Omzendbrief betreffende de wet van 25 december 2016 tot wijziging van de artikelen 335 en 335ter van het Burgerlijk Wetboek betreffende de wijze van naamsoverdracht aan het kind

Geschreven door Lexalert
Foto: Denis Mihailov  

Aan de dames en heren Procureurs-generaal bij de hoven van beroep,
Aan de dames en heren Ambtenaren van de burgerlijke stand van het Rijk,
Verschillende omzendbrieven regelen de materie van de naamsoverdracht.
Er is enerzijds de omzendbrief van 30 mei 2014 betreffende de wet van 8 mei 2014 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde die verschenen is in het Belgisch Staatsblad van 30 mei 2014.
Anderzijds is er de omzendbrief van 22 december 2014 inzake de wet van 5 mei 2014 houdende de vaststelling van de afstamming van de meemoeder en de wet van 18 december 2014 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van internationaal privaatrecht, het Consulair Wetboek, de wet van 5 mei 2014 houdende de vaststelling van de afstamming van de meemoeder en de wet van 8 mei 2014 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde (B.S., 29 december 2014, blz. 106488 en volgende).
Deze omzendbrief wil nieuwe instructies geven over de wijze waarop de keuze voor de naam van de vader, van de moeder of van de meemoeder moet worden vastgesteld en over de nieuwe regeling van toekenning van de naam in geval van onenigheid tussen de ouders en van weigering door de ouders om een keuze te maken.
Voor een goed begrip worden in deze omzendbrief onder `ouders' ook de `meeouders' verstaan.
De wet van 25 december 2016 tot wijziging van de artikelen 335 en 335ter van het Burgerlijk Wetboek betreffende de wijze van naamsoverdracht aan het kind, in het Belgisch Staatsblad verschenen op 30 december 2016 en in werking getreden op 1 januari 2017, heeft immers een nieuwe aanvullende regeling in geval van onenigheid tussen de ouders en van weigering van de ouders om een keuze te maken, ingevoerd.
De voormelde omzendbrief van 30 mei 2014 blijft van overeenkomstige toepassing op de toekenning van de naam van kinderen geboren na 31 december 2016, met uitzondering van de punten met betrekking tot de aanvullende regels (standaardregeling), en de regels m.b.t. de vormvoorwaarden van de gemeenschappelijke verklaring van naamkeuze (punt. 2.1.1.2. van de omzendbrief van 30 mei 2014), waarvoor de richtlijnen in de voorliggende omzendbrief zullen gelden.
Deze omzendbrief geeft daarnaast toelichting bij de overgangsbepalingen (artikel 4 van de wet van 25 december 2016 tot wijziging van de artikelen 335 en 335ter van het Burgerlijk Wetboek betreffende de wijze van naamsoverdracht aan het kind.)
Regels voor de verklaring van naamkeuze door de vader, de moeder of de meemoeder
In plaats van punt 2.1.1.2. van de omzendbrief van 30 mei 2014 moeten de voorliggende onderrichtingen toegepast worden. Deze onderrichtingen beogen het uitdrukkelijk formuleren van bepaalde regels met betrekking tot de vaststelling van de naam op het ogenblik van de geboorte van het kind en het vereenvoudigen ervan omdat de huidige regels als te strikt worden beschouwd en zouden kunnen leiden tot een veralgemeende toepassing van de aanvullende regels.
De aanvullende regels van toekenning van de naam bij de geboorte
De voormelde wet van 8 mei 2014 voorzag in de toekenning van de naam van de vader als aanvullende regel (bij onenigheid tussen de ouders of bij afwezigheid van keuze van naam).
In haar arrest nr. 2/2016 van 14 januari 2016 heeft het Grondwettelijk Hof deze standaardregeling vernietigd omdat ze een niet te rechtvaardigen verschil in behandeling bevatte die volgens het Hof een echt vetorecht in hoofde van de vader creëerde op dit vlak. Het volstond immers dat de vader zich verzette tegen de keuze van de moeder opdat zijn naam automatisch aan het kind zou worden toegekend. Dit arrest zal gevolgen hebben vanaf 1 januari 2017.
De nieuwe wet van 25 december 2016, voorziet, in geval van onenigheid tussen de ouders of van weigering door de ouders om een keuze te maken, in de toekenning van de naam van de ouders naast elkaar in alfabetische volgorde met niet meer dan één naam voor elk van hen.

