Invordering onbetwiste schulden: antwoordformulier en proces-verbaal van niet-betwisting

Geschreven door Lexalert
Foto: 401(K) 2012    

Het KB van 16 juni 2016 (B.S. 22 juni 2016) legt de modellen antwoordformulier en proces-verbaal van niet-betwisting voor de invordering van onbetwiste schulden vast. Zo zorgt het voor de uitvoering en inwerkingtreding van artikelen 9 en 32 tot 40 van de wet van 19 oktober 2015 houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie.

Deze wet voorziet inderdaad onder meer in de invoering van een administratieve procedure tot invordering van onbetwiste geldschulden in artikelen 1394/20 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek. Wanneer goederen zijn geleverd en diensten zijn verricht is het van belang dat de desbetreffende facturen stipt worden betaald. In de praktijk stellen we echter vast dat betalingen regelmatig te laat of zelfs niet gebeuren. De betalingsachterstand die daardoor ontstaat tast de liquiditeit van ondernemingen aan. De wetgever heeft de vaste wil uitgedrukt om tegemoet te komen aan deze maatschappelijke nood door te zorgen voor een moderne en efficiënte invorderingsprocedure die als doel heeft snel, eenvoudig en kostenbesparend te werken zonder dat de kwaliteit van de rechtsbedeling vermindert. Aldus strekt deze procedure tot voordeel van zowel schuldeisers als schuldenaars. Aangezien het in deze handelt om geldschulden waarover geen betwisting bestaat, dienen deze vorderingen niet beslecht te worden door de rechterlijke macht en kan die zich opnieuw toeleggen op haar kerntaken.

Met die doelstellingen voor ogen, speelt het in artikel 1394/27 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde `Centraal register voor de invordering van onbetwiste geldschulden' (hierna `Centraal register') een cruciale rol in de procedure. Door de oprichting van dit register zal de gerechtsdeurwaarder op een geïnformatiseerde manier zijn opdracht en mandaten uitoefenen. Om te kunnen controleren dat de gerechtsdeurwaarder daadwerkelijk binnen zijn bevoegdheden blijft, zullen alle handelingen die in het register worden gesteld worden gelogd, hetgeen opvolging en rapportering toelaat.

De toegang tot het Centraal Register is strikt geregeld. Zo zal d.m.v. e-ID en pincode de identiteit van de gebruiker worden vastgesteld en zal deze enkel toegang kunnen verkrijgen indien hij daarenboven over de nodige rechten beschikt. Naast de toegang is ook het gebruik streng beveiligd. De transmissie van data gebeurt met gebruik van cryptografie en digitale certificaten. Aldus biedt het register de noodzakelijke waarborgen op het vlak van authenticatie en autorisatie. Tenslotte is er ook in de wet expliciet bepaald dat de gegevens die in het Centraal register werden opgenomen gedurende tien jaar bewaard worden.

Er wordt benadrukt dat de betrokken partijen wiens persoonsgegevens worden verwerkt een recht hebben op informatie, toegang, verbetering van de opgenomen gegevens, zoals dit wettelijk is voorzien.

Hierdoor is duidelijk dat het Centraal register op korte termijn kan worden opgezet met behulp van de recentste informaticatechnieken en de noodzakelijke waarborgen biedt inzake het correcte verloop van de procedure, de controlemogelijkheid hierop, de beveiliging en bewaring van de gegevens, de koppeling met gegevens van het rijksregister in een beveiligde omgeving.
De keuze van de wetgever om de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders bij het genoemde register een centrale rol toe te bedelen vloeit voort uit haar wettelijke bevoegdheden en de waarborgen die zij biedt, de door haar in het verleden opgebouwde relevante kennis, expertise en knowhow, onder meer naar aanleiding van de informatisering van het Centraal bestand van berichten (CBB).

De Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders is met betrekking tot het Centraal register de verantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens zoals bedoeld in artikel 1, § 4, van de wet van 8 december 1992. Wanneer er een wijziging gebeurt aan een uitvoerbaar verklaard proces-verbaal van niet-betwisting zorgt zij er ook voor dat alle betrokken partijen van deze wijziging en de reden hiervoor op de hoogte worden gebracht. Op deze manier kan worden tegemoet gekomen aan het advies van de Raad van State om de rechten van alle betrokkenen hieromtrent te garanderen.

Lees ook: Engelstalige facturen voor grensoverschrijdende transacties mogelijk

Het ontwerpbesluit beperkt zich verder niet tot de inwerkingtreding van de artikelen van de wet (artikel 8 van het ontwerp), maar stelt de modellen vast van het antwoordformulier en van het proces-verbaal van niet-betwisting (artikel 1 en bijlagen 1 tot 2). Verder worden de modaliteiten van uitvoerbaarverklaring en tenuitvoerlegging van bedoeld proces-verbaal bepaald (artikelen 2 en 3), alsook de verzending van de gegevens aan het Centraal register (artikelen 4 en 5) en de raadpleging van deze gegevens (artikel 7).

Tenslotte wordt de overdracht van de gegevens van het rijksregister vastgesteld (artikel 6). In antwoord op het advies van de Raad van State dient te worden vermeld dat de verbinding nuttig is om indien nodig een opzoeking hierin te doen om zekerheid te verkrijgen omtrent identiteitsgegevens, maar dat deze informatie niet wordt bewaard in het Centraal register.

Lees de volledige tekst van het koninklijk besluit van 16 juni 2016 tot vaststelling van de inwerkingtreding van de artikelen 9 en 32 tot 40 van de wet van 19 oktober 2015 houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie, en tot uitvoering van de artikelen 1394/25 en 1394/27 van het Gerechtelijk Wetboek

Model van antwoordformulier bij aanmaning tot betalen

Proces-verbaal van niet betwisting