Vlaamse werkvergunning hoogopgeleide niet-EU onderdanen - Van 1 naar 3 jaar

Geschreven door Lexalert

Niet-EU-burgers kunnen in Vlaanderen binnenkort een arbeidskaart voor een periode tot drie jaar krijgen. Werknemers die vier jaar onafgebroken voor één werkgever hebben gewerkt krijgen een vergunning voor onbepaalde duur. Deze wijziging zou op 1 januari 2019 goedgekeurd moeten worden. De Vlaamse regering keurde op 13 juli 2018 een ontwerp van besluit goed. 

Wat wijzigt er concreet? 

a)   Voor hoogopgeleide profielen geldt een algemeen vermoeden van tekorten op de arbeidsmarkt. Zij krijgen, op basis van een arbeidsovereenkomst met een werkgever, eenvoudig toegang tot de arbeidsmarkt op basis van een diploma van het hoger onderwijs en een marktconform loon.

b)   Middengeschoolde profielen kunnen aangetrokken worden uit het buitenland, indien ze een functie komen uitvoeren waarvoor onze arbeidsmarkt structurele tekorten vertoont. De minister stelt tweejaarlijks een lijst op met functies waarvoor zich structurele tekorten voordoen (dynamische knelpuntberoepenlijst). Buitenlandse arbeidskrachten krijgen  in  het  geval  van  structurele  tekorten  eenvoudig  toegang  tot  de arbeidsmarkt, op basis van een contract met de werkgever en het wettelijk bepaalde loon.

c)   In uitzonderlijke gevallen kan ook voor functies die niet vermeld staan op  de dynamische knelpuntberoepenlijst, in het buitenland gerekruteerd worden. Deze procedure is uitzonderlijk omdat voor deze functies geen structurele tekorten bestaan. De werkgever dient de bijzondere economische of sociale reden aan te geven die de aanvraag motiveert. Indien deze redenen aanvaard worden en de aanvraag ontvankelijk is, wordt een individueel arbeidsmarktonderz oek uitgevoerd door de VDAB.

Administratieve vereenvoudiging vormt een belangrijke bouwsteen van het nieuwe economische migratiebeleid. Op drie punten voert dit ontwerpbesluit administratieve vereenvoudigingen door:

a)  De huidige beperking van de arbeidskaart tot twaalf maanden betekent voor de werkgever een jaarlijks wederkerende administratieve belasting. In het geval van hoogopgeleide profielen is het verantwoord dat een arbeidskaart voor langere duur toegekend wordt. De duurtijd van de toelating tot arbeid kan wordt tot de duurtijd van de arbeidsovereenkomst worden verlengd, met een maximumduur van drie jaar.

b) De toelating tot arbeid voor een bepaalde duur blijft gelinkt aan één werkgever. In bepaalde gevallen kan de werknemer echter ingezet worden voor verschillende werkgevers of voor verschillende gebruikers van één werkgever.

c)  Door de afschaffing van de vereiste van bilateraal tewerkstellingsakkoord en de structurele verankering van de toegang tot de arbeidsmarkt op grond van de knelpuntberoepenlijst, krijgen meer aanvragen een beslissing in eerste aanleg. De minister kan in individuele gevallen om economische of sociale reden wel nog bepaalde afwijkingen toestaan.

Naast het inzetten op het aantrekken van buitenlands toptalent, moet aanwezig talent ook structureel verankerd worden in onze ondernemingen. Buitenlandse werknemers die voor een werkgever gevestigd in het Vlaamse Gewest gedurende vier jaar gewerkt hebben, krijgen een toelating tot arbeid voor onbepaalde duur. Ook hoogopgeleide profielen komen in aanmerking voor deze toelating tot arbeid voor onbepaalde duur.

Bedoeling van het nieuwe economische migratiebeleid is om bestaande barrières die het aantrekken van toptalent in de weg staan, weg te werken. Het aantrekken van buitenlands talent mag echter geen aanleiding geven tot vervanging van eigen werknemers, tot oneerlijke concurrentie of tot sociale dumping op onze arbeidsmarkt. Het ontwerpbesluit bevat daartoe volgende maatregelen:

a) Er wordt een algemeen vervangingsverbod van eigen werknemers ingevoerd. De toelating tot arbeid wordt geweigerd indien de werkgever gedurende een periode van zes maanden voorafgaand aan de aanvraag een volledige betrekking heeft afgeschaft om de vacature die de werkgever met die aanvraag wil invullen, te creëren.

b) Werkgevers die buitenlands talent aanwerven, betalen hen een marktconform loon.

