Nieuwe stimulans voor maatregelen die de werklast van oudere werknemers verlichten

Geschreven door Mr. Ann Taghon, Van Eeckhoutte, Tacquet & Clesse, www.bellaw.be
Foto: Edward Regan  

PREMIE

Door de verhoging van de pensioenleeftijd en de strengere SWT-regels moeten werknemers langer aan de slag blijven. Daarvoor zijn soms maatregelen noodzakelijk die de werklast verlichten. Die maatregelen kunnen gepaard gaan met loonverlies voor de werknemer.

Deze week werd een koninklijk besluit gepubliceerd dat de vergoedingen die de werkgever of het fonds voor bestaanszekerheid betaalt als een compensatie voor het loonverlies, vrijstelt van socialezekerheidsbijdragen. D.w.z. dat er geen werknemersbijdragen moeten worden ingehouden en evenmin werkgeversbijdragen verschuldigd zijn (zie Sociaal Compendium Socialezekerheidsrecht 2017-2018, nr. 668).

De nieuwe vrijstelling geldt met ingang van 1 januari 2018. Zij geldt in alle economische sectoren.

Volg het on demand seminarie Aftrek autokosten, bedrijfswagens en mobiliteitsbudget met Gunther VALKENBORG

VOORWAARDEN

Opdat de vrijstelling van toepassing zou zijn, moeten een aantal cumulatieve voorwaarden vervuld zijn. Wilt u als werkgever dergelijke vergoedingen vrij van socialezekerheidsbijdragen toekennen, dan moet u er zorg voor dragen dat wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden. Kent uw onderneming of uw sector al een dergelijk systeem, dan moet worden getoetst of het al bestaande systeem voldoet aan die voorwaarden.

1. Vergoeding toegekend aan werknemers van 58 (of 60) jaar

De vrijstelling geldt enkel wanneer de vergoeding in het kader van maatregelen tot verlichting van de werklast wordt toegekend aan een werknemer die minstens 58 jaar is.

In de hypothese dat de vergoeding wordt toegekend aan een werknemer die overgaat van een voltijdse naar een 4/5de tewerkstelling, geldt de vrijstelling van socialezekerheidsbijdragen alleen indien de werknemer al 60 jaar is.

2. Vastgesteld bij cao of in het arbeidsreglement

In beginsel moet de vergoeding vastgesteld zijn bij een sectorale algemeen verbindend verklaarde cao.

Bij gebreke van een dergelijke overeenkomst mag de toekenning geregeld worden op het niveau van de onderneming door een cao of een wijziging van het arbeidsreglement.

3. Betaling van de vergoeding

De vergoeding moet worden betaald door een fonds voor bestaanszekerheid of door de werkgever.

4. Met toepassing van de CAO nr. 104

De cao of de wijziging van het arbeidsreglement moet voor de werkgevers en werknemers die vallen onder het toepassingsgebied van de CAO nr. 104 over de uitvoering van een werkgelegenheidsplan oudere werknemers in de onderneming, genomen zijn in toepassing van die cao.

De CAO nr. 104 verplicht de ondernemingen met meer dan 20 werknemers een werkgelegenheidsplan op te stellen om het aantal werknemers van 45 jaar en ouder in de onderneming te behouden of te verhogen. De voorwaarde geldt dus niet voor de kleine ondernemingen met minder dan 20 werknemers.

5. Maatregelen concretiseren die recht geven op de vergoeding

De cao of de wijziging van het arbeidsreglement moet uitdrukkelijk bepalen welke maatregelen in het kader van de omschakeling van ploegen- en nachtarbeid of van de verlichting van de werklast het voorwerp kunnen uitmaken van het toekennen van de vergoeding.

Het nieuwe koninklijk besluit bevat evenwel geen concrete omschrijving van “maatregelen tot verlichting van de werklast”.

De maatregelen moeten een vermindering van het inkomen van de werknemer tot gevolg hebben. Ook is vereist dat de werknemer minstens een 4/5de tewerkstelling behoudt.

6. Beperking van het bedrag van de vergoeding

Het bedrag van de vergoeding mag niet hoger zijn dan het loonverlies dat de werknemer heeft geleden ingevolge de maatregelen in het kader van de verlichting van de werklast. Bovendien mag de vergoeding niet tot gevolg hebben dat het nettoloon van de werknemer hoger is dan vóór de verlichting van de werklast.

7. Indexatie van de vergoeding

De vergoeding moet geïndexeerd worden volgens het algemeen geldende indexeringsmechanisme dat binnen de onderneming van toepassing is.

BRON: KB 9 januari 2018 tot wijziging van artikel 19 van het KB van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, BS 25 januari 2018, tweede uitgave.