Lijsten met feitelijke elementen ter beoordeling van detachering

Geschreven door Lexalert
Foto: Stephen Rush  

De wet van 11 december 2016 houdende diverse bepalingen inzake detachering van werknemers  zet de richtlijn 2014/67/EU om in het Belgische arbeidsrecht. De wet spitst zich toe op vier groepen van bepalingen.

Een eerste groep van bepalingen  heeft betrekking op de bescherming van de werknemer die vanuit België wordt gedetacheerd naar een andere Staat van de Europese Economische Ruimte of naar Zwitserland.

Dit beschermingsprincipe houdt in dat een werknemer die vanuit België door een aldaar gevestigde werkgever wordt gedetacheerd naar een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of naar Zwitserland, en die een gerechtelijke of administratieve procedure opstart of heeft opgestart (in België of in de staat van ontvangst) om de rechten te doen gelden waarop hij krachtens de richtlijn 96/71/EG en/ of de richtlijn 2014/67/EU aanspraak kan maken, in België geen enkele nadelige behandeling vanwege zijn werkgever mag ondergaan omwille van het instellen van dergelijke gerechtelijke of administratieve procedure.

De tweede groep van bepalingen heeft betrekking op het begrip detachering en het daarmee samenhangend probleem van de controle van de arbeidsvoorwaarden in ruime zin.

— In de eerste plaats voert de wet in de wet van 5 maart 2002 (tot omzetting van de richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers) de twee niet-exhaustieve lijsten in die door de richtlijn worden bepaald en die de feitelijke elementen bevatten die moeten leiden tot een betere beoordeling van het begrip detachering en een betere aanpak van situaties die in werkelijkheid geen detacheringen zijn.

— Daarnaast voert de wet ook meerdere nieuwe controlemaatregelen in op het vlak van detachering van werknemers, enerzijds, in de wet van 5 maart 2002 en de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, en anderzijds, in het koninklijk besluit nr. 5 betreffende de sociale documenten.

— Concreet zal de mogelijkheid worden ingevoerd voor de inspectiediensten om vier types van documenten te vragen aan de werkgever die werknemers naar België detacheert:

  • een kopie van de arbeidsovereenkomst van de gedetacheerde werknemer of elk ander gelijkwaardig document,
  • diverse inlichtingen met betrekking tot de voorwaarden van de detachering,
  • een overzicht van de werkuren,
  • de bewijzen van loonbetaling.

— Verder voorziet de wet ook in de mogelijkheid voor de inspectiediensten om van de werkgever een vertaling in het Engels te eisen van de sociale documenten waarom zij verzoeken.

— Tot slot stelt de wet een verplichting in voor de detacherende werkgever om een verbindingspersoon aan te duiden die ermee belast is aan de inspectiediensten de voor controle benodigde sociale documenten te bezorgen.

Volg het on demand seminarie Bonuspensioenplannen voor werknemers - Stappenplan en tips & tricks met Mr. Joris BEERNAERT

De derde groep van bepalingen voert, in de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, een specifiek regime van hoofdelijke loonaansprakelijkheid in voor de directe medecontractant, voor wat de bouwactiviteiten betreft bedoeld in de richtlijn 96/71/EG betreffende de detachering van werknemers.

Dit regime heeft enkel betrekking op de toekomstige loonschulden, behalve in bepaalde gevallen waarin de hoofdelijk aansprakelijke niet de nodige voorzichtigheid aan de dag heeft gelegd.

Dit regime geldt voor het loon dat aan alle in België tewerkgestelde werknemers verschuldigd  is, d.w.z. zowel eigen werknemers als gedetacheerden.

De vierde groep van bepalingen betreft de oprichting van een Europees systeem van grensoverschrijdende tenuitvoerlegging van administratieve sancties en boetes.

In dit verband wordt door de wet een nieuwe afdeling m.b.t. de grensoverschrijdende tenuitvoerlegging van administratieve sancties en geldboetes ingevoegd in het Sociaal Strafwetboek.

De richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het informatiesysteem interne markt (“de IMI-verordening”) is op 17 juni 2014 in werking getreden (Publicatieblad van de Europese Unie L 159 van 28.5.2014, p. 11 e.v.) en moest op 18 juni 2016 zijn omgezet.

Deze richtlijn heeft tot doel de toepassing te versterken van bepaalde principes die worden ingesteld door richtlijn 96/71/EG aangaande de detachering van werknemers.

Lees ook: Arbeidsongevallenwet – Schriftelijke ingebrekestelling werkgever afgeschaft

Zij wijzigt op geen enkel punt de richtlijn 96/71/EG zelf, die aldus integraal van toepassing blijft zoals voorheen.

Zij heeft ook geen betrekking op de aspecten van sociale zekerheid die worden geregeld door de Verordening (EU) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en diens uitvoeringshandelingen.

Inwerkingtreding

De wet treedt in werking binnen de 10 dagen na de publicatie in het Belgisch staatsblad. Dat is op 30 december 2016.

Lees de volledige tekst van de wet van 11 december 2016 houdende diverse bepalingen inzake detachering van werknemers