Optionele BTW verhuur onroerend goed

Geschreven door Lexalert
Foto: Marcin Wichary  

Het wetsontwerp van 31 juli 2018 wijzigt vooreerst het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna “Wetboek”) door de invoering van een optionele belastingheffing met betrekking tot de verhuur van onroerende goederen uit hun aard. Deze maatregel maakt het voorwerp uit van hoofdstuk 1 van het ontwerp.

Het ontwerp voert in artikel 44, § 3, 2°, d), nieuw, van het Wetboek een gezamenlijke optie in voor de verhuurder en de huurder om de verhuur van gebouwen  of gedeelten van gebouwen,  desgevallend samen met de bijhorende grond, te belasten op voorwaarde dat de huurder de betrokken goederen uitsluitend gebruikt voor de economische activiteit die hem de hoedanigheid van belastingplichtige verleent.

Het ontwerp voegt bovendien in artikel 44, § 3, 2°, van het Wetboek een nieuwe uitzondering in op de vrijstelling voor de verpachting en de verhuur van uit hun aard onroerende goederen, met name voor de kortdurende verhuur, zijnde de terbeschikkingstelling van uit hun aard onroerende goederen, anders dan voor bewoning, voor een periode van niet meer dan zes maanden.

Volg het on demand seminarie Up-to-date BTW (OKT 2018) met Evy VAN DIJCK

De invoering van de optionele belastingheffing voor bepaalde onroerende goederen heeft gevolgen op de bepalingen inzake de maatstaf van heffing en de regels met betrekking tot de herziening van de initieel in aftrek gebrachte belasting. Het ontwerp voegt daarom in artikel 33 van het Wetboek een paragraaf § 2bis, nieuw, in op grond waarvan, enkel voor de belaste verhuur van gebouwen of gedeelten van gebouwen ingevolge de uitoefening van de optie tot belastingheffing, de normale waarde van de verhuurdienst geldt als maatstaf van heffing. Artikel 48, § 2, derde lid, nieuw, van het Wetboek, ingevoegd bij onderhavig ontwerp, voorziet anderzijds in een specifieke herzieningstermijn van vijfentwintig jaar.

Ten slotte wijzigt hoofdstuk 2 van het ontwerp het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting op de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, om op bepaalde verhuren van onroerende goederen uit hun aard de verlaagde btw-tarieven van toepassing te maken die al van toepassing zijn op de onroerende financieringshuur of de onroerende leasing van die onroerende goederen.

Diensten van onroerende  verhuur die niet zijn gekwalificeerd als onroerende leasing  of onroerende financieringshuur kunnen voortaan dan ook belast worden  ingevolge de uitoefening  van de  optie  bedoeld in artikel44, § 3, 2°, d) van het Wetboek.

Lees de volledige tekst van het wetsontwerp van 31 juli 2018 tot wijziging van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde wat de optionele belastingheffing inzake verhuur van uit hun aard onroerende goederen betreft en tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20, van 20 juli 1970, tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven wat het verlaagde btw-tarief  inzake de belaste verhuur van uit hun aard onroerende goederen betreft