Regelgeving mbt anti-discriminatie op het werk in Brussel vanaf 1 januari 2018

Geschreven door Lexalert
Foto: Chrisena Allen  

De Brusselse anti-discriminatie-ordonnantie van 16 november 2017 (B.S. 21 november 2017) voert twee soorten discriminatietesten in: de praktijktest en mystery calling. Ze zijn bedoeld om te wijzen op feiten die het mogelijk maken te veronderstellen dat er sprake is van discriminatie.

Deze testen zullen ingezet kunnen worden door de slachtoffers zelf en bepaalde instellingen en organisaties.  Deze  instrumenten zullen hoofdzakelijk ter beschikking gesteld worden van de gewestelijke arbeidsinspecteurs. Ze zijn wellicht de best geplaatsten om deze zelf toe te passen, vanwege hun kennis over de te controleren middens en hun geschiktheid om de acties in verband met testing te coördineren.

Hun nieuwe prerogatieven zullen er op die manier voor zorgen dat de inspecteurs discriminatie op het vlak van tewerkstelling efficiënt zullen kunnen bestrijden.

De eerste discriminatietest is « de praktijktest » die hoofdzakelijk dient om discriminatie bij aanwerving te bestrijden. De inspecteurs zullen twee gelijkaardige cv’s kunnen versturen die enkel verschillen op één criterium dat het « geteste » discriminerende criterium is. Het versturen van deze cv’s kan een antwoord op een jobaanbieding, of, bij gebreke, een spontane sollicitatie zijn. Deze test is voornamelijk  bedoeld  om  discriminatie  bij  aanwerving te bestrijden ; zij verhindert immers de daadwerkelijke uitvoering van de gewestelijke bevoegdheid op het vlak van arbeidsbemiddeling voor werknemers.

De  tweede  test,  « mystery  calling »,  is  bedoeld  om zich ervan te vergewissen dat een werkgever geen discriminerende verzoeken van een potentiële klant aanvaardt. Mystery calling zal vooral gebruikt worden ten aanzien van dienstenchequebedrijven en werkgelegenheidsagentschappen die onder de bevoegdheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vallen.

Overeenkomstig de rechtspraak van het Hof van Cassatie  zullen deze testen niet van uitlokkende aard mogen zijn, zullen zij zich moeten beperken tot het nabootsen van een normale situatie inzake aanwerving of tewerkstelling en mogen zij niet tot gevolg hebben dat  discriminatie  gecreëerd,  versterkt  of  bevestigd wordt, terwijl de geteste werkgever niet de intentie had discriminatie te plegen.

Tot slot zullen de discriminatietesten, enkel gebruikt kunnen  worden  na  klachten  of  sterke  vermoedens van discriminerende praktijken om te vermijden dat deze mechanismen tot lokaas verworden om bij toeval discriminatie te ontdekken,.

De voornaamste rol van de Gewestelijke Werkgelegenheidsinspectie is de opsporing en de vaststelling van overtredingen van de geldende weten regelgevingen, waaronder die betreffende de strijd tegen discriminatie. Na de vaststelling van deze overtredingen beschikt de Inspectie over een arsenaal aan progressieve maatregelen, die kunnen bestaan uit een eenvoudige herinnering aan de wet, een waarschuwing, een verwijzing van het dossier naar de rechterlijke macht en, desgevallend, het opleggen van administratieve boetes.

Wat de strijd tegen discriminatie bij aanwerving betreft, is de rechtsleer unaniem over de noodzaak om situaties van onopzettelijke discriminatie (meest voorkomend) te onderscheiden van opzettelijke en soms zelfs georganiseerde discriminatie.

Lees ook: Praktijktesten en mystery calling in Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Hiermee rekening houdend, is het belangrijk dat de Gewestelijke Werkgelegenheidsinspectie bij haar acties rekening houdt met dit onderscheid. Zo kan de inspectie, in het geval van werkelijke, maar onopzettelijke discriminatie besluiten  tot  een  eenvoudige  herinnering  aan de wet, desgevallend vergezeld van een voorstel om maatregelen ter bevordering van de diversiteit in te voeren, zoals de verbintenis van de werkgever in het kader van een Diversiteitsplan.

De discriminatietesten zijn geen wondermiddel, maar zullen er wel voor zorgen dat een reeds bij de Inspectie geopend dossier gestaafd kan worden.

De ordonnantie beoogt overigens de wijziging van de ordonnantie van 4 september 2008 betreffende de strijd tegen  discriminatie  en  de  gelijke  behandeling  op  het vlak van de tewerkstelling om haar toepassingsgebied te vergroten. Enerzijds zal zij voor het geheel van de materies Tewerkstelling zoals bedoeld in artikel 6, § 1, IX van de bijzondere wet van toepassing zijn. Anderzijds zal zij de bestrijding toelaten van discriminatie gepleegd door eender welke private werkgever voor wat zijn exploitatiezetel(s) in het Brussels Gewest zou betreffen, of om het even welke openbare werkgever indien die onder het toepassingsgebied van de ordonnantie van 4 september 2008 ter bevordering van diversiteit en ter bestrijding van discriminatie in het Brussels Gewestelijk openbaar ambt valt.

Lees de volledige tekst van de ordonnantie van 16 november 2018 inzake het bestrijden van discriminatie op het vlak van tewerkstelling in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest