Nieuw Vennootschapswetboek 2018 - Een doorgedreven vereenvoudiging

Geschreven door Lexalert
Foto: Georgie Pauwels  

Het wetsontwerp van 4 juni 2018 beoogt het vennootschapsrecht te moderniseren via drie krachtlijnen nl. (1) door een doorgedreven vereenvoudiging door te voeren (2) door te kiezen voor meer aanvullend recht en flexibiliteit en (3) door te kiezen voor nieuwe rechtsregels die moeten helpen om het hoofd te bieden aan, voornamelijk, Europese evoluties en nieuwe tendensen zoals steeds mobielere vennootschappen.

Eerste krachtlijn: een doorgedreven vereenvoudiging

De keuze voor een doorgedreven vereenvoudiging heeft als volgt vorm gekregen:

1.  Afschaffing van het onderscheid  tussen burgerlijke en handelsdaden en tussen burgerlijke en handelsvennootschappen

De invoering in het Wetboek van economisch recht (“WER”) van het nieuwe begrip “onderneming” en de daarmee gepaard gaande opheffing van de wettelijke begrippen “handelsdaad” en “handelaar” brengt de afschaffing met zich van het tot nog toe gehanteerde onderscheid tussen burgerlijke en handelsvennootschappen. Zo verdwijnt de notie “burgerlijke vennootschap met handelsvorm”, die is gereserveerd voor de uitbating van ondernemingen die door een historisch toeval geen handelskarakter hebben (men denke bv. aan landbouwondernemingen, sommige immobiliënvennootschappen, sommige ontginningsvennootschappen of voor vennootschappen opgericht met het oog op de uitoefening van een vrij beroep).

2. Nieuwe dichotomie tussen het vennootschapsen het verenigingsrecht die in één enkel wetboek worden geïntegreerd

De nieuwe benadering van het ondernemingsbegrip heeft verder geleid tot het in vraag stellen van het klassieke onderscheid tussen vennootschappen en verenigingen (zonder winstoogmerk) aan wie in het huidige systeem niet alleen elke winstuitkering is verboden, maar ook de uitoefening – althans als hoofdactiviteit – van een industriële en commerciële activiteit, zelfs als die hun belangeloos oogmerk ondersteunt: het winstoogmerk maakt immers intrinsiek deel van de handelsdaad.

In de benadering van het voorgestelde ontwerp zullen verenigingen en stichtingen, die beide ondernemingen zullen zijn overeenkomstig het WER, gelijk welke activiteit kunnen uitoefenen om in de nodige financiële middelen te voorzien voor hun belangeloos voorwerp (de nieuwe benaming voor “doel”, zoals hieronder wordt toegelicht).

Het onderscheid tussen vennootschap en vereniging zal er daarentegen in bestaan dat de eerste tot doel heeft ten minste een gedeelte van haar winsten aan haar vennoten uit te keren, waar elke uitkering in de tweede zonder meer is verboden.

Deze nieuwe benadering leidt tot een vervaging van het winstoogmerk als onderscheidend criterium van deze beide samenwerkingsvormen. Zo kan een vennootschap, naast een klassiek winstdoel, een belangeloos doel hebben waartoe zij een deel van haar winsten bestemt.

Daardoor verliest de vennootschap met sociaal oogmerk elke bestaansreden als afzonderlijke rechtsvorm. Dergelijke samenwerkingsvorm is hetzij een vennootschap als zij, zoals meestal het geval is, haar vennoten een beperkte vergoeding toekent in ruil voor hun inbreng, hetzij een vereniging als haar statuten elke winstuitkering verbieden. Het ontwerp houdt evenwel rekening met de sociale economie door coöperatieve vennootschappen en verenigingen zonder winstoogmerk (“VZW”) de mogelijkheid te bieden zich te laten erkennen als “sociale onderneming”, zoals verder wordt toegelicht.

Volg het on demand seminarie 2018: Het jaar van het vernieuwde vennootschapsrecht met Philippe MULLIEZ

3. Afschaffing van de publieke vennootschappen en beperking van de regels voorbehouden aan de genoteerde vennootschappen

Het Wetboek van vennootschappen maakt vandaag nog een onderscheid tussen “vennootschappen die een publiek beroep op het spaarwezen doen of hebben gedaan” en “genoteerde vennootschappen”.

De eerste categorie omvat de tweede. Sommige niet-genoteerde vennootschappen doen publiek beroep op het spaarwezen of hebben dat gedaan. De regels eigen aan vennootschappen die een publiek beroep op het spaarwezen doen of hebben gedaan zijn echter zeer beperkt en zijn in wezen slechts van belang voor genoteerde vennootschappen.

Derhalve wordt het opportuun geacht de eerste categorie af te schaffen en enkel de genoteerde vennootschap te behouden.

Uiteraard worden de regels eigen aan vennootschappen die een publiek beroep op het spaarwezen doen of hebben gedaan gehandhaafd voor genoteerde vennootschappen.

De notie “genoteerde vennootschap” wordt geherdefinieerd: zij is de vennootschap waarvan de aandelen, de winstbewijzen of de certificaten die betrekking hebben op deze aandelen op een gereglementeerde markt zijn genoteerd.

De vennootschappen waarvan alleen de obligaties zijn genoteerd, zijn dus geen genoteerde vennootschappen meer, zij het dat zij onderworpen blijven aan bepaalde afwijkende bepalingen inzake jaarrekeningen en de controle daarop.

De Koning kan overigens alle of sommige regels eigen aan genoteerde vennootschappen van toepassing verklaren op vennootschappen waarvan de aandelen of andere effecten zijn genoteerd op een niet-gereglementeerde markt.

