Verplaatsingstijd is (betaalde) arbeidstijd

Geschreven door , Instituut voor Arbeidsrecht - KULeuven, www.instituutvoorarbeidsrecht.be
Foto: Frank  

Een echtpaar werkt samen als vlinderploeg in de schoonmaaksector en verplaatst zich doorheen de werkdag geregeld naar verschillende klanten. De werkgever vergoedde deze verplaatsingen met een mobiliteitsvergoeding. Volgens de werknemers is de verplaatsingstijd van de woonplaats naar de eerste en laatste plaats van tewerkstelling en de tijd waarin zij zich tussen de werven verplaatsten, arbeidstijd.

Het arbeidshof verwijst naar het begrip arbeidstijd uit de Europese Arbeidstijdrichtlijn, en stelt dat op de nationale rechter de verplichting rust het nationaal recht zoveel mogelijk in overeenstemming met het Europees recht uit te leggen. Vervolgens verwijst het arbeidshof naar het arrest-Tyco (C-266/14, NB Arbeidsrecht 2015/7), waarin geoordeeld werd dat de tijd die werknemers zonder vaste of gebruikelijke werkplek dagelijks besteden aan de reis tussen hun woonplaats en de locatie van de door de werkgever aangeduide klant, arbeidstijd is in de zin van de Arbeidstijdrichtlijn. Het arbeidshof vervolgt dat ook in deze zaak de verplaatsingstijd bijgevolg als arbeidstijd moet worden gezien, een andere lezing zou in strijd zijn met het doel van de Arbeidstijdrichtlijn.

Ander interessant artikel: Aan de dringende reden tot ontslag voorafgaande feiten

Nu de verplaatsingstijd arbeidstijd is, rest nog de belangrijke vraag hoe die moet worden vergoed. Het arbeidshof merkt terecht op dat noch de Europese, noch de Belgische wetgeving iets bepaalt over een vergoeding. Een sector-cao bepaalt wel een mobiliteitsvergoeding voor verplaatsingstijd, maar die geldt niet voor vlinderploegen waartoe de werkneemster volgens het arbeidshof behoort, zodat volgens het arbeidshof voor de verplaatsingstijd hetzelfde loon als de effectieve arbeid moet worden betaald. Komt nog bij dat de grens voor overloon in de sector op 37 uur is bepaald en het arbeidshof oordeelt dat er kan worden teruggegaan tot het begin van de tewerkstelling, zodat de werkneemster het bedrag van 56.322,30 EUR bruto als loonachterstal wordt toegekend. Zelf moet ze wel de ontvangen mobiliteitsvergoeding terugbetalen van 4.880,09 EUR netto. (Sarah De Groof)

We voegen het arrest voor de werkneemster toe, op dezelfde datum werd een gelijkaardig arrest voor de echtgenoot uitgesproken.