigingen hebben ondergaan, aangeduid met een rode verticale stippellijn in de linkermarge. Ze hebben hoofdzakelijk betrekking op de wijzigingen besproken in de nrs. 2 tot 22 hiervoor. Daarnaast verdienen ook de volgende nieuwigheden de aandacht.

Vak II, B, Voorafgaande opmerkingen, Voorwaarden om als ten laste te kunnen worden beschouwd: 3 wijzigingen, nl.:

  • de voorwaarden om een gezinslid ten laste kunnen nemen, zijn uitgebreid met de voorwaarde dat dat gezinslid als student-zelfstandige geen bezoldigingen van bedrijfsleiders heeft verkregen:
    • die beroepskosten vormen voor een vennootschap waarvan de belastingplichtige, rechtstreeks of onrechtstreeks, bedrijfsleider is en waarover hij controle uitoefent in de zin van art. 5 van het Wetboek van de vennootschappen, en
    • die bruto, meer dan 2.000 euro bedragen en meer dan de helft vormen van zijn belastbare inkomsten, onderhoudsuitkeringen uitgezonderd

(zie art. 145, eerste lid, 2°, en tweede lid, WIB 92, ingevoegd door art. 9, W 18.12.2016 tot vaststelling van het sociaal en fiscaal statuut van de student-zelfstandige)

  • de grens van 3.200 euro, tot welke de onderhoudsuitkeringen toegekend aan kinderen niet worden beschouwd als bestaansmiddelen, geldt voortaan ook voor de aan kinderen toegekende:
    • overlevingspensioenen toegekend aan wezen in de publieke sector
    • wezenrenten

(zie art. 143, 6°, WIB 92, zoals vervangen door art. 2, W 06.03.2018 tot wijziging van het WIB 92, wat de bestaansmiddelen van wezen betreft – BS 15.03.2018).

  • de grens van 2.660 euro, tot welke de bezoldigingen verkregen door studenten in uitvoering van een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten, niet worden beschouwd als bestaansmiddelen, geldt voortaan ook voor:
    • de bezoldigingen verkregen door leerlingen in een alternerende opleiding
    • de winst, baten en bezoldigingen van bedrijfsleiders verkregen door student-zelfstandigen

(zie art. 143, 7°, WIB 92, zoals vervangen door art. 8, W 18.12.2016 tot vaststelling van het sociaal en fiscaal statuut van de student-zelfstandige).

Vak IV, A, 1, b: het bedrag waarboven het tarief van de BV op het vakantiegeld betaald door verlofkassen stijgt van 17,16 % naar 23,22 %, is verhoogd van 1.300 euro naar 1.320 euro (zie nr. 2.21 van Bijlage III van het KB/WIB 92, zoals vervangen door de bijlage bij KB 12.12.2016 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de BV – BS 16.12.2016).

Vak IV, M en Vak XVII, 17: de aanslagvoet van 27 % van de RV op inkomsten uit auteursrechten, naburige rechten en wettelijke en verplichte licenties is verhoogd naar 30 % (zie art. 269, § 1, 1°, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 94, 1°, programmawet 25.12.2016).

Vak V, A: de omschrijving van de in vak V, A bedoelde pensioenen is uitgebreid met de pensioenen, renten, enz. die geen betrekking hebben op een beroepswerkzaamheid, maar toegekend zijn in het kader van een wettelijke sociale beschermingsregeling (zie art. 34, § 1, 1°, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 9, W 25.12.2017 houdende diverse fiscale bepalingen III – BS 29.12.2017 – en zie ook circ. 2018/C/34 van 08.03.2018).

Vak VII, A, 2, b: 3 wijzigingen, nl.:

  • de dividenden van 'residentiële' vastgoedbevaks en gereglementeerde vastgoedvennootschappen zijn niet langer belastbaar tegen 27 %, maar tegen 15 % (zie art. 171, 3°quater, WIB 92, zoals hersteld door art. 89, W 18.12.2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën)
  • uitbreiding van de vrijstelling van de eerste schijf van 190 euro:
    • van de dividenden van erkende coöperatieve vennootschappen
    • van de interesten en dividenden van erkende vennootschappen met een sociaal oogmerk

tot de dividenden en interesten van gelijkaardige vennootschappen gevestigd in andere lidstaten van de EER die aldaar op een gelijkaardige wijze zijn erkend (zie art. 21, eerste lid, 6° en 10 °, WIB 92, zoals vervangen door art. 48, a en b, W 31.07.2017 houdende diverse financiële en fiscale bepalingen en houdende maatregelen inzake concessieovereenkomsten – BS 11.08.2017)

  • inlassing van de vermelding dat belastingplichtigen die aanspraak maken op de vrijstelling van de interesten op de eerste schijf van 15.000 euro van de leningen verstrekt aan startende kleine ondernemingen, het in art. 2bis, KB/WIB 92, bedoelde document ter beschikking moeten houden van de belastingdienst (zie art. 2bis, KB/WIB 92, ingevoegd door art. 1, KB 28.04.2017 m.b.t. de vrijstelling voor interesten uit leningen aan startende ondernemingen – BS 09.05.2017).

