Maatschap houdt stand als flexibele beheersstructuur, maar boet in aan discretie

Geschreven door Mrs. Anouk Sandra - Jan Sandra, IMPOSTO Advocaten, www.imposto.be
Foto: Wilson Dayrit  

De maatschap is een vaak aangewende structuur bij een vermogens- en successieplanning. Via de maatschap kunnen schenkers immers vermogen overdragen aan begiftigden (en dus vrijwaren van erfbelasting) met behoud van de gewenste controle. Hiertoe brengen de schenkers het te schenken vermogen onder in een maatschap; als zaakvoerders van de maatschap beheren zij verder dit vermogen, ook na de schenking aan de begiftigden. Na even in vraag te zijn gesteld, blijft de maatschap echter stand houden als flexibele controlestructuur… althans indien correct geïmplementeerd. Wel moet de maatschap wat aan discretie inboeten, een wellicht onvermijdelijk gegeven gezien de internationale ontwikkelingen in dit verband.  

maatschap als controlevehikel: VLABEL wikt en weegt  

In navolging op haar ophefmakende ruling nr. 16046 van 14 november 2016 heeft de Vlaamse Belastingadministratie (hierna: VLABEL) een rulingpraktijk ontwikkeld over de vraag of en in welke mate de maatschap kan fungeren als structuur tot behoud van controle over geschonken vermogen.

Cruciaal in dit verband is het fictie-artikel 2.7.1.0.3, 3° van de Vlaamse Codex Fiscaliteit. Krachtens dit artikel worden schenkingen van roerende goederen die de erflater heeft gedaan onder opschortende voorwaarde of termijn die vervuld wordt ingevolge het overlijden van de schenker met oog op de heffing van het successierecht als legaat beschouwd. Deze fictiebepaling is volgens de Vlaamse Belastingdienst van toepassing op zowel Belgische als buitenlandse schenkingen (standpunt nr. 15048 dd. 16/03/2015). De schenking van roerend vermogen met uitstel van overdracht tot aan het overlijden van de schenker heeft volgens de wetgever immers enkel tot doel de (hogere) erfbelasting te vermijden; door het fictie-artikel worden deze schenkingen alsnog aan erfbelasting onderworpen.

In voormelde ruling hadden de aanvragers het voornemen een schenking te doen aan hun minderjarige kinderen, evenwel met levenslang behoud van de controle over het geschonken vermogen. Hiertoe wensten de aanvragers het te schenken vermogen vooraf onder te brengen in een maatschap met een duurtijd tot aan het overlijden van de langstlevende van de schenkers en waarin zij als enige zaakvoerders worden benoemd. VLABEL meende dat het gebruik van de maatschap uitsluitend tot doel had de volledige controle over het vermogen van de maatschap te behouden tot aan het overlijden van de langstlevende van de schenkers. Door het gebruik van de maatschap kunnen de begiftigden pas vrij over het hen geschonken vermogen beschikken na het overlijden van de langstlevende van de schenkers. VLABEL stelt dat hierdoor voormeld fictie-artikel 2.7.1.0.3,3° VCF wordt ontweken aangezien de rechtsgevolgen van deze constructie identiek zijn aan deze van een schenking van roerende goederen onder opschortende voorwaarde of termijn die vervuld wordt ingevolge het overlijden van de schenker. Bij overlijden van de schenkers wordt de schenking bijgevolg alsnog aan erfbelasting onderworpen.    

Deze ruling deed de wereld van de vermogens- en successieplanning op zijn grondvesten daveren. Ingevolge de schenking is er immers een onherroepelijke vermogensovergang van de ouders naar de kinderen. Het feitenmateriaal moet wel erg extreem zijn geweest (behoud van volledige beheers- en beschikkingsbevoegdheid via de maatschap voor de schenkers in combinatie met de vaststelling dat de begiftigden handelingsonbekwaam zijn voor wat de aan de schenking opgelegde voorwaarden betreft) om te besluiten dat door het gebruik van de maatschap (als kunstmatige constructie met als wezenlijk doel de erfbelasting te vermijden) deze vermogensoverdracht de facto tot aan het overlijden van de schenkers wordt uitgesteld.    

Plots werd een evergreen als de maatschap in vraag gesteld… of beter, het gebruik ervan in het kader van een vermogens- en successieplanning werd door VLABEL scherp gesteld. De maatschap kan nog steeds worden aangewend, op correcte wijze met een logische inspraak van de gerechtigden in de maatschap. Ondertussen heeft VLABEL een praktijk ontwikkeld waaruit blijkt wat zij aanmerkt als een correct gebruik van de maatschap bij een schenking.  

Op basis van deze rulingpraktijk kunnen bij wijze van bloemlezing volgende modaliteiten voor een correcte implementatie van de maatschap worden weerhouden:

  • schenkers en begiftigden richten samen de maatschap op en onderschrijven dus gezamenlijk de statuten van de maatschap;
  • de maatschap blijft voor een bepaalde duur bestaan na het overlijden van de schenkers, en heeft desgevallend een minimumduur totdat de begiftigden een bepaalde leeftijd hebben bereikt (cf. begeleiding begiftigden bij beheer vermogen na overlijden schenkers);
  • de begiftigden worden betrokken bij het beheer van het vermogen van de maatschap door deelname aan het zaakvoerderschap (al dan niet met stemrecht); 
  • belangrijke beslissingen (zoals statutenwijzigingen, ontbinding of omzetting van de maatschap, …) worden genomen door de algemene vergadering van deelhouders waarin zowel de schenkers als begiftigden een stem hebben;
  • de mogelijkheid voor de begiftigden om geheel of gedeeltelijk vervroegd uit de maatschap te treden.

Daarnaast dient te worden onderstreept dat de zaakvoerders als bijzondere lastgevers het vermogen van de maatschap op doelgebonden wijze dienen te beheren en gehouden zijn hierover desgevallend rekenschap te geven. Hiertoe wordt in de statuten bepaald dat het vermogen van de maatschap als een goede huisvader moeten worden beheerd met oog op het behoud en de uitbouw ervan. De zaakvoerders hebben dus geen vrijgeleide bij het beheer van het vermogen van de maatschap in tegenstelling tot hun eigen niet-geschonken vermogen.

Uit een SWOT-analyse kan blijken of uw maatschap in het licht van bovenstaande gevrijwaard blijft van erfbelasting.   

UBO-register: ook maatschap moet info prijsgeven  

De maatschap heeft haar populariteit in belangrijke mate te danken aan enerzijds de grote flexibiliteit (i.e. grote vrijheid bij het opstellen van de statuten, hetgeen verder wordt gevrijwaard) en anderzijds haar volledige discretie. Tot op heden is een maatschap enkel bij belanghebbende partijen bekend; voor de maatschap gelden geen publicatieverplichtingen (Belgisch Staatsblad, KBO e.d.). Aan deze volledige discretie wordt nu enigszins getornd, in eerste instantie door de mededelingsverplichtingen aan het UBO-register.    

Voortaan moet het zaakvoerderschap van de maatschap bepaalde informatie over de uiteindelijke begunstigden van de maatschap overmaken aan het UBO-register binnen de maand nadat deze informatie gekend of gewijzigd is (artikel 14/1 W.Venn.), en voor de eerste maal op uiterlijk 31 maart 2019 (zie: https://financien.belgium.be/nl/E-services/ubo-register). Elke wijziging moet vervolgens binnen de maand worden geactualiseerd.   
Als uiteindelijke begunstigden worden aangemerkt:

  1. natuurlijke personen die rechtstreeks of onrechtstreeks meer dan 25% van de stemrechten (controle) of van de aandelen of het kapitaal (eigendomsbelang) aanhouden in de vennootschap;
  2. natuurlijke personen die zeggenschap hebben over de vennootschap via andere middelen (bvb. via aandeelhoudersovereenkomsten);
  3. natuurlijke personen die behoren tot het hoger leidinggevend personeel indien geen van de hierboven bedoelde personen is geïdentificeerd of indien er enige twijfel bestaat of de geïdentificeerde personen de uiteindelijke begunstigden zijn.   

Worden delen in de maatschap in de gesplitste verhouding vruchtgebruik – blote eigendom aangehouden dan lijkt uit voormelde definities te volgen dat desgevallend zowel de vruchtgebruikers (indien meer dan 25% stemrechten) als de blote eigenaars (indien meer dan 25% eigendomsbelang) als uiteindelijke begunstigden van de eerste categorie moeten worden aangemerkt. Minister van Financiën Van Overtveldt heeft (voor zijn vertrek uit de regering) toegezegd dat zijn administratie hierover duidelijkheid zou verstrekken (Parl. Vr. 27008, 27009, 27010, 27011, 20712 en 27090 van 3 oktober 2018, dhrn. Besien en Van Hees, Integraal Verslag 2017-2018, Com 975, 1-5). 

Behoort een uiteindelijke begunstigde tot meer dan één categorie dan moet een afzonderlijke registratie in elk categorie gebeuren, aldus de belastingadministratie in haar Frequently Asked Questions aangaande het UBO-register (FAQ nr. 2). Deze cumulatieve registratie geldt enkel voor de eerste twee categorieën. Een persoon ressorteert enkel onder de derde categorie als geen van de eerste twee categorieën is geïdentificeerd. In dat geval dient bewijs te worden geleverd van de ondernomen stappen tot het bekomen van de benodigde info en de redenen waarom deze info niet kon worden verkregen (FAQ nr. 2). 

Voor elk van hun uiteindelijke begunstigden moet het bestuur van de betrokken vennootschap de volgende info meedelen aan het UBO-register:

  1. identiteitsgegevens: naam, voornaam, geboortedatum, nationaliteit, verblijfplaats, rijksregisternummer;   
  2. inzake belang in de vennootschap:
    1. datum waarop uiteindelijke begunstigde geworden; 
    2. categorie uiteindelijke begunstigde; 
    3. gezamenlijk of afzonderlijke uiteindelijke begunstigde;  
    4. rechtstreeks of onrechtstreeks uiteindelijk begunstigde (voor onrechtstreekse UBO’s: aantal tussenpersonen en hun identiteitsgegevens); 
    5. omvang belang uiteindelijke begunstigde.    

Alle bewijsstukken van de meegedeelde informatie dienen in het UBO-register bijgevoegd te worden (FAQ nr. 4).  

Bevoegde autoriteiten kunnen het UBO-register consulteren, waaronder deze belast met de strijd tegen witwassen en financiering van terrorisme, fiscale autoriteiten, …. Ook de burger kan dit, evenwel tegen betaling van een vergoeding en enkel mits opgave van het KBO-nummer of de naam van de maatschap. 

Sinds 11 januari ll. zijn de externe UBO-mandaten beschikbaar. Men kan thans een mandaat geven aan een adviseur om de nodige formaliteiten ten aanzien van het UBO-register tijdig te voldoen. 

maatschap als onderneming: registratie KBO  

Zoals in eerdere nieuwsbrief aangehaald dient de maatschap voortaan met vermelding van naam, adres en zaakvoerder in de Kruispuntbank voor Ondernemingen te worden geregistreerd. Bestaande maatschappen actief voor 1 november 2018 hebben hiertoe de tijd tot en met 30 april 2019.