Systeem "verzwaard risico (op arbeidsongevallen)" nogmaals aangepast

Geschreven door Ester Van Oostveldt, Van Eeckhoutte, Tacquet en Clesse, www.bellaw.be
Foto: Ted Eytan  

KB 25 november 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 december 2008 tot uitvoering van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 in verband met de onevenredig verzwaarde risico's (BS 27 november 2015)

Werkgevers die onder het toepassingsgebied van de Arbeidsongevallenwet vallen, zijn in bepaalde omstandigheden, naast een premie aan hun private arbeidsongevallenverzekeraar, ook nog de volgende bijdragen verschuldigd:

  • een bijdrage van 0,30%, onderdeel van de basiswerkgeversbijdrage, te betalen aan de RSZ,
  • een bijkomende bijdrage van 0,02%, te betalen aan de RSZ (zie www.sociaalcompendium.be),
  • een forfaitaire preventiecontributie, te betalen aan de private arbeidsongevallenverzekeraar (de preventiecontributie bedraagt in 2015 minimum 3.247,33 euro en maximum 16.236,67 euro op jaarbasis (afhankelijk van de grootte van de onderneming)).

De forfaitaire preventiecontributie is enkel verschuldigd door ondernemingen bij wie (door het Fonds voor arbeidsongevallen (hierna het FAO)) voor een bepaald jaar een onevenredig verzwaard risico op arbeidsongevallen wordt vastgesteld en wordt daarom het systeem "verzwaard risico" genoemd. Een bespreking van het systeem "verzwaard risico" en van de wijzigingen die het systeem sinds haar invoering in 2009 heeft ondergaan, vindt u in de volgende nummers van SoCompact: nr. 48-2008, 3-2009, 40-2010, 49-2011, 50-2012.

In het Belgisch Staatsblad van 27 november jl. is een koninklijk besluit gepubliceerd dat de nieuwe criteria vastlegt op grond waarvan het FAO zal bepalen welke ondernemingen een onevenredig verzwaard risico vertonen.

Volgens een persbericht verspreid na de Ministerraad van 24 september 2015 dienen die wijzigingen om:

  • de impact van de ondernemingsgrootte op de kans om als verzwaard risico te worden beschouwd te verminderen,
  • meer rekening te houden met de ernst van het ongeval,
  • te vermijden dat er een onderneming geselecteerd wordt waarin slechts één ongeval gebeurd is in de jaren waarin aan de criteria is voldaan.
Volg het on demand seminarie Temporele werkgeversflexibiliteit – Mogelijkheden en beperkingen met Sigrid DEREYMAEKER

De gewijzigde criteria zijn van toepassing vanaf 27 november 2015, datum waarop het wijzigende koninklijk besluit in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd.

Voor wie het interesseert, volgen hieronder de nieuwe criteria.

Voortaan is er in een onderneming sprake van een onevenredig verzwaard risico op arbeidsongevallen wanneer:

  • in de onderneming de risico-index op jaarbasis in het laatste kalenderjaar en in een ander kalenderjaar van de observatieperiode (= de drie voorafgaande kalenderjaren) minstens driemaal de risico-index van de activiteitensector waartoe de onderneming behoort, bedraagt en minstens vijfmaal de risico-index van de privésector,
  • en er in de loop van deze beide kalenderjaren minstens twee arbeidsongevallen gebeurden en minstens zes in de loop van de observatieperiode.

De risico-index is gelijk aan de som van de frequentie en de ernst, gedeeld door het arbeidsvolume dat wordt uitgedrukt in voltijdse equivalenten.

De frequentie is het totale aantal arbeidsongevallen dat werd geregistreerd in de loop van de observatieperiode, vermenigvuldigd met vier. Zoals voorheen wordt enkel rekening gehouden met de arbeidsongevallen die hetzij een tijdelijke ongeschiktheid van minstens vier dagen (de dag van het ongeval niet meegerekend) veroorzaakt hebben, hetzij het overlijden. Met arbeidswegongevallen wordt geen rekening gehouden.

De ernst is het aantal ten gevolge van arbeidsongevallen werkelijk verloren kalenderdagen, beperkt tot 120 dagen per arbeidsongeval. Voor een dodelijk ongeval worden 120 dagen in rekening gebracht.