Vlaamse erfbelasting - Invoering van een nieuwe flexibele erfenissprong

Geschreven door Lexalert

Het ontwerp van decreet dat de Vlaamse erfbelasting hervormt, voorziet in de invoering van een eigen en nieuwe mogelijkheid om een erfenissprong te realiseren. Deze erfenissprong krijgt zijn fiscale vertaling in een nieuwe vrijstelling van schenkbelasting, niet van erfbelasting.

Bepaalde erfopvolgers  hebben de wens om, na een erfdeel te hebben aanvaard, een deel ervan zo gauw mogelijk door te schenken aan de volgende generatie.

Fiscaal gezien betekent dit echter dat er op korte tijd in principe twee maal een belasting op de overdracht  van dezelfde goederen wordt  geheven:  erfbelasting op  de erfelijke overdracht  en schenkbelasting op de overdracht tussen de erfopvolger-schenker aan de volgende generatie.

Als er zich twee erfelijke overdrachten voordoen m.b.t. dezelfde goederen binnen het jaar, voorziet de fiscale regelgeving (art. 2.7.5.0.3  VCF) een gunstregeling voor de erfbelasting die verschuldigd is naar aanleiding van de tweede erfelijke overdracht. Deze gunstregeling  moet worden beschouwd als een gedeeltelijke non bis in idem-regel.

De voorgestelde  nieuwe bepaling heeft de bedoeling eenzelfde, zij het nog ruimere, non bis in idem- regel in te voeren tussen de erf- en de schenkbelasting. Als de waarde van de goederen, die met erfbelasting is belast, binnen het jaar door de erfopvolger bij schenking wordt overgedragen aan de volgende generatie, wordt  de schenking vrijgesteld van de schenkbelasting.  De waarde van de goederen moet effectief aan de begiftigde worden overgedragen binnen het jaar. De vrijstelling kan dus niet worden toegepast bij een schenking onder een opschortende voorwaarde of termijn.

De toepassing van deze non bis in idem-regel veronderstelt bovendien:

  • dat de schenking gebeurt bij notariële akte (omwille van het bewijs van het gegeven dat de termijn van één jaar is gerespecteerd);
  • dat het overlijden van de erflater heeft plaats gevonden na 31 augustus 2018
  • dat er erfbelasting werd geheven op de erfelijke overdracht;
  • dat deze erfbelasting  werd geheven door het Vlaamse Gewest;
  • dat de vrijstelling die geldt in de schenkbelasting niet hoger kan zijn dan het bedrag van de erfbelasting dat reeds werd geheven.

Om misbruiken te voorkomen, is bovendien vereist dat de geheven erfbelasting  reeds is betaald op het ogenblik dat de vrijstelling in de schenkbelasting  wordt  toegepast.  Bovendien  wordt  enkel rekening gehouden met het bedrag van de erfbelasting dat op regelmatige wijze is geheven op de initiële aangifte die door de aangevers is ingediend. Aanvullende erfbelasting, die nadien wordt geheven naar aanleiding van de indiening van aanvullende of  nieuwe aangiften of  van een ambtshalve aanslag, blijft buiten beschouwing. Anders zou een correcte toepassing van de vrijstelling administratief gezien onmogelijk op te volgen zijn.

De vrijstelling van de schenkbelasting kan niet verleend worden in de mate deze betrekking heeft op onroerende goederen die geen deel uitmaakten van de verkrijging uit de nalatenschap.

Het is immers de bedoeling dat er een duidelijke band zichtbaar blijft tussen de verkrijging uit de nalatenschap enerzijds en de vrijgestelde schenking anderzijds. Wanneer de erfopvolger belastingvrij eigen onroerende goederen, reeds bezeten vóór of verworven na de verkrijging uit de nalatenschap, zou kunnen schenken, zou die band veel minder duidelijk zijn of zelfs onbestaande kunnen zijn.

Lees ook: Aanpassing erfbelasting aan nieuwe erfrecht: De Vlaamse regering beslist als volgt: voortgezet vruchtgebruik wel, terugval van vruchtgebruik niet (meer) belast met erfbelasting

De belastingvrije schenking is wel mogelijk wanneer de erfopvolger vóór het overlijden al zakelijke rechten op het onroerend goed had. Dus wanneer de erfopvolger onverdeeld mede-eigenaar was of een beperkt zakelijk recht op een deel of op het geheel van het goed bezat dat voor een ander deel het  voorwerp vormt  van de verkrijging bij  het  overlijden,  dan is er geen beletsel tegen  de belastingvrije schenking.

Enkel voor onroerende goederen die volledig vreemd zijn aan de verkrijging bij overlijden en waarop de erfopvolger zakelijke rechten bezit die niet worden uitgebreid ingevolge de verkrijging bij het overlijden geldt deze uitsluiting zoals vermeld in het vierde lid.

Deze zogenaamde doorgeefschenking wordt voor wat het zogenaamde progressievoorbehoud betreft op gelijke wijze behandeld als andere schenkingen. Dit betekent dan in concreto :

  1. Voor een nieuwe schenking na een zogenaamde doorgeefschenking  (door  dezelfde schenker aan dezelfde begiftigde binnen de drie jaar) wordt het progressievoorbehoud bij deze tweede schenking toegepast.
  2. Wanneer de zogenaamde doorgeefschenking  een eerdere schenking door dezelfde schenker aan dezelfde begiftigde  volgt  binnen de drie  jaar,  dan  zal de  gewone schenkbelasting op  deze doorgeefschenking worden berekend, dus met toepassing van progressievoorbehoud. Op dit bedrag zal vervolgens de gehele of gedeeltelijke vrijstelling volgens de hier uiteengezette voorwaarden en criteria worden toegepast.
  3. Wanneer de schenker op zijn beurt overlijdt binnen drie jaar na de doorgeefschenking, dan zal bij de berekening van de erfbelasting het progressievoorbehoud toepasbaar zijn rekening houdend met de heffingsgrondslag van de doorgeefschenking.

Lees de volledige tekst van het voorontwerp van decreet tot modernisering van de erfbelasting, aangepast aan het nieuwe erfrecht