Vlaams Huurdecreet - Kortlopende huurovereenomsten - Opzegging door de huurder

Geschreven door Lexalert
Foto: Gregory P. Smith  

Het ontwerp van Vlaams Huurdecreet voorziet dat de huurder steeds de mogelijkheid heeft om ook een kortlopende huurovereenkomst op te zeggen met een opzeggingstermijn van drie maanden.

Deze opzeggingsmogelijkheid heeft de huurder van een kortlopende huurovereenkomst in principe momenteel niet, aangezien een kortlopende huurovereenkomst wordt geacht te zijn aangegaan voor een vaste periode en niet vervroegd opzegbaar is. Bepaalde rechtspraak staat een opzeggingsmogelijkheid voor de huurder echter wel toe. Aangezien de wet dit echter niet uitdrukkelijk toelaat, heerst op dit vlak rechtsonzekerheid. Het is dus nodig dat de decreetgever deze mogelijkheid uitdrukkelijk inschrijft in het Vlaamse Huurdecreet, zodat deze rechtsonzekerheid wordt weggenomen. Uit het evaluatieonderzoek door het Steunpunt Wonen blijkt dat verhuurders er niet negatief tegenover staan dat de opzeggingsmogelijkheid enkel in hoofde van de huurder wordt vastgesteld.

Aangezien de huurder door de vervroegde opzegging enigszins afbreuk doet aan het vertrouwen van de verhuurder gedurende een bepaalde periode een huurder te hebben, dient de huurder wel een opzeggingsvergoeding te betalen. De maximale hoogte van deze opzeggingsvergoeding wordt dwingend vastgelegd en wordt gehalveerd ten opzichte van de opzeggingsvergoeding die de huurder met een langlopende huurovereenkomst moet betalen indien de huurovereenkomst een einde neemt gedurende de eerste drie jaren. Het vertrouwen van de verhuurder om gedurende een bepaalde periode een huurder te hebben was immers kleiner, gelet op het feit dat de huurovereenkomst van korte duur.

Volg het on demand seminarie Blockchain en Smart Contracts – Impact op de juridische sector met Kristof VERSLYPE

De bemerking dat de hoogte van de opzeggingsvergoeding wordt bepaald door het tijdstip waarop de huurovereenkomst eindigt, zoals gemaakt bij de bespreking van artikel 20, is ook hier van toepassing. Specifiek voor opeenvolgende kortlopende huurovereenkomsten dient de hoogte van de opzeggingsvergoeding bepaald te worden aan de hand van de totale duur van de opeenvolgende kortlopende huurovereenkomsten of de totale duur van een verlengde kortlopende huurovereenkomst. De decretale regeling gaat immers ook uit van het optellen van de duur van verschillende kortlopende huurovereenkomsten om de totale duur te bepalen. Indien een huurder en verhuurder een huurovereenkomst sluiten voor één jaar en vervolgens opnieuw een overeenkomst voor één jaar, die in de loop van dat jaar door de huurder opgezegd wordt en eindigt, zal de huurder de opzeggingsvergoeding    van    één    maand    huur    moeten    betalen    (de huurovereenkomst neemt een einde in het tweede jaar).

Lees ook: Vlaams Huurdecreet - Renovatiehuurovereenkomst

Tot slot wordt ook voor kortlopende huurovereenkomsten bepaald dat zolang de huurovereenkomst niet geregistreerd is, de huurder kan opzeggen zonder opzeggingstermijn en zonder opzeggingsvergoeding. Ook de huurder van een huurovereenkomst van korte duur heeft er immers belang bij dat de huurovereenkomst wordt geregistreerd. Zoals bij huurovereenkomsten van negen jaar dient de huurder de verhuurder op de hoogte te stellen en gaat de opzegging pas in op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de opzegging werd gedaan.

Lees de volledige tekst van het voorontwerp van decreet houdende bepalingen betreffende de huur van voor bewoning bestemde goederen of delen ervan