Lees ook: Single permit - Gecombineerde vergunning voor buitenlandse werknemers

Voor de tewerkstelling van hoogopgeleiden wordt niet langer één algemeen salarisbarema vastgelegd. Gezien de grote diversiteit aan functies en sectoren binnen de hoogopgeleide profielen, wordt een algemene vereiste gesteld van marktconform loon. Om richting te geven aan de invulling van dit marktconform loon, zal de groep van hoogopgeleide functies (ISCO categorieën 1, 2 en 3) worden opgedeeld in vijf referentiegroepen. Op basis van actuele statistische loongegevens kent de minister aan elke referentiegroep een gemiddeld salaris toe. Dit salarisbarema geldt als richtbedrag bij de beoordeling of een marktconform loon betaald wordt.

Voor de aanwerving van middengeschoolden dient de werkgever de toepasselijke wetten of collectieve overeenkomsten inzake lonen te respecteren, met als absolute minimum het gemiddeld gewaarborgd maandelijks minimuminkomen dat de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van 2 mei 1988 vastlegt.

De toegang tot de arbeidsmarkt in kader van de Europese blauwe kaart en de toegang tot de arbeidsmarkt voor langdurig ingezeten derdelanders uit een andere EU -lidstaat waren reeds voorzien in het koninklijk besluit van 9 juni 1999. Beide categorieën blijven behouden, maar worden vereenvoudigd. Ook worden de bestaande categorieën stagiairs en onderzoekers aangepast aan de bepalingen van de richtlijn 2016/801.

Het ontwerpbesluit voert een aantal nieuwe categorieën van buitenlandse werknemers toe: het gaat om: 

  • overgeplaatste werknemers binnen de eigen onderneming, 
  • seizoenarbeiders en 
  • vrijwilligers. 

De federale overheid zal aan buitenlandse studenten in universiteiten en hogescholen, of onderzoekers in wetenschappelijke instellingen na het afronden van hun studie of onderzoek een extra zoekperiode gegeven worden, conform de bepalingen van de Europese richtlijn 2016/801. Gedurende deze periode krijgen ze de kans om een job te vinden, of een zelfstandige activiteit op te starten. Het verblijfsrecht van betrokkene wordt daartoe verlengd. Op basis van dit verblijfsrecht kunnen deze derdelanders tijdens de zoekperiode ondersteund worden door maatschappelijke integratie.

Wat de procedure betreft, bevat het besluit maatregelen ter omzetting van de richtlijn 2011/98/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in  een  lidstaat  verblijven  (hierna  “de  richtlijn  2011/98”).  De  bepalingen  inzake  de gecombineerde procedure vormen de nadere uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten, waarmee het Vlaamse Gewest instemde bij decreet van 23 maart 2018.

Het hoofdstuk aangaande de gecombineerde procedure (hoofdstuk 9) neemt de bepalingen over die ingevoerd werden in artikel 17 en 18 van het koninklijke besluit van 9 juni 1999 door het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, wat betreft de invoering van de gecombineerde procedure, en tot opheffing van het koninklijk besluit van 3 augustus 2012 betreffende de regels voor het indienen van de aanvragen en het afleveren van voorlopige arbeidsvergunning in het kader van de aanvraag door een buitenlandse werknemer ter verkrijgen van een “Europese blauwe kaart”.

Daarnaast wordt in hoofdstuk 10 van dit ontwerp van besluit ook de procedure die leidt tot de afgifte van de arbeidsvergunning en de arbeidskaart verduidelijkt. Deze gewone procedure is van toepassing wanneer de gecombineerde procedure niet van toepassing is.

Het ontwerp van besluit heft het bestaande koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers op. De wet van 30 april 1999 wordt voor wat betreft de tewerkstelling van buitenlandse werknemers in het Vlaams Gewest uitgevoerd bij een nieuw besluit.

Lees de volledige tekst van het Besluit van de Vlaamse Regering houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers