Lijst van staten zonder of met een lage belasting aangepast vanaf 1 januari 2016

Geschreven door Lexalert
Foto: thetaxhaven  

De programmawet van 23 december 2009 voegt in artikel 307, § 1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) voor de belastingplichtigen de verplichting in om, onder bepaalde voorwaarden, aangifte te doen van alle betalingen die rechtstreeks of onrechtstreeks werden gedaan aan personen die gevestigd zijn in een Staat zonder of met lage belasting. Deze wettelijke bepaling voorziet in de opmaak van een lijst met Staten zonder of met lage belasting. Het koninklijk besluit van 1 maart 2016 (BS 11 maart 2016) actualiseert deze lijst.

De nieuwe lijst ziet eruit als volgt:

1.

 Abu Dhabi;

1.

 Abu Dhabi;

2.

 Ajman;

2.

 Ajman;

3.

 Anguilla;

3.

 Anguilla;

4.

 Bahama's;

4.

 Bahamas;

5.

 Bahrein;

5.

 Bahreïn;

6.

 Bermuda;

6.

 Bermudes;

7.

 Britse Maagdeneilanden;

7.

 Iles Vierges britanniques;

8.

 Kaaimaneilanden;

8.

 Iles Caïmans;

9.

 Dubai;

9.

 Dubaï;

10.

 Fujairah;

10.

 Fujairah;

11.

 Guernsey;

11.

 Guernesey;

12.

 Jersey;

12.

 Jersey;

13.

 Eiland Man;

13.

 Ile de Man;

14.

 Marshalleilanden;

14.

 Iles Marshall;

15.

 Micronesië (Federatie van);

15.

 Micronésie (Fédération de);

16.

 Monaco;

16.

 Monaco;

17.

 Montenegro;

17.

 Monténégro;

18.

 Nauru;

18.

 Nauru;

19.

 Oezbekistan;

19.

 Ouzbékistan;

20.

 Palau;

20.

 Palau;

21.

 Pitcairneilanden

21.

 Iles Pitcairn

22.

 Ras al Khaimah;

22.

 Ras al Khaimah;

23.

 Saint-Barthelemy;

23.

 Saint-Barthélemy;

24.

 Sharjah;

24.

 Charjah;

25.

 Somalië;

25.

 Somalie ;

 

De lijst wordt regelmatig herzien door de regering via een koninklijk besluit. Bovenstaande lijst houdt geen verband met de Staten die de internationale standaard op het gebied van transparantie en uitwisseling van fiscale inlichtingen niet effectief of substantieel toepassen.

Men mag bovenstaande lijst ook niet verwarren met de lijst van de landen waarvan de gemeenrechtelijke bepalingen inzake belastingen worden geacht aanzienlijk gunstiger te zijn dan in België. Deze laatste lijst moet gesitueerd worden in de context van de vermijding van dubbele belasting op dividenden.

Dit KB stelt voor om de oorspronkelijke lijst uit te breiden met vijf Staten, meer bepaald de Marshalleilanden, Oezbekistan, de Pitcairneilanden, Somalië en Turkmenistan en drie staten te schrappen van deze lijst, meer bepaald Andorra, de Maldiven en Moldavië.

De eilanden Jethou en Sark worden eveneens niet meer op deze lijst opgenomen omdat zij staatsrechtelijk behoren tot het baljuwschap Guernsey. De verwijzing naar dit baljuwschap volstaat dus om betalingen naar personen die gevestigd zijn op één van deze eilanden onder het toepassingsgebied van de aangifteplicht te brengen.

Deze wijziging is het gevolg van een onderzoek dat de administratie heeft gevoerd ter actualisatie van zowel deze lijst als de hierboven vermelde lijst bepalingen inzake belastingen worden geacht aanzienlijk gunstiger te zijn dan in België.

Hieronder worden de regels die gevolgd zijn bij de samenstelling van deze lijst nog eens hernomen.

Voor de opmaak van dit besluit worden de volgende jurisdicties geacht een Staat in de zin van artikel 307, § 1, vijfde tot zevende lid, WIB 92 te zijn. Enerzijds worden de door de meerderheid van de leden van de Verenigde Naties erkende onafhankelijke Staten geacht een Staat in de zin van artikel 307, § 1, vijfde tot zevende lid, WIB 92 te zijn. Anderzijds worden ook de gebieden die afhankelijk zijn van deze erkende Staten, maar die op autonome wijze over de bevoegdheid beschikken om op zelfstandige wijze belastingen te heffen op de al dan niet uitgekeerde winsten van vennootschappen, eveneens geacht een Staat in de zin van artikel 307, § 1, vijfde tot zevende lid, WIB 92 te zijn.

De lijst die het voorwerp is van dit ontwerp van dit koninklijk besluit betreft de Staten zonder belasting of waarvan het nominaal tarief van de vennootschapsbelasting lager is dan 10 pct.

In de lijst worden eerst en vooral die Staten opgenomen waar geen stelsel van vennootschapsbelasting bestaat: dat zijn dus Staten waar vennootschappen niet worden onderworpen aan een inkomstenbelasting. Anguilla, de Bahamas, Bahrein, Bermuda, de Kaaimaneilanden, Fujairah, de Britse Maagdeneilanden, Nauru, Palau, de Pitcairneilanden, Saint-Barthelemy, Somalië, de Turks- en Caicoseilanden, Vanuatu en Wallis-en-Futuna behoren tot deze Staten.

Daarnaast worden in de lijst ook de Staten opgenomen waar de vennootschappen worden onderworpen aan een inkomstenbelasting waarvan het nominaal tarief minder dan 10 pct. bedraagt.

De administratie heeft op basis van de in haar bezit zijnde informatie, Staat per Staat, nagegaan hoeveel het nominale tarief bedraagt dat wordt toegepast op de winsten van vennootschappen. Het in aanmerking te nemen nominale belastingtarief wordt vastgesteld door het door de centrale overheid bepaalde tarief dat van toepassing is op de winsten van de vennootschappen. Afhankelijk van de bevoegdheid van de `deel-` gewestelijke en andere entiteiten om in te grijpen op de vennootschapsbelasting wordt dit tarief vervolgens herrekend, in functie van de regionale fiscale maatregelen die gemiddeld genomen van toepassing zijn in deze `deel-` gewestelijke en andere entiteiten.

Voor de opmaak van dit besluit wordt onder de term `nominaal tarief' het tarief begrepen dat effectief wordt toegepast op de belastbare basis bij het berekenen van de vennootschapsbelasting. Indien het Belgische nominale tarief zou worden vastgesteld dient men dus niet enkel rekening te houden met het tarief bedoeld in artikel 215, eerste lid, WIB 92, maar eveneens met de in artikel 463bis, WIB 92, vermelde crisisbijdrage.

In een aantal Staten opgenomen in de lijst die het voorwerp uitmaakt van dit besluit wordt een beperkt aantal vennootschappen die actief zijn in welbepaalde sectoren, in afwijking van het stelsel van het gemeen recht, aldaar onderworpen aan een belasting van ten minste 10 pct. (zie hierna). Niettegenstaande dit, geldt de aangifteplicht voorzien in artikel 307, § 1, derde lid, WIB 92, voor alle betalingen die rechtstreeks of onrechtstreeks worden gedaan aan personen die gevestigd zijn in een van die Staten of jurisdicties.

Zo is het standaard nominaal tarief van de vennootschapsbelasting in Guernsey, Jersey en het Eiland Man 0 pct., terwijl financiële instellingen (en in sommige gevallen openbare nutsbedrijven en vennootschappen die onroerend goed aanhouden) onderworpen worden aan een nominaal belastingtarief van 10 of 20 pct. In Bahrein worden enkel oliemaatschappijen aan een inkomstenbelasting onderworpen. In het geval van de Verenigde Arabische Emiraten geldt er voor vennootschappen een principiële onderworpenheid aan inkomstenbelasting maar worden enkel financiële instellingen en oliemaatschappijen effectief aan een inkomstenbelasting onderworpen.

Een speciaal geval ten slotte is Monaco. Daar worden ondernemingen namelijk enkel aan een inkomstenbelasting onderworpen indien ze welbepaalde werkzaamheden verrichten. Met name worden enkel de ondernemingen die industriële of commerciële activiteiten uitoefenen en die ten minste 25 pct. van hun omzet realiseren uit transacties die direct of indirect plaatsvinden buiten Monaco en de vennootschappen waarvan de inkomsten voornamelijk voortkomen uit de verkoop of de concessie van bepaalde roerende goederen in Monaco aan belasting onderworpen. Gelet op de beperkte werkingssfeer van de Monegaskische vennootschapsbelasting moet de effectieve toepassing van deze belasting gezien worden als de uitzondering op de algemene regel. Hierdoor kan het tarief dat in Monaco op een beperkt aantal vennootschappen van toepassing is, niet beschouwd worden als het nominaal tarief van de vennootschapsbelasting dat bedoeld wordt in artikel 307, § 1, zesde lid, WIB 92. Monaco wordt wel op de lijst opgenomen.

Sommige Staten welke bijzondere banden hebben met lidstaten van de Europese Unie bevinden zich op de lijst die het voorwerp is van dit ontwerp niet tegenstaande de fundamentele vrijheden die voortvloeien uit de Verdragen van de Europese Unie.

►Ander interessant artikel: Nieuwe definitie van kleine vennootschap werkt niet (volledig) door op fiscaal gebied

Enerzijds vormen bepaalde overzeese landen en gebieden (onder meer Anguilla, Bermudaeilanden, de Britse Maagdeneilanden, de Kaaimaneilanden, de Pitcairneilanden, Saint-Barthelemy, de Turks- en Caicoseilanden en Wallis-en-Futuna), overeenkomstig artikel 355 (2 en 6), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, het onderwerp van de bijzondere associatieregeling omschreven in het vierde deel van hetzelfde Verdrag. Inzonderheid wordt een vrijhandelszone ingesteld tussen de Gemeenschap en deze overzeese landen of jurisdicties, waarbij de lidstaten ernaar streven, zonder enige verbintenis, op hun handelsverkeer met die landen of jurisdicties, dezelfde regeling toe te passen als deze die zij onderling dienen toe te passen. Anderzijds bepalen die landen of jurisdicties zelf hun handelspolitiek tegenover de lidstaten, zulks op voorwaarde dat alle lidstaten op een gelijkwaardige manier worden behandeld. De fundamentele vrijheden uit de Europese Verdragen kunnen dus in de relaties met deze overzeese landen en gebieden niet op dezelfde wijze worden toegepast als tussen lidstaten van de Europese Unie onderling.

Voor andere jurisdicties (met name Jersey, Guernsey en het eiland Man) kunnen de bepalingen worden ingeroepen van artikel 355(5), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, overeenkomstig dewelke de bepalingen van de Verdragen van de Europese Unie slechts van toepassing zijn voor zover noodzakelijk ter verzekering van de toepassing van de regeling die voor deze eilanden is vastgesteld in het op 22 januari 1972 ondertekende Verdrag betreffende de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. Niettemin is de harmonisatie op het gebied van de directe belastingen niet van toepassing ten aanzien van deze jurisdicties.

Dit besluit is van toepassing op betalingen gedaan vanaf 1 januari 2016.

Lees de volledige tekst van het koninklijk besluit van 1 maart 2016 tot wijziging van artikel 179 van het KB/WIB 92 betreffende de lijst van Staten zonder of met een lage belasting