RSZ herformuleert zijn invulling van het socialezekerheidsrechtelijke loonbegrip

Geschreven door Mr. Ester Van Oostveldt, Van Eeckhautte, Taquet en Clesse, www.bellaw.be
Foto: Marco Verch  

In zijn instructies van het derde kwartaal van 2018 wijzigt de RSZ zijn tot nog toe gehanteerde invulling van de voorwaarde “ten laste van de werkgever”, dat één van de voorwaarden is waaraan moet voldaan zijn opdat een voordeel als loon zou worden aangemerkt voor de berekening van de socialezekerheidsbijdragen.

Loon in de socialezekerheidswetgeving

De socialezekerheidswetgeving omschrijft loon als:

  • het loon in geld en de in geld waardeerbare voordelen waarop de werknemer ingevolge zijn dienstbetrekking recht heeft ten laste van de werkgever,
  • alsook de fooien of het bedieningsgeld waarop de werknemer recht heeft ingevolge zijn dienstbetrekking of krachtens het gebruik (zie Sociaal Compendium Socialezekerheidsrecht 2018-2019, nr. 660).
Volg op 13 september 2019 van 12 uur tot 14 uur het online seminar Up-to-date HR-recht 2019-3 met

Loon volgens de instructies van de RSZ

In zijn administratieve instructies voor de werkgevers geeft de RSZ wat meer verduidelijking bij het wettelijke loonbegrip. Volgens de RSZ is loon elk voordeel in geld of in geld waardeerbaar:

  • dat de werkgever aan zijn werknemer toekent als tegenprestatie van arbeid verricht krachtens de arbeidsovereenkomst, alsook datgene
  • waarop de werknemer ingevolge zijn dienstbetrekking recht heeft ten laste van zijn werkgever, hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks (bij fooien of bedieningsgeld bezoldigden, betaling door fondsen voor bestaanszekerheid).

Nog volgens de RSZ viseert het begrip ‘onrechtstreeks ten laste van de werkgever’:

  • de situaties waarbij een voordeel door een derde aan de werknemer uitgekeerd wordt en waarbij die derde de financiële kost van het voordeel doorrekent aan de eigenlijke werkgever (vb. de eindejaarspremie wordt door een fonds voor bestaanszekerheid uitbetaald), alsook,
  • andere situaties waarbij de toekenning het gevolg is van de prestaties geleverd in het kader van de arbeidsovereenkomst die met die werkgever werd afgesloten of verband houdt met de functie die de werknemer bij die werkgever uitoefent.

Dat laatste gedachtestreepje is nieuw. In zijn instructies van het tweede kwartaal van 2018 sprak de RSZ nog van situaties waarbij de werkgever, zonder dat hij de financiële kost van het voordeel draagt, toch het aanspreekpunt is waarnaar de werknemer zich moet richten als hij het voordeel niet krijgt (vb. een Belgische vennootschap ontvangt een geldsom van haar in het buitenland gevestigde moedermaatschappij, om deze onder haar werknemers te verdelen). In zijn instructies van het derde kwartaal van 2018 heeft de RSZ de invulling van het begrip loon aangepast in de hierboven vermelde zin.

Conclusie

De RSZ lijkt met deze wijziging zijn invulling van het begrip “ten laste van de werkgever” te hebben verruimd. In welke mate deze ruimere invulling van het loonbegrip ook door de rechters zal worden toegepast, is nog niet duidelijk. Vast staat wel dat de wettelijke definitie van het begrip loon niet veranderd is.