Nieuw vennootschapswetboek 2018 - aanpassing aan Europese evoluties

Geschreven door Lexalert

Het wetsontwerp van 4 juni 2018 beoogt het vennootschapsrecht te moderniseren via drie krachtlijnen nl. (1) door een doorgedreven vereenvoudiging door te voeren (2) door te kiezen voor meer aanvullend recht en flexibiliteit en (3) door te kiezen voor nieuwe rechtsregels die moeten helpen om het hoofd te bieden aan, voornamelijk, Europese evoluties en nieuwe tendensen zoals steeds mobielere vennootschappen.

Derde krachtlijn: aanpassing aan Europese evoluties

De competitie tussen de Europese lidstaten om een aantrekkelijk vestigingsregime te bieden voor vennootschappen is toegenomen. Rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft de mobiliteit van vennootschappen bevorderd en de toepassing van de in België traditioneel gehanteerde werkelijke zetelleer sterk aan banden gelegd.

De “nationaliteit” van een vennootschap – dat wil zeggen het op haar toepasselijke vennootschapsrecht – kan inderdaad worden aangeknoopt aan het recht van de staat waar ze haar statutaire zetel heeft (de zgn. statutaire zetelleer), dan wel aan het recht van de staat waar haar werkelijke zetel is gelegen (de zgn. werkelijke zetelleer).

In Europa bestaan de twee systemen naast elkaar (zie artikel 54, eerste lid VWEU). Bepaalde staten, zoals België, hebben geopteerd voor de werkelijke zetel, andere voor de statutaire zetel (of het Angelsaksische systeem van de incorporatie).

Volg het on demand seminarie 2018: Het jaar van het vernieuwde vennootschapsrecht met Philippe MULLIEZ

De vrije keuze van de lidstaten van de EU voor het ene of het andere systeem wordt doorkruist door de vrijheid van vestiging van vennootschappen die het Europees recht waarborgt. Teneinde het vrije verkeer van de vennootschappen binnen de Europese Unie te garanderen, bevestigt het Hof van Justitie van de Europese Unie logischerwijze het beginsel dat de vennootschappen die op geldige wijze zijn opgericht in een lidstaat niet mogen worden verhinderd om activiteiten te ontwikkelen in andere lidstaten, er een bijkantoor te openen of er zelfs hun belangrijkste beslissingscentrum te vestigen. De vrijheid van vestiging in de Europese Unie biedt bijgevolg de mogelijkheid om, voor de oprichting van een vennootschap, een lidstaat te kiezen waarvan de wetgeving het meest geschikt is voor een bepaalde economische activiteit, ook al is het centrum van haar activiteiten in een andere lidstaat gevestigd.

Lees ook: Nieuw vennootschapswetboek 2018 - een verregaande flexibilisering, maar met aandacht voor de belangen van derden, waaronder de schuldeisers

Deze rechtspraak van het Hof van Justitie brengt ongewenste gevolgen met zich voor landen die – zoals België – hebben gekozen voor het stelsel van de werkelijke zetel. In combinatie met deze rechtspraak leidt de werkelijke zetelleer inderdaad tot een asymmetrische situatie. Zo kan, enerzijds, een Belgische vennootschap met haar werkelijke zetel in België niet emigreren naar het buitenland zonder nationaliteitswijziging, terwijl, anderzijds, bijvoorbeeld een Nederlandse vennootschap, waar de nationaliteit wordt aangeknoopt aan de plaats waar zij is opgericht (“incorporatie”) wel naar België kan immigreren zonder nationaliteitswijziging. Ten einde de rechtszekerheid te bevorderen en tegemoet te komen aan de economische en juridische realiteit, wordt in dit ontwerp gekozen voor de statutaire zetelleer.

In aanvulling daarop en met het oog op de rechtszekerheid, regelt het ontwerp de grensoverschrijdende verplaatsing van de statutaire zetel van vennootschappen.

Lees de volledige tekst van het wetsontwerp van 4 juni 2018 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen 

Het wetsontwerp bestaat uit twee delen: