Verlaging van de werkgeversbijdragen in 2016 en 2018

Geschreven door Lexalert
Foto: daily sunny

Het wetsontwerp van 10 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht voorziet in de een verlaging van de werkgeversbijdragen in 2016 en 2018. De omvang van de verlaging verschilt voor profit en social profit. Het doel is te gaan naar een bijdragepercentage van 25%.

Vandaag wordt het algemeen tarief van 32,4 % van de werkgeversbijdragen verminderd volgens de formule van de structurele lastenverlaging die in verhouding staat tot de hoogte van het loon. Het systeem van de structurele lastenverlaging verschilt naargelang de categorie waartoe de werknemer behoort. Het merendeel van de werknemers behoort tot de categorie 1 (profit), terwijl de werknemers van de social profitsector behoren tot de categorie 2 en deze van de beschutte werkplaatsen tot categorie 3.

Na het in rekening brengen van de structurele lastenverlaging op basis van het loon, wordt het algemeen tarief op de werkgeversbijdragen van 32,4 % teruggebracht naar een werkelijk bijdragepercentage dat ligt tussen 19 en 29 %.

De doelstelling is om de hervorming van de structurele vermindering stapsgewijs in te voeren:

1° in 2018 het bereiken van het algemeen tarief van 25 % voor de werkgeversbijdragen, zodat het mechanisme van de vermindering van sociale bijdragen sterk vereenvoudigd wordt en het onmiddellijk duidelijk wordt welke de werkelijke verschuldigde bijdragevoeten zijn. Dit is een belangrijk argument voor werkgevers wanneer ze personeel aanwerven en meer in het bijzonder voor buitenlandse investeerders die niet noodzakelijk alle kenmerken van het mechanisme van de Belgische sociale bijdragen kennen;

2° in 2016 het versterken van de zone van de lage lonen om op die manier werkloosheidsvallen en de hoge loonkost voor jobs die minder kwalificaties vergen, te vermijden;

3° in 2018 het uitbreiden van de zone van de lage lonen naar de gemiddelde lonen zodat bepaalde sectoren die gevoelig zijn voor internationale concurrentie of sociale dumping, ook kunnen genieten van een verlaging van de sociale lasten;

4°in 2019 het versterken van de zone lage lonen naar de gemiddelde lonen;

5° in 2020, genieten de gemiddelde lonen, na overleg met de bouwsector, van de laatste budgettaire schijf om zo een bijzondere aandacht aan de bouwsector te geven.

Deze hervorming van de bijdragepercentages geldt voor categorie 1. Voor de werknemers van categorie 2 en 3 kan het bijdragepercentage niet op deze dezelfde wijze verminderen.

Voor de werknemers van de categorie 2 bestaat reeds een bijzonder systeem van werkgeversbijdrageverminderingen. Elke werkgever die behoort tot de social profitsector heeft recht op een forfaitaire vermindering van de RSZ-bijdragen voor de werknemers die behoren tot de zone van de gemiddelde lonen zoals in categorie 1. Maar deze forfaitaire vermindering komt niet automatisch ten goede van de werkgever. In feite betaalt de werkgever deze forfaitaire bijdrage aan de RSZ, die deze op zijn beurt doorstort naar de verschillende sectorale fondsen van de sociale Maribel (volgens een mutualiseringsprincipe). De werkgever kan, via het fonds van de sociale Maribel, een financiële tegemoetkoming krijgen voor het creëren van nieuwe bijkomende tewerkstelling. Hetzelfde geldt voor de niet-doorstorting van de 1 % bedrijfsvoorheffing. Deze wordt grotendeels geïnvesteerd in de fiscale Maribel.

De 25 000 banen, gecreëerd dankzij de fiscale en sociale Maribel, worden niet in vraag gesteld. Evenwel kan ze niet dezelfde hervorming voorstellen als voor categorie 1. Ze kan immers het budget van de structurele vermindering van de werkgeversbijdragen voorzien voor de gemiddelde lonen (zone van het forfait van de structurele vermindering) evenals het budget van de niet-doorstorting van de 1 % bedrijfsvoorheffing, niet hergebruiken.

De doelstelling is de bijkomende middelen te verdelen:

  • 45 % in de sociale Maribel;
  • 50 % in de versterking van de structurele bijdragen eigen aan de categorie 2 en 3;
  • 5 % voor de ziekenhuizen.

Lees de volledige tekst van het wetsontwerp van 10 december 2015 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht