Provisionele aangifte in fiscale regularisatie per 13 april 2018 indienen of eerder aangifte post factum te beperken tot het fiscaal verjaard kapitaal ?

Geschreven door Lexalert
Foto: Crystal  

In het kader van de “Common Reporting Standard” (CRS) was het reeds bekend dat de Belgische fiscus bepaalde informatie m.b.t. door Belgische belastingplichtigen in het buitenland gehouden tegoeden zou ontvangen van en uitwisselen met de overige aan CRS deelnemende landen. Een aantal landen hadden zich geëngageerd om gegevens uit te wisselen vanaf 2017 (m.b.t. gegevens over 2016), zoals vb. België zelf en Luxemburg. Vanaf 2018 zullen ook Zwitserland en Hong Kong deelnemen aan deze automatische gegevensuitwisseling. Tot voor kort was het evenwel niet geheel duidelijk op welke manier de Belgische fiscus met deze overvloed aan informatie zou omgaan. Intussen kon worden vastgesteld dat de BBI initiatief heeft genomen om bepaalde belastingplichtigen, over wie men informatie heeft verkregen, een uitgebreide vragenlijst toe te sturen en dit in verband met diverse aspecten van hun vermogen.

In dat geval zal het voor de betrokken belastingplichtigen relevant zijn te weten of zij zich na het ontvangen van dergelijke vraag om inlichtingen nog tot het Contactpunt Regularisaties kunnen wenden. In principe is een regularisatieprocedure immers uitgesloten indien de aangever in kwestie schriftelijk in kennis werd gesteld van lopende specifieke onderzoeksdaden (zie artikel 6, 3° van de wet van 21 juli 2016).

Volg het on demand seminarie Antimisbruikbepalingen, DBI-aftrek en RV - Impact voor holdings met Kim BRONSELAER

Als dubbele “oplossing” werd intussen door de Minister bij antwoord op twee parlementaire vragen voorzien in de mogelijkheid tot het indienen van een provisionele aangifte in fiscale regularisatie, dan wel in het indienen van een aangifte beperkt tot het fiscaal verjaard kapitaal.

Eerder verklaarde de Minister van Financiën in een antwoord op een parlementaire vraag immers : “De BBI zal de betrokken belastingplichtigen uitnodigen om fiscaal verjaard kapitaal te regulariseren. Aangezien er op de fiscaal verjaarde periode per definitie geen fiscaal onderzoek van de BBI kan lopen, blijft de regularisatiewetgeving immers ook onverkort van toepassing. Indien hieraan geen gevolg wordt gegeven, zal een dossier worden doorgestuurd naar het parket” (Vraag van de heer Johan Klaps aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de jacht op zwart geld" (nr. P2603)).

Lees ook: De kogel is door de kerk: forfaitaire waardering gratis woonst definitief naar de prullenmand!

Als tweede oplossing werd voorzien in de mogelijkheid om tot vrijdag 13 april 2018 regularisatieaangiften in te dienen met vermelding van het bedrag “1 euro”, waarbij de exacte bedragen worden aangevuld na het verkrijgen van de bankstukken en uiterlijk binnen zes maanden na de indiening van de regularisatieaangifte. Indien de aangifte niet binnen zes maanden wordt aangevuld, zou het dossier als onontvankelijk worden beschouwd en kan men in de toekomst ook geen regularisatieaangifte meer indienen (samengevoegde vragen van de heer Johan Klaps aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de fiscale regularisatiedossiers" (nr. 24031) en de heer Peter Vanvelthoven aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, over "de fiscale regularisatie" (nr. 24092)).

Het valt af te wachten wie zich geroepen zal voelen om zich te laten opjagen tot het indienen van een “één-euro” aangifte per uiterlijk 13 april 2018, daar de beide stellingen van de Minister niet enkel in tegenspraak zijn met elkaar, doch ook elke wettelijke grondslag missen. Het is dus helemaal niet zeker of een na dergelijke bijzondere procedure  uitgereikt regularisatie-attest rechtsgeldig zal worden geacht bij een eventueel gerechtelijk of opsporingsonderzoek door het parket. Veeleer ware het aangewezen om de wet van 21 juli 2016 (aangifte in categorie 1) alsmede de desbetreffende samenwerkingsakkoorden (aangifte in categorie 3) aan te passen en daartoe de nodige voorstellen van wet c.q. decreet in te dienen.