Krachtlijnen van het werkgelegenheidsbeleid in 2016

Geschreven door Lexalert
Foto: Sean MacEntee  

De minister van Werk publiceerde op 3 november 2015 zijn algemene beleidsnota. Daarin worden de krachtlijnen van het beleid voor 2016 voorgesteld. 

a)  Werkgelegenheidsplannen voor oudere werknemers

Cao 104, over de uitvoering van een werkgelegenheidsplan oudere werknemers in de onderneming, heeft als doelstelling om maximaal een duurzame inzetbaarheid van de werknemer te bewerkstellingen en dit door specifieke acties uitgaande van de werkgever. Duurzame inzetbaarheid is echter niet alleen iets wat oudere werknemers en hun werkgevers aanbelangt. Het is een aandachtspunt voor alle werknemers en werkgevers en dit doorheen heel de loopbaan. Na afronding van de momenteel lopende evaluatie van de impact van de bestaande cao 104, zal in 2016 met de sociale partners worden overlegd, om te kijken of en hoe deze duurzame inzetbaarheid kan worden versterkt.

b) Loopbaanrekening en loopbaansparen

De loopbaanrekening geeft een overzicht van het genomen krediet en het nog te nemen saldo inzake tijdskrediet, loopbaanonderbreking en thematische verloven. In 2016 zal de RVA starten met een haalbaarheidsstudie voor de ontwikkeling van een e-governementtoepassing waar op termijn elke werknemer zijn loopbaanrekening online kan raadplegen.

Naast deze loopbaanrekening wil de minister ook het concept van het loopbaansparen verder uitwerken, in lijn met de bepalingen in het regeerakkoord. Het doel is de werknemer meer flexibiliteit te geven inzake de opname van bijkomende vakantiedagen, en dit in ruil voor andere opgebouwde rechten zoals eindejaarspremie of extralegale vakantiedagen. Als werknemers actief hun loopbaan in voldoende mate zelf kunnen sturen, kunnen ze werk en gezin meer evenwichtig met elkaar combineren. Maar deze sturing moet steeds vertrekken vanuit een eenduidig kader, waarbij sociale rechten en sociale bescherming worden gevrijwaard en gendergelijkheid wordt nagestreefd.

c) Modernisering van de arbeidstijd

De arbeidstijd is sinds het ontstaan van het arbeidsrecht altijd een essentieel onderdeel geweest van de arbeidsovereenkomst. De reglementering rond arbeidstijd dient om de werknemer te beschermen tegen te veel werken, want anders kan dit leiden tot fysieke en/of psychosociale klachten. In het arbeidsrecht zijn weliswaar doorheen de tijd verschillende en meerdere vormen van flexibiliteit ingebouwd, omwille van bvb. de specificiteit van een bepaald productieproces of om bijzondere redenen inzake arbeidsorganisatie.

De belangrijkste mogelijkheden inzake flexibele arbeidstijd binnen het huidig wetgevend kader zijn: meeruren, overuren, ploegenarbeid, kleine of grote flexibiliteit, nieuwe arbeidsregelingen, glijdende werktijden, deeltijdse arbeid, leidende functies of vertrouwensposten en het plaatsen tijdonafhankelijk werken.

Volg het on demand seminarie Temporele werkgeversflexibiliteit – Mogelijkheden en beperkingen met Sigrid DEREYMAEKER

Om een nieuwe impuls te geven aan de hangende besprekingen, zal aan de sociale partners een voorstel worden gedaan met als doel de gangbare praktijken betreffende de glijdende uurregeling, zoals ze onder bepaalde voorwaarden door de inspectie vandaag al gedoogd worden, een wettelijke basis te geven. Er zal eveneens een voorstel worden geformuleerd om de regelgeving inzake deeltijdse arbeid te vereenvoudigen en te moderniseren, onder meer op het vlak van bepaalde sociale documenten en bekendmakingsprocedures. Dit moet de start vormen van een meer diepgaande reflectie over de wijze waarop de flexibiliteiteisen van organisaties en werknemers op elkaar worden afgestemd.

d) Psychosociale risico’s en MSA

Aangezien psychische problemen en musculoskeletale aandoeningen of MSA als de voornaamste redenen voor langdurige afwezigheid moeten worden beschouwd, is het evident dat gestreefd moet worden om de risico’s te verminderen die tot deze aandoeningen en problemen leiden, om op deze manier werknemers langer aan het werk te houden (primaire preventie). Musculoskeletale aandoeningen zijn een verzamelnaam voor de problemen (pijn, prikkelingen, warmte, krampen, stijfheid,…) ter hoogte van de musculoskeletale structuren (de spieren, de pezen, de ligamenten, de zenuwen en de gewrichten met het kraakbeen en de slijmbeurs) waarmee men wordt geconfronteerd tijdens zijn professionele activiteiten. Deze aandoeningen kunnen gelokaliseerd zijn ter hoogte van de bovenste ledematen (schouders, ellebogen, polsen), ter hoogte van de onderste ledematen (knieën) en ter hoogte van de nek of de rug (Bron: Preventie van MSA, FOD Waso, 2011).

Recente regelgeving verplicht de werkgever om in zijn preventiebeleid rekening te houden met psychosociale risico’s of PSR zoals stress, burn-out, pestgedrag, agressie, enz. De nodige tijd zal moeten worden uitgetrokken voor sensibilisering en opleiding van de verschillende actoren over de aard van deze risico’s en hoe deze te voorkomen of verhelpen. In 2015 zijn daartoe al een aantal acties ondernomen, zoals een wedstrijd voor het verzamelen en verspreiden van goede praktijken over PSR en een mediacampagne. In 2016 zal er verder intensief campagne worden gevoerd op het vlak van PSR en andere nieuwe risico’s, onder meer door het ontwikkelen en verspreiden van sensibilisatietools over PSR voor kmo’s en kleine ondernemingen. Daarnaast zal verder onderzoek gevoerd worden naar de fysieke en psychische druk van de arbeid, vooral binnen de leeftijdscategorie van 25 tot 45 jaar. We behoren vandaag bij de Europese top op het vlak van wetgeving inzake psychosociaal welzijn op de werkvloer, en dit moeten we zo kunnen houden.

MSA kunnen zich manifesteren in alle activiteitensectoren en bij alle leeftijden. De gestage stijging van het aantal werknemers met MSA betekent dat ook de directe en indirecte kosten die er mee verbonden zijn, stelselmatig toenemen. De economische impact van MSA betekent dan ook een belangrijke rem op de groeimogelijkheden van ondernemingen. Om kwaliteitsvol werk te kunnen aanbieden met optimale arbeidsvoorwaarden en om te beletten dat werknemers MSA gaan ontwikkelen, is het belangrijk dat ondernemingen een preventiebeleid voeren dat oog heeft voor goede ergonomische omstandigheden. De sensibilisering rond MSA zal gebeuren aan de hand van een mediacampagne, het ontwikkelen van een gids ter preventie van MSA en sensibilisatiecampagnes per sector, met als speerpunt de sectoren die vaak met MSA worden geconfronteerd zoals de bouwsector, de zorgsector, de tertiaire sector, enz.

►Lees ook: Nieuwe loonbedragen arbeidsovereenkomstenwet vanaf 1 januari 2016

e) Re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers

Langdurige ziekte – al dan niet als gevolg van een psychosociale problematiek – heeft een hoog prijskaartje voor de werkgever, voor de sociale zekerheid en voor de maatschappij, maar zeker ook voor de arbeidsongeschikte zelf: het leidt tot inkomstenverlies, sociaal isolement en vaak tot nog meer gezondheidsproblemen. Hoe langer iemand arbeidsongeschikt is, des te moeilijker het voor hem of haar is om opnieuw te gaan werken. Het is dus van het allergrootste belang om werknemers in een vroeg stadium de kans te geven om weer aan de slag te gaan, eventueel via aangepast of ander werk, maar liefst in de vertrouwde arbeidsomgeving (secundaire en tertiaire preventie).

Werkgever en werknemer kunnen dit niet alleen. Een geslaagde re-integratie vergt niet alleen overleg met de arbeidsongeschikte werknemer, maar vraagt een multidisciplinaire aanpak waarvoor constructieve samenwerking nodig is tussen een aantal actoren zoals de behandelend arts van de betrokken werknemer, de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en/of andere bevoegde preventieadviseurs (psychosociale aspecten, ergonomie, enz.), de adviserend geneesheer van de mutualiteit en de regionale diensten voor arbeidsbemiddeling, om de mogelijkheden van de werknemer om – al dan niet tijdelijk – aangepast of ander werk op te nemen binnen de onderneming, zo concreet mogelijk te onderzoeken.

Dit vereist een wettelijke omkadering die rekening houdt met de verschillende aspecten op het gebied van het arbeidsrecht, welzijn op het werk en de sociale zekerheid. Samen met de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, wil de minister van Werk in 2016 werk maken van een dergelijk globaal wettelijk kader voor de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers, evenals van de noodzakelijke en vlotte samenwerking tussen de verschillende geneesheren die via elektronische weg kan worden georganiseerd en met respect voor de gevoeligheid en bescherming van medische gegevens.

Daarom leggen wij een wetsontwerp voor tot invoering van een arbeidsrechtelijk kader voor de gedeeltelijke werkhervatting van arbeidsongeschikte werknemers, en er zal een re-integratietraject worden uitgewerkt waarbij een sleutelrol is weggelegd voor de preventieadviseurarbeidsgeneesheer, om de werknemer toe te laten zich in de best mogelijke omstandigheden opnieuw in de arbeidsomgeving te integreren.

Om de re-integratie alle kansen te geven en daarvoor ook de nodige ruimte te scheppen, zullen we ook het takenpakket van de Externe Diensten voor Preventie en Bescherming op het Werk herbekijken, evenals de rol van de preventieadviseurs en in het bijzonder van de preventieadviseurs-arbeidsgeneesheren. Het is ook van belang te onderzoeken hoe de opleiding van deze preventieadviseurs en de aantrekkelijkheid van het beroep kunnen worden verbeterd. Bijgevolg zal ook het onderzoek en de innovatie op dit terrein positief beïnvloed worden. Verder ben ik van mening dat het belang van welzijn, bescherming en veiligheid iets is dat we vanaf jonge leeftijd moeten meegeven aan onze jeugd. We bekijken met de betrokken kabinetten hoe we via het onderwijs deze awareness kunnen meegeven.

Lees de volledige tekst van de algemene beleidsnota werk van 3 november 2015