Opzeggingsvergoedingen van zelfstandige bedrijfsleiders

Geschreven door Lexalert
Foto: Esther Vargas  

De FOD Financiën publiceerde op 14 november 2017 de circulaire 2017/C/73 betreffende opzeggingsvergoedingen van zelfstandige bedrijfsleiders op www.fisconet.be. Deze circulaire geeft toelichting bij het belastingstelsel van vergoedingen die ten gevolge van de stopzetting van arbeid al of niet contractueel betaald zijn aan bedrijfsleiders die hun functie niet in het kader van een arbeidsovereenkomst uitoefenen en aan het sociaal statuut van de zelfstandigen onderworpen zijn.

I. Inleiding

Met het arrest van 24.09.2015 (1) deed het Grondwettelijk Hof uitspraak over vergoedingen betaald aan een werkend vennoot bij de beëindiging van zijn activiteit door de vennootschap.

(1) Arrest nr. 127/2015.

Hoewel het fiscaal statuut 'werkend vennoot' niet meer bestaat, heeft dit arrest gevolgen op het belastingstelsel van vergoedingen die ten gevolge van de stopzetting van arbeid al dan niet contractueel betaald zijn aan de zelfstandige bedrijfsleiders. Dit zijn de bedrijfsleiders die hun functie niet in het kader van een arbeidsovereenkomst uitoefenen en aan het sociaal statuut van de zelfstandigen onderworpen zijn.

Het is bijgevolg nodig om het huidige administratieve standpunt over de betrokken wettelijke bepalingen te verruimen, opdat dit conform de grondwet zou zijn.

II. Wettelijke bepaling

Artikel 171, 5°, a, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92)

'In afwijking van de artikelen 130 tot 145 en 146 tot 156, zijn afzonderlijk belastbaar, behalve wanneer de aldus berekende belasting, vermeerderd met de belasting Staat op de andere inkomsten, meer bedraagt dan de overeenkomstig de voormelde artikelen bepaalde belasting op de in de artikelen 17, § 1, 1° tot 3° en 90, eerste lid, 6° en 9°, vermelde inkomsten en op de meerwaarden op roerende waarden en titels die op grond van artikel 90, eerste lid, 1°, belastbaar zijn, vermeerderd met de belasting Staat met betrekking tot het geheel van de andere belastbare inkomsten:

(…)

5° tegen de gemiddelde aanslagvoet met betrekking tot het geheel van de belastbare inkomsten van het laatste vorige jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad die wordt bepaald op basis van de belasting die verschuldigd is bij toepassing van de artikelen 130 tot 145 en 146 tot 154, verminderd met de in de artikelen 1451 tot 14516, 14524, 14526, 14528, 14532 tot 14535 en 154bis vermelde belastingverminderingen:

a) vergoedingen die al of niet contractueel betaald zijn ten gevolge van stopzetting van arbeid of beëindiging van een arbeidsovereenkomst;

(…)'

III. Beoogde administratieve bepalingen

De huidige administratieve bepalingen interpreteren artikel 171, 5°, a, WIB 92 als volgt.

Nummer 171/263 van de Commentaar op het WIB 92 (Com.IB 92)

'B. VERGOEDINGEN BETAALD TEN GEVOLGE VAN STOPZETTING VAN ARBEID OF BEEINDIGING VAN EEN ARBEIDSOVEREENKOMST

1. Toepassingsgebied

Art. 171, 5°, a, WIB 92, dat voorziet in een afzonderlijke aanslag voor de vergoedingen … die al of niet contractueel betaald zijn ten gevolge van stopzetting van arbeid of beëindiging van een arbeidsovereenkomst, betreft uitsluitend de vergoedingen ter vervanging van de krachtens een arbeidsovereenkomst verschuldigde bezoldiging (cf. Cass., 12.10.1989, Ronveaux Paul, Bull. 699, blz. 3074).

Derhalve kan de vergoeding die aan een werkende vennoot van een personenvennootschap, die werd beschouwd als zelfstandige die een echte en permanente werkzaamheid in de vennootschap verricht om het maatschappelijk kapitaal te doen opbrengen, wordt betaald krachtens een overeenkomst die voorzag in de stopzetting van de "arbeidsovereenkomst voor bedienden", niet afzonderlijk worden belast omdat de belastingplichtige, bij gebrek aan een band van ondergeschiktheid, zijn activiteit niet uitoefende in het kader van een arbeidsovereenkomst, maar in werkelijkheid werkend vennoot was (zelfde arrest).'

Nummer 171/264, Com.IB 92

'Dezelfde regel geldt voor bestuurders van kapitaalvennootschappen die hun functie niet in het kader van een arbeidsovereenkomst uitoefenen en aan het sociaal statuut van de zelfstandigen onderworpen zijn.'

Nummer 171/265, Com.IB 92

'Art. 171, 5°, a, WIB 92, is echter wel van toepassing op de contractuele vergoeding die is toegekend aan een bestuurder van een kapitaalvennootschap die tevens bezoldigd directeur is in de vennootschap en aan wiens effectieve functie van directeur een einde wordt gesteld wegens een slepende ziekte, doch die zijn mandaat van bestuurder behoudt (Cass., 16.03.1990, C.F., Bull. 702, blz. 430).'

Nummer 171/266, Com. IB 92

'Uit het voormelde arrest van het Hof van Cassatie volgt dat een "opzeggingsvergoeding" betaald aan een bediende-bestuurder in een kapitaalvennootschap afzonderlijk mag worden belast overeenkomstig art. 171, 5°, a, WIB 92, wanneer aan de volgende voorwaarden voldaan is:

1° de verkrijger moet voorheen en onderscheiden van zijn mandaat van bestuurder in de vennootschap krachtens een arbeidsovereenkomst een aan de RSZ onderworpen bezoldigde functie hebben uitgeoefend;

2° de vergoeding moet wettelijk, contractueel, goedgunstig, ingevolge een CAO of ingevolge een rechterlijke beslissing worden toegekend ten gevolge van de stopzetting van de sub 1° bedoelde bezoldigde werkzaamheid;

3° de voortgezette werkzaamheid in de vennootschap moet strikt beperkt blijven tot het eigenlijke bestuursmandaat.'

IV. Grondwettelijk Hof

Het Grondwettelijk Hof wijst er evenwel op dat het toepassingsgebied van artikel 171, 5°, a, WIB 92, anders kan worden geïnterpreteerd (2).

(2) Arrest nr. 127/2015 van 24.09.2015.

In zoverre artikel 171, 5°, a, WIB 92, betrekking heeft op de vergoedingen die betaald zijn 'ten gevolge van stopzetting van arbeid of beëindiging van een arbeidsovereenkomst', beperkt die bepaling, volgens het hof, haar toepassingsgebied immers niet tot de vergoedingen die werknemers, gebonden door een arbeidsovereenkomst, ontvangen, maar heeft zij ook betrekking op de vergoedingen die worden uitbetaald ter compensatie van de stopzetting van andere situaties van bezoldigde arbeid.

Het Grondwettelijk Hof heeft daarbij voor recht gezegd dat:

-    artikel 171, 5°, a, WIB 92, zoals van toepassing op het aanslagjaar 1994, de artikelen 10 en 11 van de grondwet schendt, wanneer het in die zin wordt geïnterpreteerd dat het niet van toepassing is op de opzeggingsvergoedingen die een werkend vennoot ontvangt wanneer de vennootschap een einde maakt aan zijn activiteit binnen die laatste;

-    artikel 171, 5°, a, WIB 92, zoals van toepassing op het aanslagjaar 1994, de artikelen 10 en 11 van de grondwet niet schendt, wanneer het in die zin wordt geïnterpreteerd dat het van toepassing is op de opzeggingsvergoedingen die een werkend vennoot ontvangt wanneer de vennootschap een einde maakt aan zijn activiteit binnen die laatste.

V. Besluit

Gelet op voormeld arrest van het Grondwettelijk Hof past de administratie artikel 171, 5°, a, WIB 92, voortaan toe in die zin dat het de grondwet niet schendt.

Dat betekent concreet dat de vergoedingen die terecht zijn gekwalificeerd als vergoedingen die ten gevolge van de stopzetting van arbeid al of niet contractueel betaald zijn aan bedrijfsleiders die hun functie niet in het kader van een arbeidsovereenkomst uitoefenen en aan het sociaal statuut van de zelfstandigen onderworpen zijn, daardoor in aanmerking komen voor de belastingheffing tegen de gemiddelde aanslagvoet met betrekking tot het geheel van de belastbare inkomsten van het laatste vorige jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad.

De administratie zal de bepalingen omtrent het toepassingsgebied van artikel 171, 5°, a, WIB 92, vermeld in de nrs. 171/263-266 Com.IB 92, in die zin aanpassen.

VI. Inwerkingtreding

Deze circulaire is onmiddellijk van toepassing en dit in alle stadia van de procedure.

Interne ref.: 703.971