Lees ook: Welke familienaam bij onenigheid tussen ouders?

Als een of beide ouders een dubbele naam hebben, kunnen zij kiezen welk deel van hun dubbele naam ze door zullen geven aan hun kind en dat naast de naam van de andere geplaatst zal worden. Als de betrokken ouder geen keuze maakt, wordt het deel van zijn naam dat wordt doorgegeven bepaald door de alfabetische volgorde.
Bovendien wordt het toepassingsgebied van de nieuwe aanvullende regels uitgebreid tot de hypothese van onenigheid tussen de meeouders of van weigering om een keuze te maken door de meeouders over de toekenning van de naam van hun kind. De aanvullende regels die op hen van toepassing zijn (cfr. artikel 335ter, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek) bevatten dezelfde principes als die voor de vader en de moeder.
Tenslotte voorziet de wetgever, om de door het Grondwettelijk Hof vastgestelde ongelijkheid sinds de inwerkingtreding van de wet van 8 mei 2014 te herstellen, de mogelijkheid voor een van de ouders om de nieuwe standaardregeling toe te passen op hun gemeenschappelijke minderjarige kinderen wanneer zij er niet in geslaagd zijn overeen te komen over de toekenning van de naam of geen keuze hieromtrent hebben gemaakt.
Ingevolge de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving, wordt artikel 335, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, aangevuld met de volgende zinnen :
"In geval van onenigheid draagt het kind de naam van de vader en de naam van de moeder naast elkaar in alfabetische volgorde met niet meer dan één naam voor elk van hen. Wanneer de vader en de moeder, of één van hen, een dubbele naam dragen, kiest de betrokkene het deel van de naam dat aan het kind wordt doorgegeven. Bij afwezigheid van keuze wordt het deel van de dubbele naam dat wordt doorgegeven bepaald op basis van de alfabetische volgorde.".
Daarnaast wordt de laatste zin van artikel 335ter, § 1, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek, vervangen door de volgende zinnen :
"In geval van onenigheid draagt het kind de naam van de moeder en de naam van de meemoeder naast elkaar in alfabetische volgorde met niet meer dan één naam voor elk van hen. Wanneer de moeder en de meemoeder, of een van hen, een dubbele naam dragen, kiest de betrokkene het deel van de naam dat aan het kind wordt doorgegeven. Bij afwezigheid van keuze wordt het deel van de dubbele naam dat wordt doorgegeven bepaald op basis van de alfabetische volgorde.".
I. Vormvoorwaarden van de gemeenschappelijke verklaring van naamkeuze (kinderen geboren na 31 december 2016)
- Vorm en inhoud van de naamkeuze
De voormelde wet van 8 mei 2014 bepaalt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand akte neemt van de keuze van de ouders (art. 335, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek/art. 335ter, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek) bij de aangifte van de geboorte.
Het akkoord van de ouders is dus in principe vereist.
De wet zet de vader, de moeder en de meemoeder er immers toe aan om samen hun keuze uit te drukken. Het principe van de wilsautonomie van de ouders is immers de regel en moet aangemoedigd worden. De aanvullende regels zullen slechts in een klein aantal gevallen bij onenigheid tussen de ouders of bij weigering om een keuze te maken, toegepast worden. De ouders moeten immers in staat zijn om overeen te komen over de keuze van de naam, zoals dat ook voorzien is bij de voornaam. De overeenstemming van de ouders over de naamkeuze wordt door de aangever of aangevers van de geboorte meegedeeld aan de ambtenaar van de burgerlijke stand.
De verklaring van naamkeuze kan gedaan worden door de vader, de moeder of de meemoeder, met impliciet akkoord van de andere ouder.
Twee hypothesen kunnen zich voordoen :
1) Indien de vader en de moeder of de moeder en de meemoeder samen aangifte doen van de geboorte van hun kind, stelt de ambtenaar van de burgerlijke stand onverwijld de akte van geboorte van het kind op en vermeldt hij in de akte van geboorte de aldus gekozen naam;
De keuze van de ouders kan opgenomen zijn in een gemeenschappelijke verklaring die voldoende duidelijk het akkoord van elk van de ouders over de naamkeuze bevat. Daarvoor kan inhoudelijk het model van gemeenschappelijke verklaring in bijlage bij de omzendbrief van 30 mei 2014 worden gebruikt, waaraan eventuele andere gegevens zoals de keuze van de voornaam of desgevallend van het toepasselijk recht op de naam kunnen toegevoegd worden. De ambtenaar van de burgerlijke stand kan bijvoorbeeld ook het akkoord van de ouders noteren op een minuut van de akte en deze door hen laten handtekenen.
De gemeenschappelijke verklaring van de ouders wordt bij het dossier gevoegd.
2) Als één ouder de geboorte van het kind aangeeft, zal de ambtenaar van de burgerlijke stand zich niet meer moeten verzekeren van het akkoord van de andere ouder en dit omdat de artikelen 373, tweede lid, en 374, § 1, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, aannemen dat de ouder geacht wordt gehandeld te hebben met het akkoord van de andere ouder. De ouder die de aangifte van geboorte alleen doet kan uiteraard ook steeds een gemeenschappelijke verklaring van beide ouders met een kopie van de identiteitskaart van de afwezige ouder aan de ambtenaar van de burgerlijke stand overhandigen. De ambtenaar van de burgerlijke stand kan de aangever steeds een document laten ondertekenen waarin hij verklaart dat de afwezige ouder akkoord of niet akkoord is of dat de ouders beslist hebben geen keuze te maken.
Aan de twee vorige hypotheses moet nog een laatste hypothese worden toegevoegd : het geval waarin de geboorte wordt aangegeven door een van de andere personen bedoeld in artikel 56, § 2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (geneesheer, vroedvrouw of elke andere persoon die bij de bevalling tegenwoordig is geweest of door de persoon bij wie de bevalling heeft plaatsgehad). In dat geval, zal hij zich moeten verzekeren van het akkoord van de ouders omdat de vaststelling van de naam een voorrecht is dat verbonden is met de uitoefening van het ouderlijk gezag. De ouders die niet persoonlijk aangifte doen van de geboorte van hun kind moeten alles in het werk stellen opdat hun gemeenschappelijke verklaring van naamkeuze zou kunnen worden overhandigd aan de ambtenaar van de burgerlijke stand, op het ogenblik van de aangifte van de geboorte, door de verklarende derde bedoeld in artikel 56 van het Burgerlijk Wetboek. Het akkoord van de ouders kan vastgesteld worden door de overhandiging van een gemeenschappelijke verklaring van beide ouders met een kopie van hun identiteitskaarten.
Als hij dit akkoord niet kan vaststellen, zal de ambtenaar van de burgerlijke stand de naam toekennen volgens de aanvullende regels.
Zoals reeds vermeld, is de vaststelling van de naam een voorrecht verbonden aan de uitoefening van het ouderlijk gezag. De verklaring van naamkeuze gedaan door één van de ouders wordt geacht te zijn gedaan met instemming van de andere ouder.
Dit vermoeden rust op artikel 373, tweede lid (wanneer de ouders samen wonen) of op artikel 374, § 1, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (wanneer de ouders niet of niet meer samen wonen). Het komt dus niet aan de ambtenaar van de burgerlijke stand voor wie de verklaring van naamkeuze wordt gedaan, toe om na te gaan of de keuze werkelijk gemeenschappelijk werd gemaakt. Het is aan de aangever om de gemeenschappelijke keuze, het gebrek daaraan of de onenigheid tussen de ouders mee te delen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand.
De ambtenaar van de burgerlijke stand zal daarentegen altijd de overdraagbaarheid van de door de ouders gekozen naam controleren (zie punt 1.3. van de omzendbrief van 30 mei 2014) en indien dit niet het geval is, zal hij moeten weigeren om de verklaarde naam in de akte te vermelden. Hij zal in dat geval de aanvullende regels van toekenning van de naam toepassen.
- Wijze waarop de naamkeuze door de ambtenaar van de burgerlijke stand wordt ontvangen
Zoals hierboven vermeld kan de keuze van de ouders opgenomen zijn in een gemeenschappelijke verklaring of in een minuut van de akte die ondertekend wordt door de aangever of aangevers.
De ambtenaar van de burgerlijke stand kan dus ook een gemeenschappelijke verklaring van naamkeuze door de ouders ontvangen of een verklaring van de vader, de moeder of de meemoeder.
In voorkomend geval moet de verklaring van naamkeuze overhandigd worden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand of daarvan akte worden genomen door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats van geboorte van het kind tijdens de aangifte van de geboorte binnen vijftien dagen na de bevalling.
Gelet op artikel 335, § 1, van het Burgerlijk Wetboek zal een voortijdige verklaring zonder gevolg blijven, net als een laattijdige verklaring.
Een verklaring van naamkeuze kan dus niet ontvangen worden ter gelegenheid van een prenatale erkenning.
Ze moet overhandigd worden op het ogenblik van de aangifte van geboorte en kan niet ontvangen worden na de termijn van vijftien dagen voorzien in artikel 55 van het Burgerlijk Wetboek, behoudens de hypothese bedoeld in artikel 56, § 3 van hetzelfde Wetboek.
Twee hypothesen kunnen zich voordoen :
1) De ouders kunnen gezamenlijk de verklaring afleggen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand.
De ambtenaar van de burgerlijke stand moet zich niet verplaatsen om een verklaring van een vader, moeder of meemoeder die verhinderd zou zijn, te gaan ontvangen. De andere ouder kan steeds alleen het kind gaan aangeven en voor de ambtenaar van de burgerlijke stand de naam verklaren die beide ouders gekozen hebben.
2) Een van de ouders kan alleen verklaren welke naam het kind zal dragen. De verklaarder zal in dat geval aan de ambtenaar van de burgerlijke stand ook kunnen aangeven dat de ouders het hier niet eens over waren of beslist hebben geen keuze te maken. In dat geval neemt de ambtenaar van de burgerlijke stand akte van deze onenigheid of deze weigering om een keuze te maken.
De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt in het dossier melding van de onenigheid tussen de ouders.
Het is mogelijk dat reeds vóór of ten laatste op het ogenblik van de verklaring de afwezige ouder zich verzet tegen de door de aangever gedane keuze die niet overeenstemt met hun gemeenschappelijke wil. In dat geval moet deze ouder zijn onenigheid kenbaar maken aan de ambtenaar van de burgerlijke stand op dusdanige wijze dat deze geen twijfel heeft over de identiteit van de persoon die de weigering heeft uitgedrukt (de onenigheid kan enkel worden uitgedrukt door een e-mail of een telefoontje als dit versterkt wordt met het bewijs van de identiteit van de andere ouder en dit met alle middelen van recht).
De ouder die de keuze van naam betwist kan het tegendeel bewijzen door alle middelen van recht. Als de verklaring van de verschijnende persoon leugenachtig blijkt, weigert de ambtenaar van de burgerlijke stand akte te nemen van de in de verklaring vermelde naam en brengt hij de procureur des Konings ervan op de hoogte (zie punt 2.1.1.1. van de omzendbrief van 30 mei 2014).
Indien daarentegen de afwezige ouder na de opmaak van de akte van geboorte vaststelt dat de andere ouder een leugenachtige verklaring heeft afgelegd, kan deze ouder de familierechtbank vatten zich baserend op het bestaan van een onenigheid tussen ouders over de uitoefening van een van de prerogatieven van het ouderlijk gezag.
- Inschrijving van de naam en van de naamkeuze door de ambtenaar van de burgerlijke stand
De akte van geboorte van het eerste gemeenschappelijke kind wordt opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 57 van het Burgerlijk Wetboek. Zij omvat derhalve de vermelding van de naam van het kind volgens het hiernavolgende model :
Naam : DURAND PEETERS (eerste deel : DURAND; tweede deel : PEETERS)
Ter herinnering : de vermelding van de twee delen van de naam (eerste deel : ...; tweede deel : ...) moet enkel in geval van een dubbele naam in de opgestelde akte worden opgenomen. Die vermelding is niet aan de orde voor enkele of samengestelde namen (over dit onderscheid, zie punt 1.1. van de omzendbrief van 30 mei 2014).
II. Toepassingsvoorwaarden van de aanvullende regels bedoeld in de artikelen 335 en 335ter van het Burgerlijk Wetboek, zoals gewijzigd door de artikelen 2 en 3 van de wet van 25 december 2016.
1. Toepassingsgebied
Dit stelsel is van toepassing op de gevallen waar de afstamming van vaderszijde en van moederszijde of van moederszijde en van meemoederszijde gelijktijdig wordt vastgesteld (artikelen 335, § 1, tweede lid, of 335ter, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek).
Het heeft bijgevolg geen betrekking op de gevallen waar de dubbele afstamming opeenvolgend wordt vastgesteld (artikelen 335, § 3, en 335ter, § 2, van het Burgerlijk Wetboek). In dat geval draagt het kind in principe immers de naam van de moeder, behalve wanneer de ouders een gemeenschappelijke verklaring indienen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand volgens dewelke het kind een andere naam dan de naam van de moeder zal dragen (naam van de vader of de meemoeder; beide namen naast elkaar in de volgorde van hun keuze).
2. Grondvoorwaarden en bevoegdheid
Dit stelsel wordt toegepast in geval van onenigheid tussen de ouders of van weigering om een keuze te maken door de ouders. De aanvullende regels (onenigheid of weigering om een keuze te maken) zullen ook worden toegepast bij kennelijke fouten of bij keuzes die niet overeenstemmen met de wettelijke bepalingen (zie punt 1.3. van de omzendbrief van 30 mei 2014 hierover).
Bovendien staan, bij toepassing van de artikelen 335bis en 335ter, § 4, van het Burgerlijk Wetboek, de onenigheid tussen de ouders of de weigering door de ouders om een keuze te maken, gelijk met een keuze en verhinderen zij de mogelijkheid om een nieuwe keuze van naam te formuleren ten aanzien van de volgende kinderen van dezelfde ouders (zie punt 1.2.1. van de omzendbrief van 30 mei 2014).
Dit stelsel is van toepassing op de ambtenaren van de burgerlijke stand (artikel 335, § 1, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek) en op de hoofden van de consulaire beroepsposten (artikel 8 van het Consulair Wetboek).
3. Samenstelling van de naam
De naam wordt voortaan samengesteld uit de naam van de vader en de naam van de moeder of, in geval van meemoederschap, de naam van de moeder en de naam van de meemoeder. Hun beide namen staan in alfabetische volgorde. De naam waarvan de eerste letter het dichtst bij het begin van het alfabet staat, krijgt dus voorrang.
Voorbeeld : Naam van de vader : DURAND; naam van de moeder : PEETERS. In geval van onenigheid tussen hen zal het kind de naam DURAND PEETERS dragen en niet de naam PEETERS DURAND.
Als de beide ouders een naam hebben die met dezelfde letter begint, moet, om de naam te bepalen die als eerste zal staan, rekening worden gehouden met de tweede letter van hun naam en zo verder als de volgende letters ook dezelfde zijn.
Voorbeeld : Naam van de vader : DE PAUW; naam van de moeder DE WOLF. In geval van onenigheid zal het kind de naam DE PAUW DE WOLF dragen en niet de naam DE WOLF DE PAUW.
Wanneer de ouders een dubbele naam hebben, zullen de ouders de mogelijkheid hebben om zelf te bepalen welk deel van hun naam ze willen doorgeven. Deze mogelijkheid waarborgt zo veel als mogelijk de wilsautonomie van de ouders op dit vlak.
Het gaat hier over een dubbele naam en niet over een samengestelde naam. In dat laatste geval, is de naam ondeelbaar en zal ze in haar geheel moeten worden doorgegeven (zie punt 1.1. van de omzendbrief van 30 mei 2014).
Als, in het kader van de toepassing van de standaardregel, de ouder die over een dubbele naam beschikt niet bepaalt welk deel van de naam hij wil overdragen aan het kind, moet de naam waarvan de eerste letter het dichtst bij het begin van het alfabet staat, overgedragen worden.
Voorbeeld : Naam van de vader : DURAND PEETERS (dubbele naam); naam van de moeder : GENEVOIX VAN MALDEGHEM (dubbele naam). Als deze twee personen niet kiezen welk deel van de naam ze willen overdragen op hun kind, zal het kind de naam DURAND GENEVOIX (het deel van de naam van de vader waarvan de eerste letter het dichtst bij het begin van het alfabet staat is de naam DURAND; het deel van de naam van de moeder waarvan de eerste letter het dichtst bij het begin van het alfabet staat is de naam GENEVOIX) dragen.
Als de twee delen van de dubbele naam van beide ouders beginnen met dezelfde letter en als beide ouders niet bepalen welk deel van de naam ze willen overdragen aan het kind, moet, om de naam te bepalen die als eerste zal staan, rekening worden gehouden met de tweede letter van de naam en zo verder als de volgende letters ook dezelfde zijn.
Voorbeeld : Naam van de vader : DE PAUW DE WOLF (dubbele naam); naam van de moeder : LEGRAS LEGRELLE (dubbele naam). Als deze twee personen niet kiezen welk deel van de naam ze willen overdragen op hun kind, zal het kind de naam DE PAUW LEGRAS (het deel van de naam van de vader waarvan de eerste letter het dichtst bij het begin van het alfabet staat is de naam DE PAUW; het deel van de naam van de moeder waarvan de eerste letter het dichtst bij het begin van het alfabet staat is de naam LEGRAS) dragen. Wat het deel van de naam van de vader of van de moeder dat voorrang zal hebben op de andere betreft, moet rekening worden gehouden met het deel van de naam van de ouder waarvan de eerste letter het dichtst bij het begin van het alfabet staat.
III. Toepassing van de algemene regels in de tijd
1. Principe
De voormelde wet van 8 mei 2014, die aan de basis ligt van de standaardregeling, is in werking getreden op 1 juni 2014.
Artikel 11 van die wet bepaalt :
"Deze wet is van toepassing op kinderen die geboren of geadopteerd zijn na haar inwerkingtreding.
Wanneer er echter reeds ten minste één kind is van wie de afstamming ten aanzien van dezelfde ouders vaststaat op de dag waarop deze wet in werking treedt, [blijft het vroegere artikel 335, van toepassing] op de vaststelling van de naam van het kind [...] geboren na de inwerkingtreding ervan en wiens afstamming ten aanzien van dezelfde ouders vaststaat.".
Het aanvullend stelsel kan dus niet toegepast worden op kinderen geboren voor de inwerkingtreding van de wet van 8 mei 2014, te weten 1 juni 2014.
Het Grondwettelijk Hof heeft daarentegen wel het door die wet oorspronkelijk voorziene stelsel vernietigd, maar haar gevolgen gehandhaafd tot 31 december 2016. Zo moeten de kinderen geboren tussen 1 juni 2014 en 31 december 2016, als de ouders er niet in slagen hierover overeen te komen, overeenkomstig het oude aanvullend stelsel, de naam van de vader dragen.
Kinderen geboren vanaf de inwerkingtreding van de wet van 25 december 2016, te weten 1 januari 2017, zullen de dubbele naam van de ouders dragen in de volgorde bepaald door de artikelen 335, § 1, tweede lid of 335ter, § 1, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek.
Om de ongelijke behandeling door de oude aanvullende regels te vermijden, is het voor de vader, de moeder of de meemoeder mogelijk om alleen een verklaring in te dienen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand volgens dewelke de nieuwe aanvullende regels toepasselijk zijn op hun tussen 1 juni 2014 (datum van inwerkingtreding van de wet van 8 mei 2014) en 31 december 2016 (uiterste datum vastgelegd door het Grondwettelijk Hof) geboren kind.
Artikel 4 van de wet van 25 december 2016 :
" § 1. Indien het kind de naam van de vader draagt wegens onenigheid of afwezigheid van keuze van zijn ouders, door toepassing van artikel 335, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals ingevoegd door de wet van 8 mei 2014, en dat vernietigd werd bij het arrest nr. 2/2016 van het Grondwettelijk Hof, maar waarvan de gevolgen door hetzelfde arrest behouden bleven tot 31 december 2016, kan de moeder of de vader, bij verklaring bij de ambtenaar van de burgerlijke stand die wordt afgelegd voor 1 juli 2017, ten gunste van de na 31 mei 2014 geboren gemeenschappelijke minderjarige kinderen en onder voorbehoud dat zij geen gemeenschappelijke meerderjarige kinderen hebben op de dag van deze aanvraag, vragen hen de dubbele naam toe te kennen overeenkomstig de bepalingen van deze wet.
Indien het kind de naam van de meemoeder draagt wegens onenigheid of afwezigheid van keuze van zijn ouders, met toepassing van artikel 335ter, § 1, tweede lid, derde zin, van het Burgerlijk Wetboek, zoals ingevoegd bij de wet van 5 mei 2014 en gewijzigd bij de wet van 18 december 2014 voor de vervanging ervan bij deze wet, kan de moeder of de meemoeder, bij verklaring bij de ambtenaar van de burgerlijke stand die wordt afgelegd voor 1 juli 2017, ten gunste van de na 31 mei 2014 geboren gemeenschappelijke minderjarige kinderen en onder voorbehoud dat zij geen gemeenschappelijke meerderjarige kinderen hebben op de dag van deze aanvraag, vragen hen de dubbele naam toe te kennen overeenkomstig de bepalingen van deze wet.
§ 2. De overeenkomstig § 1 bepaalde naam wordt toegekend aan alle gemeenschappelijke minderjarige kinderen."

