Pechverhelping voor de fiets blijft belastingvrij

Geschreven door , De Broeck Van Laere & Partners, www.dvp-law.be
Foto: Al Ibrahim  

Voordelen in natura die de werkgever toekent aan zijn werknemers, worden beschouwd als een deel van het loon en zijn normaal gezien dus belastbaar. Fiscaal spreken we van “voordelen van alle aard”. 

Maar om ecologische redenen wordt een uitzondering gemaakt voor een “bedrijfsfiets”. Als de werknemer gratis een fiets ter beschikking stelt van zijn werknemers, betalen die laatsten geen belasting op dat voordeel in natura. Voorwaarde is wel dat minstens een deel van het woon-werkverkeer afgelegd wordt met die fiets. 

Als de werknemer ook pechverhelping aanbiedt voor die fiets, is er nog steeds geen sprake van een belastbaar voordeel. Dat bijkomende voordeel mag verondersteld worden deel uit te maken van de terbeschikkingstelling van de fiets zelf en valt dus ook onder de gunstregeling. De rulingcommissie (dienst voor voorafgaande beslissingen) heeft recent een ruling in die zin afgeleverd. 

Volg op 17 januari 2019 van 12 uur tot 14 uur het online seminar Vruchtgebruik, opstal en erfpacht door een fiscale bril bekeken: de ontwikkelingen volgen elkaar in ijltempo op met Robin MESSIAEN

Zelfs voor privéfiets van werknemer 

Maar zelfs als de pechverhelping (in dit geval een takeldienst) geen betrekking heeft op een “bedrijfsfiets”, hoeft de werknemer fiscaal niets te vrezen. Pechverhelping voor een privéfiets van de werknemer op kosten van de werkgever vormt ook geen belastbaar voordeel. Volgens de rulingcommissie mogen we dat rangschikken onder de “geringe voordelen” die volgens de wet belastingvrij blijven. 

Voucher voor plooifiets 

Maar de rulingcommissie trekt wel een duidelijke lijn. Dezelfde werkgever wou niet alleen een lidmaatschap van de wegenwacht aanbieden aan zijn werknemers, maar ook een voucher voor een plooifiets ter waarde van goed 400 euro. De werknemers konden zich met die voucher dus een plooifiets aanschaffen om van het station naar het werk te rijden. Maar dan is er geen sprake meer van een fiets van de werkgever die ter beschikking gesteld wordt van de werknemers: die laatsten kopen de plooifiets immers zelf aan. 
En 400 euro is natuurlijk niet “gering”. Vandaar dat een werknemer die gebruik maakt van het aanbod en de voucher aanneemt, belast wordt op een voordeel van alle aard ten belope van de waarde van de voucher. 

Bron: ruling nr. 2018.0603, 24 juli 2018,