Rechtsvordering tot schadevergoeding wegens inbreuken op het mededingingsrecht

Geschreven door Lexalert

Het wetsontwerp van 12 april 2017 voert een algemeen kader voor de rechtsvordering  tot schadevergoeding wegens inbreuken op het mededingingsrecht  in.

Het zet de  richtlijn 2014/104/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 betreffende bepaalde regels voor rechtsvorderingen tot schadevergoeding volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht  van de lidstaten en van de Europese Unie om.

Dit wetsontwerp  vult het Boek XVII “Bijzondere gerechtelijke procedures” van het Wetboek van economisch recht aan met een titel 3 “De rechtsvordering tot schadevergoeding  wegens inbreuken op het mededingingsrecht”.

Deze  nieuwe titel is opgebouwd rond zes hoofdstukken.

Het eerste hoofdstuk bepaalt het toepassingsgebied.

Het tweede hoofdstuk legt het recht op volledige vergoeding vast, in overeenstemming met het gemeen recht. Het voert daarnaast een weerlegbaar vermoeden in dat kartels schade berokkenen.

Het derde hoofdstuk zet de regels uiteen betreffende bewijsmateriaal. Deze regels voeren voor de rechter de bevoegdheid in om te gelasten tot het overleggen van bepaald bewijsmateriaal aan de procespartijen of aan derden, binnen de perken van het evenredige, waarbij een bescherming van vertrouwelijke informatie gewaarborgd wordt alsook een absolute of gedeeltelijke bescherming van bepaald bewijsmateriaal dat zich in het dossier van een mededingingsautoriteit bevindt. Sancties kunnen worden opgelegd voor het schenden van de verplichtingen betreffende het verlenen van toegang tot bewijsmateriaal. Deze regels betreffende bewijsmateriaal voeren overigens een onweerlegbaar vermoeden in, verbonden aan de inbreuk vastgesteld in een definitieve beslissing van de Belgische Mededingingsautoriteit of, in voorkomend geval, in een arrest van het hof van beroep te Brussel dat in kracht van gewijsde is getreden en dat uitspraak doet over een beroep tegen een beslissing van de Belgische Mededingingsautoriteit. Ten slotte worden regels bepaald die verband houden met de doorberekening van de meerkosten.

Het vierde hoofdstuk voert het principe in van de hoofdelijke aansprakelijkheid, met specifieke regelingen voor de kleine en middelgrote ondernemingen, de begunstigden van een volledige vrijstelling van geldboeten, alsmede voor de inbreukpleger op het mededingingsrecht,  die overgaat tot een minnelijke oplossing van geschillen met het slachtoffer van die inbreuk.

Het vijfde hoofdstuk verleent een schorsende werking aan de minnelijke oplossing van geschillen over een procedure met betrekking tot een rechtsvordering tot schadevergoeding wegens inbreuken op het mededingingsrecht.

Tot slot worden in het zesde hoofdstuk duidelijke regels bepaald betreffende de verjaringstermijn voor het effectief instellen van rechtsvorderingen tot schadevergoeding.

Naast een nieuwe titel 3 in Boek XVII van het Wetboek van economisch recht, voegt dit wetsontwerp de definities in met betrekking tot Boek I van het Wetboek van economisch recht.

Het brengt bovendien wijzigingen aan in Boek IV en Boek XVII, titel 2, van het Wetboek van economisch recht, die noodzakelijk zijn ons recht in overeenstemming te brengen met de principes van de richtlijn.

Lees de volledige tekst van het wetsontwerp van 12 april 2017 houdende invoeging van een Titel 3 “De rechtsvordering tot schadevergoeding wegens inbreuken op het mededingingsrecht” in Boek XVII van het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van definities eigen aan Boek XVII, Titel 3 in Boek I en houdende diverse wijzigingen in het Wetboek van economisch recht