Verlaging werkgeversbijdragen voor werknemers van categorieën 2 en 3

Geschreven door Lexalert
Foto: fukami  

De wet van 26 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht heeft de verlaging van de werkgeversbijdragen doorgevoerd, zoals voorzien in het Regeerakkoord. Deze wettelijke bepalingen betreffen de werknemers van categorie 1. Het wetsontwerp van 18 maart 2016 voltooit dit punt van het Regeerakkoord. Het betreft meer in het bijzonder de werknemers die behoren tot de categorieën 2 en 3.

Vandaag wordt het faciaal tarief van 32,4 % van de werkgeversbijdragen verminderd volgens de formule van de structurele lastenverlaging die in verhouding staat tot de hoogte van het loon. Het systeem van de structurele lastenverlaging verschilt naargelang de categorie waartoe de werknemer behoort. Het merendeel van de werknemers behoort tot de categorie 1 (profit), terwijl de werknemers van de social profitsector behoren tot de categorie 2 en deze van de beschutte werkplaatsen tot categorie 3.

Voor de werknemers van categorie 2 en 3 kan het bijdragepercentage niet op deze dezelfde wijze worden verminderd als voor categorie 1. Voor de werknemers van de categorie 2 bestaat reeds een bijzonder systeem van werkgeversbijdrageverminderingen. Elke werkgever die behoort tot de social profitsector heeft recht op een forfaitaire vermindering van de RSZ-bijdragen voor alle werknemers zoals in categorie 1. Maar deze forfaitaire vermindering komt niet automatisch ten goede van de werkgever. In feite betaalt de werkgever deze forfaitaire bijdrage aan de RSZ, die deze op zijn beurt doorstort naar de verschillende sectorale fondsen van de sociale Maribel (volgens een mutualiseringsprincipe). De werkgever kan, via het fonds van de sociale Maribel, een financiële tegemoetkoming krijgen voor het creëren van nieuwe bijkomende tewerkstelling. Hetzelfde geldt voor de niet-doorstorting van de 1 % bedrijfsvoorheffing. Deze wordt grotendeels geïnvesteerd in de fiscale Maribel.

De regering wil de 25 000 banen, gecreëerd dankzij de fiscale en sociale Maribel, niet in vraag stellen. Evenwel kan ze niet dezelfde hervorming voorstellen als voor categorie 1. Ze kan immers het budget van de structurele vermindering van de werkgeversbijdragen voorzien voor het forfait van de structurele vermindering evenals het budget van de niet-doorstorting van de 1 % bedrijfsvoorheffing, niet hergebruiken.

Lees ook: Arbeidsongevallenwet – Schriftelijke ingebrekestelling werkgever afgeschaft

Voor categorie 2 worden de formules van de huidige structurele bijdragevermindering behouden en wordt bovendien de zone van de lage lonen versterkt en een forfait die effectief in rekening wordt genomen voor de vermindering van de sociale bijdragen.

Voor wat categorie 3 betreft, wordt een nieuw onderscheid ingevoerd gebaseerd op het feit of voor de werknemer al dan niet de loonmatigingsbijdrage verschuldigd is. De verminderingen voor de werknemers waarvoor de loonmatigingsbijdrage verschuldigd is, zullen zoveel mogelijk die voor de werknemers van categorie 1 volgen, terwijl we voor de werknemers waarvoor de loonmatigingsbijdrage niet verschuldigd is, de structurele bijdragevermindering versterken rekening houdend met de specifieke kenmerken die nu reeds voor deze categorie bestaan, met name de vrijstelling van de loonmatigingsbijdrage.

Lees de volledige tekst van het wetsontwerp van 18 maart 2016 tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen