Hoor je een werknemer bij ontslag nu te horen of niet?

Geschreven door Mr. Willy van Eeckhoutte, Van Eeckhoutte, Taquet & Clesse, www.bellaw.be
Foto: Naika Lieva  

GwH 6 juli 2017, nr. 86/2017

De Arbeidsovereenkomstenwet zegt daarover alvast niets, noch als het gaat om opzegging, noch als de werkgever een werknemer ontslaat wegens dringende reden.

Hof van Cassatie

Dat is ook wat het Hof van Cassatie zegt in een arrest van 12 oktober 2015: de wet verplicht een werkgever niet een werknemer te horen alvorens die te ontslaan. En, zo voegt het Hof eraan toe, dat geldt evenzeer voor werknemers in dienst van een bestuur, voor zgn. arbeidscontractanten. Een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur kan immers geen afbreuk doen aan de wet (zie SoCompact nr. 44-2015).

Vraag is echter of de wet, de Arbeidsovereenkomstenwet dus, het vooraf horen van een werknemer die dreigt ontslagen te worden, wel verbiedt. Anders uitgedrukt: wordt wel afbreuk gedaan aan de Arbeidsovereenkomstenwet door bijkomende voorwaarden te stellen aan een ontslag uitgaande van de werkgever?

Ik zou denken van niet. Het recht van de werkgever een werknemer te ontslaan, is vervat in wettelijke bepalingen die in beginsel dwingend zijn ten voordele van de werknemer. Weliswaar kan men de werkgever niet rechtsgeldig volledig afstand laten doen van zijn recht te ontslaan, maar beperkingen van dat recht zijn wel mogelijk, bv. door in de tijd beperkte werkzekerheidsbedingen.

Waarom zou dan een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur in bepaalde gevallen geen bijkomende voorwaarden kunnen stellen aan het recht van een publieke werkgever de arbeidsovereenkomst van een personeelslid te beëindigen?

Grondwettelijk Hof

Het bovengenoemde arrest van het Grondwettelijk Hof lijkt, zonder dat expliciet te zeggen, in dezelfde richting te gaan, zij het dan, gelet op zijn bevoegdheid, vertrekkende vanuit een andere hoek.

Om het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel niet te schenden en meer bepaald arbeidscontractanten in overheidsdienst niet te discrimineren in vergelijking met statutaire ambtenaren, moeten de bepalingen van de Arbeidsovereenkomstenwet m.b.t. de eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst zo worden uitgelegd dat zij geen beletsel vormen voor het recht van een door een overheid tewerkgestelde werknemer vóór zijn ontslag, om redenen die verband houden met zijn persoon of zijn gedrag, te worden gehoord, aldus het Grondwettelijk Hof. Alleen in die interpretatie, zo overweegt het, is het verschil in behandeling onbestaande.

Merkwaardig is dat het Grondwettelijk Hof er geen twijfel laat over bestaan dat het van oordeel is dat het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur "hoor ook de wederpartij" wel degelijk inhoudt dat het personeelslid in dienst van een bestuur dat wegens een negatieve beoordeling van zijn gedrag een ernstige maatregel zoals ontslag dreigt te ondergaan, daarvan vooraf op de hoogte wordt gebracht om zijn opmerkingen dienstig te kunnen doen gelden. Dat in een arbeidsverhouding met de overheid sprake is van "bestuur", wordt niet door iedereen aanvaard.

Ander interessant artikel: Gecombineerde werk- en verblijfsvergunning voor buitenlandse werknemers

Wie heeft gelijk?

Is het arrest van het Grondwettelijk Hof dan strijdig met het voornoemde arrest van het Hof van Cassatie? Strikt genomen niet, want het is enkel dat laatste dat wetten voluit kan interpreteren. Wel is het zo dat de interpretatie van het cassatiearrest van 12 oktober 2015 sinds het hier besproken arrest van ons constitutioneel hof strijdig is met de Grondwet.

Conclusie: publieke werkgevers voor wie de Grondwet geen "vodje papier" is, zullen voortaan vooraf de werknemers horen die zij omwille van hun persoon of gedrag willen ontslaan.

En geldt dat eigenlijk ook niet voor werkgevers van de particuliere sector, voor wie weliswaar geen beginselen van behoorlijk "bestuur" gelden, maar van wie toch wel behoorlijk "beleid", met inbegrip van ontslagbeleid, mag worden verwacht? De rechtsgrond? Wat zou die anders zijn dan de eeuwige goede trouw?