Verjaringstermijn van 5 jaar voor voor de levering van elektriciteit, gas, water, elektronische communicatiediensten

Geschreven door Lexalert
Foto: Tom Taker

De wijziging aan artikel 2277 van het Burgerlijk Wetboek beoogt de schuldvorderingen voor de levering van elektriciteit, gas, water, elektronische communicatiediensten en omroeptransmissie- en omroepdiensten expliciet te onderwerpen aan een identieke verjaringstermijn van vijf jaar.

Deze goederen en diensten hebben gemeen dat ze worden geleverd bij de klant via een fysiek netwerk en dat de facturatie periodiek gebeurt.

Tot voor kort beschouwde de meerderheid van de bodemrechters dat schuldvorderingen voor de levering van water, elektriciteit en gas verjaren na vijf jaar voor zover ze met de periodiciteitsvoorwaarden van artikel 2277 betaalbaar zijn. Ook het Grondwettelijk Hof sprak zich in die zin uit over schulden die verband houden met de levering van water (GwH, arrest nr. 15/2005 van 19/01/2005). Het Grondwettelijk Hof en het Hof van Cassatie bevestigden dit verder voor schulden die verband houden met mobiele telefonie (GwH, arrest nr. 13/2007 van 17/01/2007; Cass., arrest C.09 0410.F van 25/01/2010).

Sinds het arrest van het Hof van Cassatie van 8 januari 2015, wordt er vanuit een bepaalde hoek evenwel gepleit voor de toepassing van de eenjarige verjaringstermijn van artikel 2272, tweede zinsdeel, van het Burgerlijk Wetboek op de vorderingen tot betaling van facturen voor levering van energie aan huishoudelijke klanten.

Door een dergelijke lezing van dit arrest ontstaat niet alleen onduidelijkheid, maar ontstaan tevens een aantal praktische problemen, eigen aan deze sector. Deze praktische aspecten zijn niet alleen problematisch voor de sector, maar mogelijk ook voor hun huishoudelijke klanten.

Om de problemen die uit dit arrest voortvloeien ongedaan te maken, is een wijziging van art. 2277 van het Burgerlijk Wetboek aangewezen.

Het nieuwe tweede lid van artikel 2277 wil de verjaring van de schuldvorderingen van de leveranciers van de zogenaamde “public utilities”, of openbare nutsvoorzieningen, op een uniforme manier regelen, onafhankelijk van het type klant (huishoudelijk of professioneel) en van het type factuur (tussentijdse voorschotfactuur of afrekening) en de kwalificatie van hun leveringen (diensten of goederen).

Deze unieke termijn streeft naar vereenvoudiging en consistentie.

Ze is namelijk ook van toepassing op distributienetwerkbeheerders in het geval dat ze rechtstreeks elektriciteit of gas aan de eindklant leveren, in overeenstemming met de openbare dienstverplichtingen zoals in de relevante sectorale wetgeving bepaald.

Dit nieuw artikel is alleen van toepassing op de wettelijke leveringen. Leveringen door netwerkbeheerders, of een andere persoon, die het gevolg zijn van een onrechtmatig verbruik (zoals manipulatie van de meter of verbruik zonder overeenkomst of wettelijke verplichting) vallen dus niet onder dit nieuw artikel. De verjaring van deze schuldvorderingen valt nog steeds onder het gemeen recht (art. 2262bis, § 1, lid 1, van het Burgerlijk wetboek).

Lees de volledige tekst van het wetsontwerp van 16 januari 2017 houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijk recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie