Sociale Verkiezingen 2020: een update

Geschreven door Véronique Pertry - Sophie Vantomme - Sacha Henet, Eubelius, www.eubelius.com

In de Eubelius Spotlights van december 2018 hadden we het over het advies nr. 2.103 van de Nationale Arbeidsraad (NAR) en verwezen we naar het door de Ministerraad goedgekeurde voorontwerp van wet over de sociale verkiezingen van 2020. We vestigden de aandacht op het belang van de technische bedrijfseenheid (TBE). Nu belichten we twee wetsvoorstellen en geven we enkele aandachtspunten mee met betrekking tot uitzendarbeid.

Volg op 7 mei 2019 van 9 uur tot 11 uur het online seminar Wat moet u weten over de sociale verkiezingen van 2020? met Isabel PLETS

Maar liefst twee wetsvoorstellen over de sociale verkiezingen van 2020

De sociale verkiezingen van 2020 staan nu beslist op de agenda van het Parlement! Twee wetsvoorstellen werden ingediend in de Kamer: een eerste wetsvoorstel op 12 februari 2019 en een tweede op 26 februari 2019.

De wetsvoorstellen, die inhoudelijk zo goed als identiek zijn, beogen in de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen punctuele aanpassingen aan te brengen, rekening houdend met het advies nr. 2.103 van de NAR, en een juridisch kader te scheppen voor de verdere modernisering van enkele procedurestappen. Het wetsvoorstel van 26 februari 2019 voorziet bovendien in de invoeging in het Sociaal Strafwetboek van een straf voor de beïnvloeding, belemmering of verhindering van de sociale verkiezingen.

De wetsvoorstellen omvatten ook enkele interessante passages over uitzendkrachten.

Spelen uitzendkrachten mee?

De wet definieert de uitzendkracht als een werknemer die er zich door een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid tegenover een uitzendbureau toe verbindt om ter beschikking van één of meer gebruikers te worden gesteld.

Uitzendkrachten hebben dus geen arbeidsovereenkomst met de gebruikers bij wie zij worden tewerkgesteld. In de context van de sociale verkiezingen tellen uitzendkrachten in sommige gevallen toch mee bij de gebruiker, terwijl ze bij hun eigen werkgever, het uitzendbureau, niet altijd meetellen.

Tellen uitzendkrachten mee voor de berekening van de gewoonlijk gemiddelde tewerkstelling?

Een ondernemingsraad moet worden opgericht in TBE's met een gewoonlijk gemiddelde tewerkstelling van ten minste 100 werknemers. Voor de oprichting van een comité voor preventie en bescherming op het werk bedraagt de tewerkstellingsdrempel 50 werknemers.

Uitzendkrachten tellen niet mee voor de berekening van de gewoonlijk gemiddelde tewerkstelling bij hun eigen werkgever, het uitzendbureau. Uitzendkrachten tellen in sommige gevallen wel mee voor de gewoonlijk gemiddelde tewerkstelling bij de gebruiker. De gebruiker moet gedurende één kwartaal (het referentiekwartaal) een register bijhouden van de uitzendkrachten die bij hem aan het werk zijn. Die uitzendkrachten tellen mee voor de berekening van de gewoonlijk gemiddelde tewerkstelling bij de gebruiker. Dit geldt echter niet voor de uitzendkrachten die een vaste werknemer van de gebruiker vervangen terwijl de uitvoering van diens arbeidsovereenkomst is geschorst.

In zijn advies nr. 2.103 heeft de NAR voorgesteld om het referentiekwartaal voor uitzendkrachten te vervroegen van het vierde naar het tweede kwartaal van 2019, omdat ook het voorstel voorligt om het referentiejaar voor de gewoonlijk gemiddelde tewerkstelling van de eigen werknemers te vervroegen, zodat het loopt van 1 oktober 2018 tot en met 30 september 2019 (zie Eubelius Spotlights december 2018).

Deze twee voorstellen van de NAR zijn overgenomen in de wetsvoorstellen van 12 en 26 februari 2019. Als deze voorstellen worden aangenomen, zal het referentiekwartaal voor de registratie en het meetellen van de bijkomende uitzendkrachten in het bedrijf al zeer binnenkort aanbreken, namelijk op 1 april 2019. Bedrijven die eraan denken om tijdens het tweede kwartaal van 2019 gebruik te maken van uitzendkrachten, doen er dan ook goed aan rekening te houden met de mogelijke impact hiervan op de gewoonlijk gemiddelde tewerkstelling en dus op de verplichting om de sociale verkiezingsprocedure op te starten.

Ander interessant artikel: Inzetbaarheidsverhogende maatregelen & outplacementverplichtingen: een update

Mag een uitzendkracht mee stemmen in de onderneming van de gebruiker?

Mag zijn stem uitbrengen in de sociale verkiezingen: al wie op de dag van de verkiezingen sedert ten minste drie maanden is tewerkgesteld in de juridische entiteit of in de TBE gevormd door meerdere juridische entiteiten, in het kader van een arbeidsovereenkomst of een leerovereenkomst, met uitsluiting van het leidinggevend personeel.

In zijn advies nr. 2.103 heeft de NAR voorgesteld om voor de berekening van de periode van drie maanden anciënniteit die als kiesvoorwaarde geldt, rekening te houden met de periodes van tewerkstelling als uitzendkracht in de juridische entiteit of TBE, die onmiddellijk voorafgaan aan de sluiting van een arbeidsovereenkomst.

Het wetsvoorstel van 12 februari 2019 heeft dit voorstel van de NAR niet overgenomen.

Het wetsvoorstel van 26 februari 2019 is dan weer verder gegaan dan het voorstel van de NAR, want het bepaalt dat uitzendkrachten die minstens een bepaalde periode vóór de verkiezingsdag voor de gebruiker werkten, zouden kunnen stemmen in de onderneming van de gebruiker (hoewel ze geen arbeidsovereenkomst met de gebruiker hebben). Amendementen in dezelfde zin zijn trouwens ingediend met betrekking tot het wetsvoorstel van 12 februari 2019.

Het zou dus goed kunnen dat sommige uitzendkrachten in 2020 zullen kunnen meestemmen bij de gebruiker. De toekomst zal uitwijzen óf en onder welke voorwaarden deze kleine revolutie zal worden goedgekeurd in het Parlement.