Samenwerken met onderaannemers: het belang van het formulier A1

Geschreven door Mr. Joris De Keersmaeker, Commit Law, www.commitlaw.be
Foto:

Het Europees Hof van Justitie heeft in haar arrest van 6 februari 2018 beslist dat een formulier A1 in het geval van fraude niet absoluut bindend is voor een Belgische rechter. We bespreken in dit artikel de feiten, de beslissing van het hof en de gevolgen hiervan voor uw bedrijf.

Wat is een formulier A1?

Een EU-werknemer voor wie socialezekerheidsbijdragen worden betaald in een andere lidstaat dan degene waar hij tijdelijk werkt, moet geen bijdragen betalen in het land van tijdelijke te-werkstelling.

De 'Verklaring betreffende de socialezekerheidswetgeving', ook het formulier A1 of het detacheringsformulier genoemd, is het bewijs dat een buitenlandse EU-werknemer onderworpen is aan de sociale zekerheid in het land van afkomst. De bevoegde instelling van die lidstaat levert dit formulier op verzoek af.

De feiten

Een Belgisch bouwbedrijf deed vanaf 2008 bijna uitsluitend beroep op Bulgaarse onderaannemers. De Bulgaarse werknemers werden gedetacheerd naar België, maar bleven onderworpen aan de Bulgaarse sociale zekerheid.

De Belgische Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) oordeelde dat de Bulgaarse onderaannemers niet werkten in Bulgarije en dat ze dus niet voldeden aan de voorwaarden om een formulier A1 te verkrijgen.

De Bulgaarse overheid kreeg de vraag om de detacheringsformulieren in te trekken. Bulgarije besliste om geen rekening te houden met deze vraag en bevestigde de geldigheid van de A1-formulieren.

Via een strafrechtelijke procedure vroeg het Hof van Cassatie aan het Hof van Justitie van de Europese Unie of een frauduleus verkregen formulier A1 bindend is voor de Belgische rechter.

Volg op 12 juni 2018 van 12 uur tot 14 uur het online seminar Tips and tricks voor schuldeisers - Hoe voorkomt U dat wanbetalers Uw KMO in ademnood brengen? met Pieter VAN AERSCHOT

Wat besliste het Hof van Justitie?

Volgens het Hof van Justitie is een formulier A1 bindend voor de lidstaat waar de gedetacheerde werknemer arbeid verricht. De lidstaat die het formulier A1 afleverde, is bovendien exclusief bevoegd voor de beoordeling ervan.

Zijn er echter concrete gegevens die op fraude wijzen (zoals postbusvennootschappen of buitenlandse vennootschappen die niet voldoen aan de voorwaarden voor een A1 formulier), dan moet de lidstaat die het formulier A1 afleverde gevraagd worden of dit terecht gebeurde. Als deze lidstaat geen rekening houdt met de bijkomende informatie, kan de rechter van de andere lidstaat de formulieren A1 toch buiten beschouwing laten.

Het Hof van Justitie oordeelde dat er bij fraude sprake is van:

  •     een objectief gegeven: de voorwaarden om een formulier A1 te verkrijgen, zijn niet vervuld;
  •     een subjectief gegeven: de betrokkenen willen de voorwaarden omzeilen of ontduiken.

Lees ook: Hoeveel RSZ-bijdragen bent u als werkgever verschuldigd in 2018?

Wat zijn de gevolgen voor uw bedrijf?

Het is niet langer zo dat enkel de lidstaat die het formulier A1 afleverde, dit ook kan intrekken. Volgens het Hof van Justitie is een formulier A1 immers niet absoluut bindend voor een (Belgische) rechter in het geval van fraude.

De Belgische Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) kan bij aanwijzingen van fraude proberen om sociale bijdragen te vorderen van de buitenlandse werkgever. Het is onzeker wat er dan gebeurt met de bijdragen die door de buitenlandse werkgever in het buitenland werden betaald.

Werkt uw onderneming samen met een buitenlandse onderaannemer? Dan kan u voor een verrassing komen te staan. In het geval van een verboden terbeschikkingstelling van de buitenlandse werknemers aan de Belgische onderneming, zullen de werknemers immers verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst met de Belgische onderneming.

Als gevolg van de uitspraak van het Hof van Justitie kan de RSZ gemakkelijker bijdragen van de Belgische onderneming vorderen bij frauduleus verkregen formulieren A1.