Vlaamse Codex Fiscaliteit - Vermindering onroerende voorheffing nieuwbouw ifv E-peil aangepast

Geschreven door Lexalert
Foto: jude hill

De bepalingen omtrent het E-peil voor  nieuwbouw worden aangepast in de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF) in het Voorontwerp van decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 dat op 20 mei 2015 in het Vlaamse Parlement neergelegd werd. 

Wijziging

In artikel 2.1.5.0.1, §2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1°  in het eerste lid worden punt 4° en 5° vervangen door wat volgt:

“4° 50% van de onroerende voorheffing gedurende vijf jaar voor gebouwde onroerende goederen waarvoor de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning is ingediend na 31 december 2012 en die op 1 januari van het aanslagjaar ten hoogste een E-peil hebben volgens de volgende tabel:

datum aanvraag stedenbouwkundige vergunning

E-peil nieuwbouw

vanaf 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013

E50

vanaf 1 januari 2014 tot en met 31 december 2015

E40

vanaf 1 januari 2016

E30 

5°  100% van de onroerende voorheffing gedurende vijf jaar voor gebouwde onroerende goederen waarvoor de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning is ingediend na 31 december 2012 en die op 1 januari van het aanslagjaar een E-peil hebben volgens de volgende tabel:

datum aanvraag stedenbouwkundige vergunning

E-peil nieuwbouw

vanaf 1 januari 2014 tot en met 31 december 2015

E30

vanaf 1 januari 2016

E20

2°  het zesde lid wordt vervangen door wat volgt:

“Alleen de gebouwde onroerende goederen waarvoor het vereiste E-peil voor het gebouw als geheel is bepaald, komen in aanmerking voor de verminderingen, vermeld in het eerste lid. De verminderingen worden alleen toegekend als het gaat om nieuwbouw als vermeld in artikel 1.1.1, §2, 110°, van het Energiebesluit van 19 november 2010.”.

Verantwoording

De aanpassingen aan artikel 2.1.5.0.1, §2, eerste lid, 4° en 5° zijn er op gericht om de belastingplichtigen die een nieuwbouw oprichten te ondersteunen en te stimuleren tot de naleving van de nieuw opgelegde en verstrengde E-peil eisen.

Een volgende aanscherping van de E-peil-eis is gepland voor 2016. Het maximale E-peil in 2016 wordt:

  • E50 voor nieuwe woningen en appartementen;
  • E55 voor nieuwe kantoren en scholen;
  • E50 voor nieuwe kantoren van publieke organisaties.

Het is aangewezen om de aanpassing van de voorwaarde voor verlaging onroerende voorheffing voor vergunningen aangevraagd vanaf 2016, nu al op te nemen in de Vlaamse Codex Fiscaliteit. Door de wijziging op te  nemen,  ontstaat  een  duidelijk  en  voorspelbaar ondersteuningsbeleid. Daarnaast wordt er een bijkomende fiscale stimulans ingevoerd voor vroege volgers en voorlopers die aan een lager E-peil dan wettelijk wordt opgelegd bouwen.

Onder nieuwbouw wordt verstaan het optrekken van een nieuw gebouw of het optrekken van een groot nieuw deel aan een bestaand gebouw met een beschermd volume dat groter is dan 800 m³, of met minstens een wooneenheid, al dan niet voorafgegaan door sloopwerken, of het ontmantelen van een gebouw (definitie art. 1.1.1, §2, 110° Energiebesluit van 19 november 2010).

De verwijzingen in artikel 2.1.5.0.1, §2, zesde lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit naar bepaalde artikelen van het Energiebesluit van 19 november 2010 zijn niet langer correct. Om dit recht te zetten werden de verwijzingen naar het energiebesluit van 19 november 2010 aangepast.  Hierdoor  wordt  in  de  VCF  verduidelijkt  dat  naast nieuwbouw ook volledige herbouwde goederen en ontmantelde goederen in aanmerking komen voor de vermindering.

De SERV onderschrijft de afstemming van de voorwaarden tot het bekomen van een vermindering op de onroerende voorheffing op de verstrengde E-peileisen.

Dit  neemt  niet  weg  dat  de  raad  erg  kritisch  blijft  bij  de vermindering  van  de  onroerende  voorheffing  als  maatregel  om voorlopers op het vlak van energiezuinig bouwen te ondersteunen. Alternatieven voor de vermindering van de onroerende voorheffing moeten onderzocht worden omdat er belangrijke bedenkingen zijn bij de effectiviteit, de efficiëntie en de rechtvaardigheid ervan als voorlopersinstrument voor nieuwbouw.

De SERV wijst ook op de nood om voorlopers bij het energetisch renoveren van bestaande woningen te stimuleren. Uit de reactie op het advies van de Inspectie van Financiën op het voorontwerp blijkt dat de uitbreiding van de vermindering van de onroerende voorheffing voor ingrijpende energetische renovaties niet is weerhouden. De raad betreurt dit omdat jaarlijks maar 1% van het gebouwenbestand wordt vervangen en veruit het grootste besparingspotentieel in het renovatiesegment te vinden is.

In antwoord op deze opmerkingen kan worden opgemerkt dat het aantal toegekende verminderingen in stijgende lijn is (zie Vl. Parl. 2014-2015, vraag nr. 147 R. Bothuyne) zodat het toch een efficiënt en effectief instrument lijkt te zijn.

Wat de energetische renovatie betreft, wordt akte genomen van het standpunt van de SERV.

In  navolging  van  het  advies  van  de  Raad  van  State  wordt verduidelijkt waarom de vermindering van de onroerende voorheffing beperkt kan blijven tot nieuwbouw.

In het huidig artikel 2.1.5.0.1, §2, zesde lid, VCF wordt verwezen naar artikel 9.1.11, § 1, artikel 9.1.15, eerste lid, en artikel 9.1.18 van het Energiebesluit van 19 november 2010. In de memorie van toelichting bij het Decreet van 21 december 2012 wordt verduidelijkt dat de vermindering van het huidig artikel 2.1.50.1. VCF enkel zal worden toegekend wanneer het gaat om de gebouwen die bedoeld worden in artikel 9.1.11, §1, (nieuwbouw), artikel 9.1.15, eerste lid (herbouw na volledige afbraak), en artikel 9.1.18 (casco verbouwing) van het Energiebesluit van 19 november 2010.

De  verwijzing  naar  artikel  9.1.15,  eerste  lid,  van  het Energiebesluit betrof de herbouw na volledige afbraak . Dit artikel werd aangepast door artikel 20 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 mei 2011 houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid, waardoor ook renovaties werden gevat. Het is evenwel nooit de bedoeling geweest om renovaties in aanmerking te laten komen voor de vermindering onroerende voorheffing. Bovendien wordt er geen E-peil toegekend bij gewone renovaties wat de regeling in dat geval onuitvoerbaar zou maken. Een retro-actieve inwerkingtreding dringt zich bijgevolg ook niet op. Daarmee wordt meteen tegemoet gekomen aan de randbemerking 16 uit het advies van de Raad van State. Artikel 37 werd op dat punt synchroon aangepast. Deze nieuwe regeling kan in werking treden vanaf aanslagjaar 2016.

Lees de volledige tekst van het Voorontwerp van decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013