Nieuw minimum bezoldiging bedrijfsleiders vanaf 1 januari 2018

Geschreven door Lexalert
Foto: ...Lea...  

Ondernemingen met een beperkte winst kunnen genieten van het verlaagd opklimmend tarief in de vennootschapsbelasting. Eén van de voorwaarden is dat minstens één bedrijfsleider een brutobezoldiging ontvangt. Tot 31 december 2017 lag deze brutobezoldiging op 36.000 EUR. Vanaf 1 januari 2018 wordt deze opgetrokken naar 45.000 EUR. Dit staat in de Programmawet die de regering op 27 oktober 2017 voorstelde. 

Het tarief van de vennootschapsbelasting bedraagt maximaal 33,99% (inclusief de aanvullende crisisbelasting van 3%).

Voor vennootschappen met een belastbaar inkomen dat niet hoger is dan 322 500 euro, bestaat er een verlaagd opklimmend tarief.

van 1 tot 25 000 euro  24,25%
van 25 000 tot 90 000 euro 31%
van 90 000 tot 322 500 euro 34,50%


Om van het verminderde tarief gebruik te kunnen maken, moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • De dividenden die de vennootschap uitkeert, mogen niet hoger zijn dan 13% van het gestorte kapitaal bij het begin van het belastbare tijdperk.
  • De aandelen die in het bezit zijn van de vennootschap mogen niet meer dan de helft uitmaken van de gerevaloriseerde waarde van het gestorte kapitaal, of van het gestorte kapitaal verhoogd met de belaste reserves en de geboekte meerwaarden. De waarde van de aandelen en het bedrag van het gestorte kapitaal, de reserves en de meerwaarden komen in aanmerking op de dag waarop de vennootschap die de aandelen bezit, haar jaarrekening heeft opgesteld.
  • De onderneming moet aan minstens een van zijn bedrijfsleiders een bezoldiging toekennen ten laste van het resultaat van het belastbare tijdperk van minimaal 36 000 euro. Als het belastbaar inkomen van de onderneming lager is dan 36 000 euro, moet de onderneming minstens aan een van de bedrijfsleiders een bezoldiging toekennen die niet lager is dan het belastbaar inkomen.
  • De onderneming mag geen deel uitmaken van een groep waartoe een coördinatiecentrum behoort.
  • De aandelen die het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen mogen niet voor de helft of meer in het bezit zijn van andere vennootschappen.

De Programmawet voorziet dat het minimuminkomen wordt opgetrokken tot 45 000 euro om te genieten van het verlaagd opklimmend tarief in de vennootschapsbelasting. Indien het minimuminkomen lager ligt, moet het minstens gelijk zijn aan de belastbare winst. 

Er wordt voorzien in een plafond van 75 000 euro wanneer verschillende verbonden vennootschappen geleid worden door één en dezelfde bedrijfsleider. Dit plafond houdt rekening met alle door deze verbonden vennootschappen betaalde lonen.

Bijkomende bijdragen zijn verschuldigd in geval van een onvoldoende inkomen (5% in 2018/2019 en 10% vanaf 2020)

Deze bijkomende bijdragen zijn niet van toepassing op kmo’s jonger dan 4 jaar.