Mobiliteitsbudget - Cumulatie met verplaatsingsvergoeding mogelijk?

Geschreven door Lexalert
Foto: Ingolf  

De werknemer die het voordeel van een mobiliteitsbudget verkrijgt, kan niet meer genieten van de vrijstellingen bedoeld in artikel 38, § 1, eerste lid, 9°, a) en b), en 14°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.

Deze bepaling wordt vermeld in de overeenkomst mbt het mobiliteitsbudget.

Volg het on demand seminarie Loonoptimalisatie via collectieve verloning: de winstpremie met Anton AERTS

Deze bepaling is niet van toepassing voor de werknemer die én een mobiliteitsbudget ontvangt én een andere vergoeding of een voordeel voor verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling die recht geeft op één van de genoemde vrijstellingen, maar die voorheen ook het voordeel van een bedrijfswagen genoot of het recht op een bedrijfswagen had verkregen en tegelijkertijd, gedurende minstens drie maanden voorafgaand aan de aanvraag van het mobiliteitsbudget, een vergoeding of een voordeel ontving voor verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling die recht geeft op één van de genoemde vrijstellingen.

De bestaande verplichtingen voor de werkgever om een verplaatsingsvergoeding toe te kennen houden op te bestaan vanaf de eerste dag van de maand tijdens dewelke de werknemer een mobiliteitsbudget wordt toegekend en herwinnen hun bindende kracht vanaf de eerste dag van de maand tijdens dewelke de toekenning van het mobiliteitsbudget een einde neemt.

Ingeval de werknemer beschikt over meerdere bedrijfswagens bij dezelfde werkgever, kan slechts één bedrijfswagen worden ingeleverd in ruil voor een mobiliteitsbudget. De inlevering van andere bedrijfswagens kan geen recht geven op een bijkomend mobiliteitsbudget.

Andere FAQ over het mobiliteitsbudget: