Nieuw koninklijk besluit nr. 57 mbt BTW goederenvervoerdiensten

Geschreven door Lexalert
Foto: Mike Mozart  

Het koninklijk besluit nr. 57 van 17 maart 2010 wordt vervangen door het koninklijk besluit van 31 oktober 2017. Deze KB's handelen over de plaats van diensten in functie van hun werkelijke gebruik of hun werkelijke exploitatie inzake belasting over de toegevoegde waarde wat goederenvervoerdiensten en ermee samenhangende diensten betreft. 

Dit koninklijk besluit nr. 57 voert het artikel 21, § 4, van het Btw-Wetboek (hierna : "Wetboek") uit.

De richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006, betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, laat elke lidstaat toe om maatregelen te nemen ten einde dubbele heffing of niet-heffing van de belasting alsmede verstoring van de mededing te voorkomen.

Artikel 21, § 4, van het Wetboek machtigt de Koning om dergelijke maatregelen in het interne recht in te voeren voor een aantal van die diensten.

Dit artikel bepaalt aldus dat de Koning, voor de diensten bedoeld in de paragrafen 2 en 3, 5°, van artikel 21 van het Wetboek of voor sommige ervan, kan :

1° de plaats van deze diensten, die krachtens dit artikel in België is gelegen, aanmerken als buiten de Gemeenschap te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie buiten de Gemeenschap plaatshebben;

2° de plaats van deze diensten die, krachtens hetzelfde artikel, buiten de Gemeenschap is gelegen, aanmerken als in België te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie in België plaatshebben.

Het koninklijk besluit nr. 57 van 17 maart 2010 met betrekking tot de plaats van diensten in functie van hun werkelijke gebruik of hun werkelijke exploitatie inzake belasting over de toegevoegde waarde (Belgisch Staatsblad van 25 maart 2010) vormde een eerste specifieke uitvoeringsmaatregel van artikel 21, § 4, 1°, van het Wetboek ten einde af te wijken van de algemene plaatsbepalingsregel van de diensten, ten aanzien van de goederenvervoerdiensten en de diensten die met het goederenvervoer samenhangen die werkelijk worden gebruikt of geëxploiteerd buiten de Gemeenschap.

Wanneer de belastingplichtige afnemer van dergelijke diensten aldus in België gevestigd is en de plaats van die diensten derhalve in België gelegen is krachtens artikel 21, § 2, van het Wetboek, wordt die plaats geacht buiten de Gemeenschap gelegen te zijn wanneer het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie van die diensten buiten de Gemeenschap plaatsvinden.

Wat meer in het bijzonder het goederenvervoer betreft, wordt dat werkelijke gebruik of die werkelijke exploitatie bepaald naar verhouding van de afgelegde afstanden buiten de Gemeenschap.

Het is gebleken dat deze laatste bepaling tot heel wat moeilijkheden aanleiding gaf doordat ze de betrokken operatoren verplicht te bepalen welk gedeelte van het traject buiten de Gemeenschap wordt afgelegd.

Het nieuwe koninklijk besluit nr. 57 van 31 oktober 2017 verduidelijkt de toepassing van deze bepaling.

Om praktische redenen en om geen buitensporige verplichtingen op te leggen aan die operatoren, bevestigt het nieuwe KB dat er enkel wanneer het volledige traject van de goederenvervoerdienst buiten de Gemeenschap wordt afgelegd, wordt vanuit gegaan dat het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie van de goederenvervoerdiensten en de diensten die met het goederenvervoer samenhangen buiten de Gemeenschap geschieden.

Paragraaf 1 van artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 57, nieuw, herneemt in zijn eerste lid de bepaling die momenteel is opgenomen in artikel 1, eerste lid, van het voormelde koninklijk besluit nr. 57 van 17 maart 2010 en preciseert in zijn tweede lid dat het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie van de goederenvervoerdiensten en de diensten die met het goederenvervoer samenhangen buiten de Gemeenschap geschieden wanneer het volledige traject van de goederenvervoerdiensten wordt afgelegd buiten de Gemeenschap.

Paragraaf 2 van artikel 1, van het koninklijk besluit nr. 57, nieuw, voegt bovendien een uitvoeringsbepaling in van artikel 21, § 4, 2°, van het Wetboek en voert zo voor de voormelde diensten de tegenhanger in van de bepaling opgenomen in paragraaf 1, door de betrokken diensten in België te laten plaatsvinden wanneer die er werkelijk worden gebruikt of werkelijk worden geëxploiteerd.

Wanneer de toepassing van de algemene regel van artikel 21, § 2, van het Wetboek ten aanzien van de goederenvervoerdiensten en de diensten die met het goederenvervoer samenhangen tot gevolg heeft dat die diensten plaatsvinden buiten de Gemeenschap omdat de belastingplichtige afnemer daar gevestigd is, zullen die diensten bijgevolg voortaan geacht worden in België plaats te vinden wanneer hun werkelijke gebruik of werkelijke exploitatie in België plaatshebben. Voor de toepassing van deze nieuwe bepaling geschiedt het werkelijke gebruik of de werkelijke exploitatie van de goederenvervoerdiensten en de diensten die met het goederenvervoer samenhangen in België wanneer het volledige traject van de goederenvervoerdienst wordt afgelegd in België.

Artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 57, nieuw, heft het voornoemd koninklijk besluit nr. 57 van 10 maart 2010 op.

Lees de volledige tekst van het koninklijk besluit nr. 57 met betrekking tot de plaats van diensten in functie van hun werkelijke gebruik of hun werkelijke exploitatie inzake belasting over de toegevoegde waarde wat goederenvervoerdiensten en ermee samenhangende diensten betreft