Proratisering en beperking van bepaalde fiscale voordelen vanaf 1 januari 2018

Geschreven door Lexalert

De FOD Financiën publiceerde op 5 februari 2017 de circulaire 2018/C/17 over de proratisering en de beperking van bepaalde fiscale voordelen op www.fisconet.be. 

1. Wat verandert er?

Er wordt een proratering van bepaalde voordelen ingevoerd wanneer het belastbare tijdperk van de belastingplichtige niet overeenstemt met een volledig kalenderjaar om een andere reden dan overlijden.

Andere aanpassingen worden eveneens uiteengezet in punt 5 hierna.

2. Voor wie?

De proratering wordt toegepast op natuurlijke personen (rijksinwoners of niet-rijksinwoners) die tijdens een kalenderjaar hun fiscale woonplaats overbrengen van België naar een andere staat of omgekeerd.

►Blijf op de hoogte over de fiscale actualiteit via de maandelijkse, online seminaries "Up-to-date Fiscaliteit, boekhouding en vennootschap" met Roel VAN HEMELEN (TaxQuest)

3. Welke voordelen worden geprorateerd?

Op het niveau van de bepaling van het belastbaar inkomen worden de volgende bedragen (aanslagjaar 2018) geprorateerd:

  • de vrijgestelde schijf van 1.880 euro aan inkomsten uit gereglementeerde spaardeposito's;
  • de vrijgestelde schijf van 190 euro aan dividenden uit erkende coöperatieve vennootschappen;
  • de vrijgestelde schijf van 190 euro aan interesten en dividenden van vennootschappen met een sociaal oogmerk;
  • het bedrag van 58.720 euro aan inkomsten uit de cessie of concessie van auteursrechten, enz.;
  • het bedrag van 5.100 euro aan inkomsten uit de deeleconomie;
  • het vrijgesteld maximumbedrag van 390 euro voor de vergoedingen als terugbetaling van reiskosten m.b.t. het woon-werkverkeer;
  • het vrijgesteld maximumbedrag van 860 euro voor de tussenkomst van de werkgever in de aankoopprijs van informaticamateriaal en het grensbedrag van 33.820 euro van de brutobezoldigingen;
  • de verschillende inkomensschijven en de maximumbedragen voor de berekening van de forfaitaire beroepskosten;
  • het toegelaten maximumbedrag van 13.620 euro aan beroepsinkomsten van de meewerkende echtgenoot;
  • het maximumbedrag van 10.490 euro van het huwelijksquotiënt;
  • het maximumbedrag van 10.490 euro voor de internationale ambtenaren;
  • de schijven van 15.660 en 31.320 euro voor de berekening van de forfaitaire kosten op de auteursrechten;
  • de forfaits van 75, 125 en 175 euro in het geval van verre verplaatsingen.

De overuren (300 en 360 uren) in het kader van de vrijstelling in de horecasector worden eveneens geprorateerd.

Er is al op gewezen dat de vrijgestelde schijf van 416,50 euro (voor indexering) aan dividenden ontvangen na 01.01.2018 eveneens wordt geprorateerd.

Op het niveau van de berekening van de belasting worden de volgende bedragen (aanslagjaar 2018) geprorateerd:

  • de basisbedragen van de belastingvrije som evenals de grensbedragen van het belastbaar inkomen;
  • de verhogingen van de belastingvrije som:
    • voor handicap;
    • voor personen ten laste;
    • voor de alleenstaande belastingplichtige die een of meerdere kinderen ten laste heeft;
    • wanneer, onder bepaalde voorwaarden, een aanslag wordt gevestigd per belastingplichtige voor het jaar van het huwelijk of de wettelijke samenwoning;
  • het maximumbedrag van 440 euro van het belastingkrediet 'kinderen';
  • de maximumbedragen van 3.200, 4.620 en 5.860 euro van de bestaansmiddelen;
  • het minimumbedrag van 440 euro van de aftrekbare kosten inzake bestaansmiddelen die bestaan uit bezoldigingen van werknemers of uit baten;
  • het maximumbedrag van bepaalde inkomsten die geen bestaansmiddelen zijn;
  • het maximumbedrag van 2.000 euro van bedrijfsleidersbezoldigingen van een student-zelfstandige om als persoon ten laste beschouwd te kunnen worden;
  • de schijf van 1.880 euro en het maximumbedrag van 2.260 euro voor de berekening van de federale vermindering voor het lange termijnsparen en het bouwsparen;
  • het maximumbedrag van 2.260 euro en zijn verhogingen van 750 en 80 euro dat in aanmerking komt voor de federale vermindering voor het bouwsparen;
  • het maximumbedrag van 750 euro dat in aanmerking komt voor het lange termijnsparen voor de verwerving van werkgeversaandelen;
  • het maximumbedrag van 940 euro dat in aanmerking komt voor de vermindering voor het lange termijnsparen voor betalingen voor het pensioensparen;
  • het maximumbedrag van 100.000 euro dat in aanmerking komt voor de vermindering voor het verwerven van nieuwe aandelen van startende ondernemingen;
  • de maximumbedragen van 4.940 en 3.010 euro van de vermindering voor de verwerving van een elektrische vierwieler of een elektrische motorfiets of driewieler;
  • het maximumbedrag van 320 euro voor de inschrijving op aandelen van erkende ontwikkelingsfondsen;
  • het maximumbedrag van 376.350 euro van de giften in aanmerking te nemen voor de belastingvermindering;
  • het minimumbedrag van 3.840 euro van de bezoldigingen voor de vermindering voor huisbediende evenals het maximumbedrag van 7.530 euro van de vermindering;
  • de maximale vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten;
  • de grensbedragen van het belastbaar inkomen die gelden inzake de verminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten;
  • de maximumbedragen van de werkloosheidsuitkering voor de berekening van de bijkomende vermindering;
  • het maximumbedrag van 19.260 euro van de afzonderlijk belastbare beroepsinkomsten betaald aan sportbeoefenaars, scheidsrechters, enz.;
  • het maximumbedrag van 3.750 euro van het belastingkrediet 'investeringen';
  • de grensbedragen inzake het belastingkrediet 'lage activiteitsinkomsten';
  • het maximumbedrag van 690 euro van het belastingkrediet 'werkbonus';
  • het maximumbedrag van 10.490 euro van de beroepsinkomsten eigen aan de echtgenoot die geen enkel ander in de belasting niet-inwoners belastbaar en regulariseerbaar inkomen ontving, waarboven dewelke de andere echtgenoot, die wel in die belasting belastbare en regulariseerbare inkomsten ontving als alleenstaande wordt belast.

4. Hoe prorateren?

Het te prorateren bedrag wordt vermenigvuldigd met een breuk waarvan:

  • de teller gelijk is aan het aantal maanden van het belastbaar tijdperk;
  • de noemer gelijk is aan 12.

Om het aantal maanden van het belastbare tijdperk te bepalen wordt elke kalendermaand waarvan de 15de dag behoort tot dat tijdperk voor een volledige maand geteld.

Het resultaat wordt afgerond naar het hogere of lagere veelvoud van 10 euro naargelang de eenheid al dan niet 5 euro bereikt.

Er zijn echter afzonderlijke afrondingsregels voor de uren en bepaalde bedragen.

5. Wat zijn de andere maatregelen?

Het gaat over de volgende maatregelen:

  • de belastingvermindering voor overwerk wordt niet meer toegekend wanneer een belastingvermindering voor buitenlandse inkomsten toegepast is op de erop betrekking hebbende bezoldigingen;
  • er wordt, voor de berekening van het belastingkrediet 'investeringen', geen rekening meer gehouden met de vaste activa en schulden in de mate dat ze zijn toegewezen aan inkomensgenererende beroepsactiviteiten waarvoor een belastingvermindering voor buitenlandse inkomsten kan toegekend worden.

Met betrekking tot de belasting niet-inwoners, moeten de volgende specifieke maatregelen worden opgemerkt:

  • de belastingplichtigen die tijdens het belastbaar tijdperk in België belastbare en regulariseerbare beroepsinkomsten verkregen die niet ten minste 75 % bedragen van het geheel van hun beroepsinkomsten, hebben geen recht meer op de volgende voordelen:
    • de vermindering voor de bijdragen voor een individueel afgesloten levensverzekeringscontract tegen ouderdom en voortijdig overlijden;
    • de vermindering voor betalingen in het kader van het pensioensparen;
    • de vermindering voor de uitgaven gedaan in het kader van de energiebesparende uitgaven in een woning (in de praktijk gaat het hier enkel nog over de interesten van 'groene leningen');
    • de vermindering voor de verwerving van nieuwe aandelen van startende ondernemingen;
    • de vermindering voor de verwerving van een elektrische vierwieler of een elektrische motorfiets of driewieler;
    • de vermindering voor de inschrijving op aandelen van erkende ontwikkelingsfondsen;
    • de toepassing van de verhoogde basisbedragen voor de berekening van de verminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten;
    • het belastingkrediet 'werkbonus';
  • daarentegen, in tegenstelling tot voorheen, kunnen de voornoemde belastingplichtigen een vermindering voor de verwerving van werkgeversaandelen verkrijgen (zie volgend punt);
  • de belastingplichtigen kunnen vanaf nu de volgende verminderingen verkrijgen op bijkomende voorwaarde dat er een specifieke band is tussen elk van de verminderingen en de verkrijging van beroepsinkomsten die effectief geregulariseerd worden in de belasting niet-inwoners:
    • de vermindering voor de persoonlijke bijdragen voor een aanvullend pensioen van de tweede pijler;
    • de vermindering voor de verwerving van werkgeversaandelen;
    • de vermindering voor overwerk;
  • bepaalde asielzoekers voor wie het voordeel van het belastingkrediet 'kinderen' geschrapt werd in het geval het belastbaar tijdperk niet overeenkwam met een kalenderjaar voor een andere reden behalve overlijden, hebben in dit geval opnieuw recht op dit belastingkrediet. Vanzelfsprekend zal het voordeel hoe dan ook geprorateerd worden rekening houdend met de hierboven uiteengezette regels;
  • zoals in het verleden wordt er, voor de berekening van het belastingkrediet 'investeringen', slechts rekening gehouden met de vaste activa en de schulden toegewezen aan de uitoefening van beroepsactiviteiten die belastbare en regulariseerbare inkomsten in deze belasting opbrengen.

Lees ook: Parking-, carwash- en representatiekosten - Forfait bij vennootschap

6. Vanaf wanneer?

Vanaf aanslagjaar 2018 met uitzondering van de proratering van de vrijgestelde schijf van 416,50 euro aan dividenden die slechts van toepassing is op dividenden ontvangen vanaf 01.01.2018.

7. Wetgeving?

Artikel 117 tot 131 van de programmawet van 25.12.2017 (Belgisch Staatsblad van 29.12.2017).

Artikelen 129/1, 154bis, achtste lid, 174/1, 235, 1°, 243, tweede en derde lid, 243/1, 1°bis, 2°bis en 2°ter, 244, 1°bis, 2°bis en 2°ter, 244bis, derde lid, 289bis, § 1, tweede lid en § 2, 289ter, § 3, 289ter/1, eerste en derde lid, 539, § 3, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.