Regels m.b.t. overloon voor bijkomende prestaties door deeltijdse werknemers wijzigen op 1 oktober 2017

Geschreven door Mr. An Taghon, Van Eeckhoutte, Taquet en Clesse , www.bellaw.be
Foto: joyce s. lee  

KB van 23 maart 2017 tot wijziging van het KB van 25 juni 1990 tot gelijkstelling van sommige prestaties van deeltijds tewerkgestelde werknemers met overwerk (BS 5 april 2017)

Deeltijds tewerkgestelde werknemers die bijkomende prestaties verrichten die niet de gewone grenzen voor overwerk bereiken, ontvangen onder bepaalde voorwaarden toch overloon. Dat is zo omdat hun bijkomende prestaties met overwerk worden gelijkgesteld. De bijkomende prestaties die met overwerk worden gelijkgesteld, moeten worden betaald met een toeslag van 50 % (in de regel) of 100 % (voor prestaties op een zondag of een feestdag ).

Dat wordt geregeld door een KB van 25 juni 1990. Maar let op, het KB van 25 juni 1990 is niet van toepassing wanneer een cao de veranderingen van de werkroosters of de overschrijdingen van de werkroosters regelt.

Het KB van 25 juni 1990 wordt gewijzigd door het hierboven vermelde KB van 23 maart 2017 dat deze week in het Belgisch Staatsblad is gepubliceerd. De nieuwe regeling treedt in werking op 1 oktober 2017. Aldus valt de inwerkingtreding samen met de inwerkingtreding van de regels betreffende de deeltijdse arbeid zoals gewijzigd door de Wet Werkbaar en Wendbaar Werk (zie SoCompact nr. 2 - 2017).

De regeling betreffende het overloon voor bijkomende prestaties verschilt naargelang van het soort werkrooster voor deeltijdse arbeid.

1.         Overloon bij een vast werkrooster of een variabel werkrooster met een vaste wekelijkse arbeidsduur: geen wijzigingen 

Ingeval van een vast werkrooster of een variabel werkrooster met een vaste wekelijkse arbeidsduur blijft de huidige regeling ongewijzigd. Dat wil zeggen dat alle bijkomende prestaties (dat zijn alle prestaties verricht buiten het vast werkrooster of buiten het bekendgemaakte variabel werkrooster) moeten worden betaald met een toeslag van 50 of 100 % met uitzondering van de eerste 12 uur per kalendermaand. Er geldt dus een krediet van 12 uur per kalendermaand.

Het krediet van 12 uur kan bij cao worden gewijzigd en kan dus onbeperkt worden opgetrokken of verminderd.

2.         Overloon bij een variabel werkrooster met inachtneming van een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur over een referentieperiode: nieuwe regeling 

2.1.   Huidige regeling

Volgens de huidige regeling moeten alle bijkomende prestaties (dat zijn alle prestaties die worden verricht buiten het bekendgemaakte werkrooster én in het kader van het bekendgemaakte werkrooster, maar boven de overeengekomen gemiddelde wekelijkse arbeidsduur) worden betaald met een toeslag van 50 of 100 %, met uitzondering van de prestaties die een krediet niet overschrijden dat gelijk is aan 3 uur vermenigvuldigd met het aantal weken begrepen in de referentieperiode, maar met een maximum van 39 uur.

Het krediet van 39 uur verwijst naar een referentieperiode van 1 trimester (3 uur x 13 weken = 39 uur). Het maximum is evenwel ook van toepassing wanneer de referentieperiode is verlengd (een verlenging kan tot maximum 1 jaar).

Ook dit krediet kan bij cao worden gewijzigd.

2.2.   Nieuwe regeling vanaf 1 oktober 2017

Het krediet wordt verhoogd vanaf 1 oktober 2017. Met ingang van die datum zal een toeslag van 50 of 100 % verschuldigd zijn voor alle bijkomende prestaties met uitzondering van die prestaties die een krediet van 3 uur en 14 minuten vermenigvuldigd met het aantal weken begrepen in de referentieperiode, met een maximum van 168 uur, niet overschrijden.

Wanneer de referentieperiode gelijk is aan een trimester (wat de regel is indien er geen verlenging is van de referentieperiode bij cao of KB), verhoogt het aantal bijkomende prestaties dat de deeltijdse werknemer kan verrichten zonder dat overloon is verschuldigd, hierdoor van 39 naar 42 uur ( d.i. + 3 uur).

Wanneer de referentieperiode gelijk is aan een jaar (wat het maximum is tot hetwelk de referentieperiode bij cao of bij KB kan verlengd worden), verhoogt het aantal bijkomende prestaties dat de deeltijdse werknemer kan verrichten zonder dat overloon verschuldigd is, substantieel, namelijk van 39 naar 168 uur (d.i. + 129 uur). In de huidige regeling is het krediet immers tot 39 uur beperkt, ook als de referentieperiode werd verlengd.

De mogelijkheid om het krediet bij cao te wijzigen - en dus of te verminderen of op te trekken zonder dat daarbij een maximum geldt - , blijft behouden.

3.         Samengevat 

soort deeltijds werkrooster  krediet (overloon verschuldigd bij overschrijding)
  voor 1 oktober 2017 vanaf 1 oktober 2017

vast werkrooster

of

variabel werkrooster + vaste wekelijkse arbeidsduur

12 uur per maand
variabel werkrooster + gemiddelde wekelijkse arbeidsduur

3 uur x aantal weken in referentieperiode

max. 39 uur

3 uur 14 minuten x aantal weken in de referentieperiode

max. 168 uur