Tenslotte houdt het ontwerp ook rekening met het feit dat de genoteerde vennootschappen in de huidige betekenis van dat begrip “organisaties van openbaar belang” zijn in de betekenis van richtlijnen 2013/34/EU van 26 juni 2013 en 2014/95/EU van 22 oktober 2014 zoals omgezet in het Belgisch recht bij wet van 6 december 2016, door bepaalde regels vandaag eigen aan genoteerde vennootschappen toch verder van toepassing te verklaren op die vennootschappen, ook al zijn zij in de toekomst geen genoteerde vennootschap meer.

4. Beperking van het aantal vennootschapsvormen

Een verregaande vereenvoudiging van het vennootschapsrecht houdt noodzakelijkerwijs ook een beperking van het aantal vennootschapsvormen in. Daartoe volstaat het erop te wijzen dat het Wetboek van vennootschappen vandaag vijftien vennootschapsvormen kent (zonder de Europese vennootschappen), waarvan een aantal zeer zelden wordt gebruikt.

Wat de personenvennootschappen betreft, blijft enkel de maatschap als basisvorm behouden. Zij kan “stil” zijn in die zin dat zij kan worden bestuurd door een zaakvoerder die in eigen naam optreedt zonder het bestaan van de vennootschap of de naam van de vennoten kenbaar te maken, of “tijdelijk”, bijvoorbeeld doordat ze wordt aangegaan om een bepaalde werf te realiseren. Hierdoor worden de stille vennootschap en de tijdelijke vennootschap als aparte rechtsvormen overbodig. De maatschap kan rechtspersoonlijkheid verkrijgen waardoor zij een vennootschap onder firma (VOF) wordt of, indien er stille vennoten zijn, een commanditaire vennootschap (CommV).

De coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid van de vennoten (CVOA) en het Belgische economisch samenwerkingsverband (ESV) worden afgeschaft. Dit is ook het geval voor de landbouwvennootschap (LV), die als rechtsvorm in zeer grote mate overeenkomt met een vennootschap onder firma of gewone commanditaire vennootschap. Nu deze vennootschapsvorm toegang verschaft tot bepaalde voordelen, op burgerrechtelijk vlak (zoals bijvoorbeeld inzake pacht) en in andere domeinen, kan een VOF, een CommV, en zelfs een besloten vennootschap (zie hieronder) of een coöperatieve vennootschap die actief is als landof tuinbouwbedrijf, onder de door de Koning vast te leggen voorwaarden worden erkend als landbouwonderneming. Aan deze erkenning kunnen dan bepaalde gevolgen worden vastgeknoopt, bv. op fiscaal vlak, of nog, inzake subsidies. Verder wordt er zorg voor gedragen dat de exploitatie door een beherend vennoot van een vennootschap die een exploitatie van een landof tuinbouwbedrijf tot voorwerp heeft, voor doeleinden van de pachtwet nog steeds wordt gelijkgesteld met diens persoonlijke exploitatie (zie artikel 838 W.Venn.).

Wat de eerder gemengde of kapitaalvennootschappen betreft worden er drie behouden: de besloten vennootschap (BV), de naamloze vennootschap (NV) en de coöperatieve vennootschap (CV).

De NV krijgt haar historische eigenheid terug, nl. voldoende kapitaal bijeenbrengen om een onderneming van zekere omvang uit te bouwen, waarbij de identiteit van de medeaandeelhouders van ondergeschikt belang is. Zij is bedoeld voor de grote vennootschappen met een ruim aandeelhouderschap. De besloten vennootschap (BV) wordt de natuurlijke vorm voor alle andere vennootschappen. Haar soepelheid zal haar bruikbaar maken voor zowel kleine als grote vennootschappen die beslotenheid zoeken. De coöperatieve vennootschap (CV) krijgt haar oorspronkelijke eigenheid terug nl. een onderneming voeren op basis van het coöperatief gedachtengoed, zoals dat ligt vervat in de coöperatieve beginselen verwoord door de International Co-operative Alliance (ICA), die ook hun weg vonden naar Verordening nr. 1435/2003. De mogelijkheid tot erkenning van coöperatieve vennootschappen in toepassing van de wet 20 juli 1955 houdende instelling van een nationale raad voor coöperaties en van haar uitvoeringsbesluit van 8 januari 1962 tot vaststelling van de voorwaarden tot erkenning van groeperingen van coöperatieve vennootschappen en van coöperatieve vennootschappen wordt behouden, nu er bepaalde fiscale gevolgen aan zijn gekoppeld.

CV’s kunnen, zoals hierboven uiteengezet, zich mits vervulling van bepaalde voorwaarden ook laten erkennen als sociale onderneming en zo genieten van aan die hoedanigheid verbonden voordelen. Deze mogelijkheid staat o.m. open voor de huidige vennootschappen met sociaal oogmerk, waarvan de meerderheid CV’s zijn.

5. Beperking van het aantal strafbepalingen

De talrijke strafbepalingen in het Wetboek van vennootschappen zijn geen efficiënte sancties gebleken en worden in de praktijk nauwelijks toegepast. Daarom wordt in het wetboek in ontwerp, telkens wanneer een strafsanctie niet gepast is, de voorkeur gegeven aan burgerlijke sancties (zoals bestuurdersaansprakelijkheid, nietigheid of andere specifieke sancties). Het aantal strafsancties wordt zodoende in aanzienlijke mate beperkt.

Lees de volledige tekst van het wetsontwerp van 4 juni 2018 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen neergelegd.