Maakt de verlaging van de schenkbelasting een patrimoniumvennootschap overbodig?

Geschreven door David Engelbos, Arts - Cleeren & Vennoten, www.artscleeren.be - Patricia Stas, Arts - Cleeren & Vennoten, www.artscleeren.be - Jonas Peeters, Arts - Cleeren & Vennoten, www.artscleeren.be
Foto: asenat29  

Het decreet rond bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2015 dd. 3 juli 2015 heeft de schenkbelasting voor onroerende goederen aanzienlijk hervormd. De Vlaamse Regering heeft zich daarbij niet beperkt tot een loutere vereenvoudiging van de (onroerende) schenkbelasting, maar heeft deze ook verlaagd en ‘vergroend’. Zo werd er voorzien in een bijkomende tariefverlaging voor wie bereid is het geschonken goed te renoveren en de energie-efficiëntie van de woning te verbeteren. Eenzelfde verlaging wordt geboden aan de begiftigde die binnen de drie jaar vanaf de datum van de schenking een geregistreerde huurovereenkomst van negen jaar afsluit.

Drastische verlaging van de (onroerende) schenkbelasting?

De schenkbelasting werd inderdaad aanzienlijk verlaagd, waardoor het voortaan fiscaal interessanter is geworden om onroerende goederen te schenken. Laat ons dit kort toelichten aan de hand van een concreet voorbeeld.

Stel dat een woning met een marktwaarde van 240.000€ wordt geschonken.

Als een ouder deze woning aan zoon- of dochterlief schenkt, dan bedraagt de schenkbelasting sinds 1 juli 2015 nog 12.600€, terwijl dit voorheen opliep tot 24.825€.

Bij een schenking door een broer aan een zus van een onroerend goed met bovenstaande waarde, bedraagt de schenkbelasting sinds 1 juli 2015 33.000€ ten opzichte van 115.375€ voordien.

Niet-verwanten die hetzelfde goed willen schenken, betalen sinds 1 juli 2015 ook 33.000€ aan schenkbelasting, ten opzichte van 150.125€ voordien.

Maakt dit het aanhouden van een patrimoniumvennootschap overbodig?

Niet noodzakelijk. Ondanks de aanzienlijke verlaging van de schenkbelasting, kan het nog steeds nuttig zijn om een patrimoniumvennootschap op te richten of aan te houden.

Zo kan deze vennootschap nog altijd het gebouw afschrijven en alle mogelijke kosten aftrekken van haar belastbare winst, en de interesten van leningen zijn integraal aftrekbaar. Bovendien blijft het gebruik van een patrimoniumvennootschap een ideale methode om het ondernemingsrisico af te scheiden van het onroerend goed.

Tot slot kan een patrimoniumvennootschap ook qua successieplanning nog steeds een aanzienlijk voordeel opleveren. Laat ons het voorbeeld nemen van een ouder die beschikt over vier woningen en twee appartementen met een totale marktwaarde van 1.625.000€, waarbij de ouder deze goederen in de eerste hypothese aanhoudt door middel van een patrimoniumvennootschap en in de tweede hypothese de goederen privé aanhoudt. De ouder wenst deze onroerende goederen te schenken aan zijn enige zoon.

Indien de onroerende goederen worden aangehouden door middel van een patrimoniumvennootschap

worden de aandelen van de patrimoniumvennootschap door de ouder geschonken aan de zoon. Aangezien deze aandelen beschouwd worden als roerende goederen, is er een vlak tarief van 3% verschuldigd in rechte lijn (7% in andere gevallen). Het tarief is m.a.w. niet afhankelijk van de (markt)waarde van het geschonken goed. Toegepast op het voorbeeld komt dit neer op 48.750€ aan schenkbelasting.

Indien de onroerende goederen privé worden aangehouden

gelden de nieuwe progressieve schenkingstarieven. De schenkbelasting neemt dus toe naarmate de marktwaarde van de geschonken goederen toeneemt. Indien onroerende goederen ter waarde van 1.625.000€ geschonken worden aan een kind, komt dit neer op een te betalen schenkbelasting van 366.750 €, wat een verschil van 318.000€ geeft ten opzichte van de schenking van de aandelen van de patrimoniumvennootschap die deze onroerende goederen op haar balans heeft staan.

Conclusie

Zeker indien u in het bezit bent van een aanzienlijke onroerend goed-portefeuille, kan het dus nog altijd interessant en fiscaal voordelig zijn om een patrimoniumvennootschap aan te houden. Dit dient uiteraard dossier per dossier te worden geanalyseerd op basis van de concrete elementen van elk dossier.