Update verplichte aansprakelijkheidsverzekering voor aannemers

Geschreven door Mr. Pim van den Bos, Schoups, www.schoups.be - Mr. Siegfried De Busscher, Schoups, www.schoups.be
Foto: TriangleREVA  

Er is een nieuwe, concrete stap gezet richting de verplichte verzekering voor de aansprakelijkheid voor aannemers.

Wij berichtten vroeger al over de eerdere initiatieven tot dergelijke verplichte verzekering en zetten de voorgenomen krijtlijnen uiteen op ons cliëntenseminarie van 20 oktober 2016 m.b.t. verzekeringen in de bouwsector.

De federale regering had in de lente van 2016 een ontwerp van voorontwerp verspreid van wet betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat.

De oogmerken van dit eerste "ontwerp van voorontwerp" waren (i) het wegwerken van de discriminatie tussen de architect en de andere betrokkenen zoals vastgesteld door het Grondwettelijk Hof (arrest nr. 100/2007 van 12 juli 2007), (ii) een betere regulering van de bouwmarkt en (iii) de bescherming van de bouwheer (en consument) tegen de eventuele insolvabiliteit van de aannemer, architect en andere betrokkenen, de bescherming aan iedereen die tussenkomt in het bouwproces onderling en aan derden.

Dit eerste ontwerp van voorontwerp (intussen aangepast, zie hieronder verder) schreef een verplichte verzekering voor die dekking zou bieden aan de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van de aannemers en architecten (maar ook studiebureaus) voor stabiliteitsbedreigende gebreken (art. 1792 en 2270 BW) voor de periode van tien jaar na de aanvaarding van de werken, maar beperkt tot de soliditeit, stabiliteit en waterdichtheid van de gesloten ruwbouw van een onroerend goed. Deze verplichte verzekering zou ook zijn beperkt tot werken aan gebouwen (geheel of gedeeltelijk) bestemd voor bewoning. Er waren verschillende uitsluitingen, o.a. voor zuivere immateriële schade, voor esthetische schade en algemeen voor (materiële en immateriële) schade beneden 2.500,00 EUR. Hierdoor zou de (buitencontractuele) aansprakelijkheid t.a.v. derden, de aansprakelijkheid voorafgaand aan de aanvaarding, de aansprakelijkheid voor lichte verborgen gebreken en de aansprakelijkheid m.b.t. andere werken dan aan gebouwen voor bewoning, niet verplicht verzekerd moeten zijn.

De waarborg van deze verzekering zou de schade dekken die wordt opgelopen gedurende een periode van tien jaar volgend op de aanvaarding van de werken. De dekking mocht per schadegeval (voor materiële en immateriële schade) niet lager zijn dan ofwel de waarde van het gebouw indien deze waarde minder bedraagt dan 500.000,00 EUR, ofwel dit bedrag van 500.000,00 EUR voor een gebouw dat meer dan dit bedrag waard was.

Dit eerste ontwerp van voorontwerp voorzag verschillende andere bepalingen, o.a. de mogelijkheid van een globale polis, uitzonderingen voor ambtenaars, bewijsregels, een commissie ter begeleiding voor potentiële niet-verzekerbare risico’s, een garantiefonds voor aannemers of andere dienstverleners in de bouwsector die op de reguliere markt geen verzekeraar zouden vinden, bepalingen inzake bewijs (in overeenstemming met de huidige regeling voor architecten), een verzekeringsattest te overhandigen voor start van de werf (te controleren door de architect) en nogmaals bij verkoop en aan de RSZ, een vervangende borgstelling, en bepalingen over de opsporing, de vaststelling en de beteugeling van inbreuken.

Het ontwerp van voorontwerp regelde hiermee zowel de verplichte verzekering van aannemers en "andere dienstverleners in de bouwsector" (vnl. studiebureaus) als deze van de architecten. De huidige regeling van de verplichte verzekering van architecten zou worden opgeheven, inclusief de (dubbele) hoofdelijke aansprakelijkheid van de architect – natuurlijke persoon indien de architectenvennootschap haar verzekeringsverplichtingen niet zou nakomen. Meer zelfs, volgens dit eerste voorontwerp zou de architect geen verplichting meer hebben om te voorzien in een verzekering van (i) zijn contractuele aansprakelijkheid vóór aanvaarding van de werken, (ii) zijn contractuele aansprakelijkheid voor andere dan stabiliteitsbedreigende gebreken, of (iii) zijn buitencontractuele aansprakelijkheid, in tegenstelling tot de huidige verplichte verzekering voor architecten.

Ander interessant artikel: Verplichte tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector

Na het raadplegen van de sectoren, is de ministerraad kennelijk afgestapt van dit ontwerp van voorontwerp. Ze heeft een ander ontwerp voorgelegd aan de afdeling wetgeving van de Raad van State voor advies.

Op 20 oktober 2016 keurde de ministerraad op voorstel van ministers Kris Peeters en Willy Borsus een voorontwerp van wet goed dat als doel heeft een verplichte tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid in te voeren voor aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat.

Dit tweede voorontwerp streeft dezelfde doelen na als hierboven beschreven, maar is beperkt tot de verplichte verzekering van aannemers en andere partijen "die in de bouwakte voorkomen". De verplichte verzekering van de tienjarige aansprakelijkheid van architecten en van "andere intellectuele beroepen in de bouwsector" wordt daarentegen het voorwerp van een ander voorontwerp van wet.

Dit voorontwerp werd voor advies overgemaakt aan de afdeling wetgeving van de Raad van State, maar de tekst is nog niet publiek gemaakt. Het is nog niet gekend in hoeverre dit afwijkt van de teksten die eerder circuleerden of van de huidige regeling voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering van architecten.

Het is onzeker binnen welke termijn de Raad van State haar advies uitbrengt en of er vervolgens nog wijzigingen worden aangebracht aan het ontwerp alvorens dit in te dienen in het parlement. Wij houden u hierover uiteraard op de hoogte.

Wordt vervolgd…