1.1. Meerdere voorbeelden kunnen de verschillende situaties aantonen.
Voorbeeld 1
Huwelijk van de heer DURAND en mevrouw PEETERS : 1 februari 2012
Geboorte van kind A : 6 maart 2014; Geboorte van kind B : 23 januari 2016.
De naam van kind A wordt van rechtswege opgelegd aan de ouders : het kind zal de naam DURAND dragen (oud artikel 335, § 1 van het Burgerlijk Wetboek).
De ouders zijn het niet eens over de naam van kind B. In toepassing van artikel 11, tweede lid, van de wet van 8 mei 2014, zijn de oude regels over de toekenning van de naam van toepassing. Aangezien de afstamming ten aanzien van dezelfde ouders vastgesteld is op het ogenblik van de geboorte, draagt het kind B de naam DURAND.
Voorbeeld 2
Huwelijk van de heer DURAND en mevrouw PEETERS : 2 februari 2013
Geboorte van kind A : 2 juni 2014; Geboorte van kind B : 13 november 2015.
De ouders zijn het niet eens over de naam van kind A. De oude aanvullende regels van de wet van 8 mei 2014 zijn van toepassing : het kind draagt in principe de naam DURAND. Door toepassing van artikel 335bis van het Burgerlijk Wetboek (eenheid van naam tussen kinderen geboren uit dezelfde ouders), zal kind B de naam DURAND dragen. Het zal voor de vader of de moeder evenwel mogelijk zijn om tot 1 juli 2017 een verklaring van naamsverandering in te dienen krachtens dewelke de nieuwe regels van het aanvullend stelsel toegepast zullen worden. (zie voorbeelden hieronder).
Voorbeeld 3
Huwelijk van de heer DURAND en mevrouw PEETERS : 18 december 2014.
Geboorte van kind A : 8 september 2016;
Geboorte van kind B : 30 juni 2017.
De ouders zijn het niet eens over de naam van kind A. De oude aanvullende regels van de wet van 8 mei 2014 zijn van toepassing (het Grondwettelijk Hof heeft de gevolgen van het oude stelsel gehandhaafd tot 31 december 2016) : kind A draagt de naam DURAND. Door toepassing van artikel 335bis van het Burgerlijk Wetboek (eenheid van naam tussen kinderen geboren uit dezelfde ouders), zal kind B de naam DURAND dragen. Het zal voor de vader of de moeder evenwel mogelijk zijn om tot 1 juli 2017 een verklaring van naamsverandering in te dienen krachtens dewelke de nieuwe regels van het aanvullend stelsel toegepast zullen worden. (zie voorbeelden hieronder).
Voorbeeld 4
Huwelijk van de heer DURAND en mevrouw PEETERS : 27 augustus 2015.
Geboorte van kind A : 28 februari 2017;
Geboorte van kind B : 20 maart 2018.
De ouders zijn het niet eens over de naam van kind A. Volgens de nieuwe standaardregeling ingevoerd door voormelde wet van 25 december 2016 zal kind A de naam DURAND PEETERS dragen. Door toepassing van artikel 335bis van het Burgerlijk Wetboek (eenheid van naam tussen kinderen geboren uit dezelfde ouders), zal kind B de naam DURAND PEETERS dragen.
1.2. Aangezien het gaat om een regel die afwijkt van het gemeen recht, met terugwerkende kracht, en de toekenning van de naam de openbare orde raakt, is de mogelijkheid van een verklaring van naamsverandering met het oog op de toepassing van de nieuwe aanvullende regels, beperkt in de tijd : tot 1 juli 2017. Na deze datum, kan de verklaring niet meer worden afgelegd voor de kinderen geboren tussen 1 juni 2014 en 31 december 2016.
Voorbeeld 1
Huwelijk van de heer DURAND en mevrouw PEETERS : 27 december 2011.
Geboorte van kind A : 28 november 2016.
De ouders zijn het niet eens over de naam van kind : het kind draagt in principe de naam DURAND (het Grondwettelijk Hof heeft de gevolgen van het oude stelsel gehandhaafd tot 31 december 2016).
Op 16 maart 2017, wil mevrouw PEETERS de nieuwe aanvullende regels doen toepassen en legt een verklaring van naamsverandering af op basis van artikel 4 van de wet van 25 december 2016. Dit is inderdaad mogelijk. Kind A zal bijgevolg de naam DURAND PEETERS dragen (de vader heeft een naam waarvan de eerste letter het dichtst bij begin van het alfabet staat). Door toepassing van artikel 335bis van het Burgerlijk Wetboek (eenheid van naam tussen kinderen geboren uit dezelfde ouders), zal de naam van kind A, vastgesteld op basis van deze verklaring, opgelegd worden aan de toekomstige gemeenschappelijke kinderen.