Vak IX, I (Vlaams Gewest), 1, In uw aangifte te vermelden bedrag, 3de stap: inlassing van de verduidelijking dat, om te bepalen of een woning op 31.12.2017 (nog altijd) zijn enige woning was, de belastingplichtige die aanspraak maakt op de 'geïntegreerde woonbonus' een onderscheid moet maken naargelang hij de lening heeft aangegaan:

  • in 2016: alsdan moet hij geen rekening houden met andere woningen waarvan hij op 31.12.2017 naakte eigenaar is
  • in 2017: alsdan moet hij geen rekening houden met:
    • andere woningen waarvan hij op 31.12.2017 mede-eigenaar, naakte eigenaar of vruchtgebruiker was door erfenis
    • andere woningen die op 31.12.2017 op de vastgoedmarkt te koop werden aangeboden en die hij ten laatste op 31.12.2018 zal hebben verkocht

(zie ook nrs. 58 en 61, circ. 2018/C/51 van 26.04.2017).

Vak IX, I (Brussels Hoofdstedelijk Gewest), Voorafgaande opmerkingen, Belangrijke opmerking: inlassing van de opmerking dat de belastingplichtige geen interesten, kapitaalaflossingen, premies van individuele levensverzekeringen en erfpacht-of opstalvergoedingen of gelijkaardige vergoedingen meer mag aangeven die betrekking hebben op vanaf 2017 gesloten leningen of contracten om een erfpacht- of opstalrecht of een gelijkaardig onroerend recht te verkrijgen (zie art. 14536bis, 1°, WIB 92, ingevoegd door art. 24, Ord. 12.12.2016 – BS 29.12.2016).

Vak X, I (Vlaams Gewest), E: 2 wijzigingen, nl.:

  • inlassing van 2 bijkomende voorwaarden voor de vermindering voor dakisolatie:
    • het aannemingscontract moet gesloten zijn vóór 01.01.2007
    • er moet al een voorschot betaald zijn vóór 01.01.2017

(zie art. 14547, eerste lid, WIB 92 (Vlaams Gewest), zoals gewijzigd door art. 46, Vlaams D 23.12.2016 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2017 – BS 29.12.2016 – en zie ook nrs. 6 tot 13, circ. 2017/C/45 van 13.07.2017)

  • inlassing van de verduidelijking dat de aannemer op de facturen (of de bijlagen erbij) moet bevestigen dat de thermische weerstand R van het nieuw geplaatste isolatiemateriaal ten minste 4,5 m2 kelvin per watt bedraagt (zie art. 6318/15, KB/WIB 92, zoals gewijzigd door art. 1, B Vlaamse Regering 15.07.2016 houdende wijziging van het Energiebesluit van 19.11.2010, wat betreft diverse bepalingen inzake energie-efficiëntie – BS 15.09.2016 – en zie ook nrs. 14 tot 16, circ. 2017/C/45 van 13.07.2017).

Vak X, F: de opmerking over de betalingen die geen recht geven op een belastingvermindering voor het verwerven van nieuwe aandelen van startende ondernemingen is aangevuld met de betalingen die via een crowdfundingplatform zijn gedaan (als gevolg van de wijziging van art. 14526, § 3, derde lid, WIB 92, door art. 2, c, d en e, W 17.12.2017 houdende diverse fiscale bepalingen II – BS 22.12.2017).

Vak XVI, A, 1, a: de aanslagvoet van 27 % van de RV op loten van effecten van leningen is verhoogd naar 30 % (zie art. 269, § 1, 1°, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 94, 1°, programmawet 25.12.2016).

Vak XVII, 3: de revalorisatiecoëfficiënt die bedrijfsleiders moeten toepassen om het gedeelte van hun huurinkomsten te bepalen dat zij als bezoldigingen van bedrijfsleiders moeten beschouwen, is verhoogd van 4,31 naar 4,39 (zie art. 1, KB/WIB 92, zoals gewijzigd door art. 1, KB 18.07.2017 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de revalorisatiecoëfficiënt voor kadastrale inkomens – BS 04.08.2017).

Vak XVIII, Voorafgaande opmerkingen, Belastingplichtigen uit de landbouwsector: inlassing van een opmerking over de vrijstelling van bepaalde vergoedingen die melkproducenten in uitvoering van de Europese regelgeving hebben verkregen als compensatie voor de vermindering van hun melkproductie tijdens de maanden oktober 2016 tot maart 2017 (zie art. 2, W 25.12.2017 houdende diverse fiscale bepalingen III en zie ook circ. 2018/C/14 van 30.01.2018).

Vak XX, 3: verduidelijking dat de BV ingehouden op winst of baten uit diensten verleend in het kader van de deeleconomie, maar die geen diverse inkomsten zijn, in deze rubriek kan worden vermeld.

Vak XX, 4: inlassing van een opmerking over de berekening van het belastingkrediet bedoeld in art. 289bis, WIB 92. Om dat belastingkrediet te berekenen mag de belastingplichtige voortaan geen rekening meer houden met vaste activa en schulden in de mate dat ze verband houden met werkzaamheden die winst of baten opbrengen waarvoor een belastingvermindering voor inkomsten van buitenlandse oorsprong kan worden toegepast (zie art. 289bis, § 1, tweede lid, WIB 92, ingevoegd door art. 127, programmawet 25.12.2017 en zie ook nr. 5, circ. 2018/C/17 van 05.02.2018).