Wanneer mag je facture (of invoice) zeggen tegen een factuur?

Geschreven door Mr. Ann Taghon, Van Eeckhoutte, Taquet & Clesse, www.bellaw.be
Foto: Quinn Dombrowski  

Art. 2 Decr.Vl. 7 juli 2017 houdende diverse bepalingen met betrekking tot het beleidsdomein Werk en Sociale Economie, BS 1 augustus 2017

Als beoefenaar van het sociaal recht weet u dat het op basis van het Nederlands Taaldecreet verplicht is het Nederlands te gebruiken voor de sociale betrekkingen met werknemers verbonden aan een exploitatiezetel in het Nederlands taalgebied.

Mogelijk minder gekend is dat het Nederlands Taaldecreet ook het gebruik van het Nederlands verplicht voor de “wettelijk voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen” met een exploitatiezetel in het Nederlands taalgebied, zelfs al gaat het om documenten zonder verband met de sociale betrekkingen.

D.w.z. dat bv. facturen (of minstens de wettelijk verplichte vermeldingen daarvan) in het Nederlands moeten opgesteld worden. Is dat niet het geval, dan geldt (net zoals wat de sociale betrekkingen betreft) een zware nietigheidssanctie. Een factuur die niet in het Nederlands werd opgesteld, is absoluut nietig. Ze wordt geacht niet te hebben bestaan.

Het is duidelijk dat een dergelijk streng voorschrift hinderlijk kan zijn voor de grensoverschrijdende handel: veel personen en ondernemingen aan wie moet worden gefactureerd, zullen het Nederlands niet machtig zijn en een factuur in de eigen taal verkiezen.

Volg het on demand seminarie Blockchain en Smart Contracts – Impact op de juridische sector met Kristof VERSLYPE

Dat bracht de rechtbank van koophandel te Gent ertoe aan het Hof van Justitie de prejudiciële vraag te stellen of het Vlaamse voorschrift met de eraan gekoppelde nietigheidssanctie geen belemmering uitmaakt van het vrij verkeer van goederen. Het Hof van Justitie beantwoordde die vraag bevestigend, althans wanneer het gaat over vermeldingen op facturen betreffende grensoverschrijdende transacties (HvJ 21 juni 2016, C-15/15 (New Valmar)).

Als gevolg van het arrest van het Hof van Justitie heeft de Vlaamse decreetgever deze zomer het Nederlands Taaldecreet aangepast.

De aanpassing bestaat hierin dat is bepaald dat voor facturen gericht aan een natuurlijke persoon gevestigd in een van de EER-lidstaten of aan een onderneming met een exploitatiezetel gevestigd in een van de EER-lidstaten (België uitgezonderd), “bijkomend” een rechtsgeldige versie kan worden opgemaakt in een andere officiële EER-taal. Die andere officiële EER-taal moet door alle betrokken partijen begrepen worden.

Het gaat om een “bijkomende” rechtsgeldige versie. D.w.z. dat nog steeds een Nederlandstalige versie moet worden opgesteld. Als er een verschil bestaat tussen de Nederlandstalige versie en de anderstalige versie van de factuur, heeft de Nederlandstalige versie van het document voorrang.

Ander interessant artikel:  De taal van de factuur - evident in de taal van de klant of toch niet...

Let erop dat de versoepeling enkel geldt in de Europeesrechtelijke context. Aan een factuur die is bestemd voor een partij in België, bv. in Wallonië of Brussel, of die een bestemming heeft buiten de EER mag wel een vertaling toegevoegd worden. Die heeft dan weliswaar niet het statuut van “rechtsgeldige versie”.

Klinkt dit alles u bekend in de oren? U heeft het bij het rechte eind. De hier besproken aanpassing in het Nederlands Taaldecreet  is helemaal parallel aan de aanpassing die in 2014 werd gedaan m.b.t. arbeidsovereenkomsten met een grensoverschrijdend karakter na het arrest van het Hof van Justitie in de zaak-Anton Las (zie SoCompact nr. 17-2014).