Voorbeeld 2 :
Huwelijk van de heer DURAND en mevrouw PEETERS : 3 december 2014.
Geboorte van kind A : 2 februari 2016.
De ouders zijn het niet eens over de naam van kind. Het kind draagt de naam DURAND.
Op 7 augustus 2017 wil de moeder een verklaring van naamsverandering op basis van artikel 4 van de wet van 25 december 2016 afleggen opdat het kind de naam van de beide ouders kan dragen : de ambtenaar van de burgerlijke stand zal deze mogelijkheid moeten weigeren omdat ze te laat wordt afgelegd.
2. De verklaring van naamsverandering op basis van artikel 4 van de wet van 25 december 2016.
Volgens de memorie van toelichting bij deze bepaling, is deze verklaring enkel toegestaan indien er aanwijzingen zijn die aantonen dat de naam van het kind wel degelijk werd vastgesteld op basis van de aanvullende regels van voormelde wet van 8 mei 2014 voor ze vernietigd werden door het Grondwettelijk Hof.
Zo moet, als de naam het gevolg was van onenigheid tussen de ouders, de onenigheid werden vastgesteld door de ambtenaar van de burgerlijke stand bij de verklaring van naamkeuze afgelegd overeenkomstig de oude artikelen 335, § 1, twee lid, derde zin, en 335ter, § 1, tweede lid, derde zin, van het Burgerlijk Wetboek.
Daarentegen zal de naam van het kind werkelijk het gevolg zijn van de afwezigheid van keuze van de ouders als er geen verklaring van naamkeuze was (cfr. omzendbrief van 30 mei 2014) (Memorie van toelichting, Wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 335 en 335ter van het Burgerlijk Wetboek betreffende de wijze van naamsoverdracht aan het kind, Parl. St. Kamer 2016-17, nr. 54-2220/001, p. 13).
Aangezien het gaat om een verklaring die de ouder die het slachtoffer werd van een ongelijke behandeling op basis van het geslacht moet toelaten om de naam van de moeder toe te voegen aan de naam van de vader of van de meemoeder, moet deze verklaring niet gemeenschappelijk zijn en kan ze gedaan worden door de vader, de moeder of de meemoeder.
Deze verklaring moet ingeschreven worden in de bijzondere of dienstdoende registers overeenkomstig de volgende formulering :
Verklaring van naamsverandering overeenkomstig artikel 4 van de wet van 25 december 2016.
Naam van de verschijnende vader/moeder/meemoeder :
Voorna(a)m(en) van de verschijnende vader/moeder/meemoeder :
Geboren op ...
Woonplaats :
is verschenen en verklaart dat de volgende gemeenschappelijke minderjarige kinderen ... (huidige naam, voornamen, geboortedatum en -plaats van de gemeenschappelijke minderjarige kinderen) de naam ... (naam toegekend aan het kind) dragen op basis van artikel 4 van de wet van 25 december 2016 en artikel 335, § 1, tweede lid/ 335ter, § 1, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek.
(Handtekening van de verschijnende partij en de ambtenaar van de burgerlijke stand).
Zoals wat voorzien is voor artikel 12 van de wet van 8 mei 2014, is de verklaring van naamsverandering enkel mogelijk ten aanzien van kinderen geboren uit dezelfde ouders en voor zover geen van hen de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.
Deze mogelijkheid kan slechts eenmaal worden uitgeoefend.
De territoriale bevoegdheidsregels zijn dezelfde als die in artikel 12 : de gemeente waar het kind is ingeschreven in de bevolkingsregisters. Indien het kind is ingeschreven in de consulaire bevolkingsregisters zal de verklaring moeten worden afgelegd voor het hoofd van de consulaire beroepspost waar de kinderen zijn ingeschreven.
Als de verklaring van naamsverandering gedaan wordt in een andere gemeente dan deze waar de akte van geboorte werd opgemaakt, zal de ambtenaar van de burgerlijke stand die de verklaring van naamkeuze ontvangt de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats van geboorte inlichten. Dat kan via e-mail of fax.
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Download de tekst van de omzendbrief