Hoeveel moet u in 2016 betalen aan uw externe preventiedienst? De nieuwe tariefregeling in een notendop.

Geschreven door Mr. Ann Taghon, Van Eeckhoutte, Tacquet & Kileste, www.bellaw.be
Foto: Connor Tarter  

KB 27 november 2015 tot wijziging van het KB van 27 maart 1998 betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk wat betreft de tarifering (BS 14 december 2015)

De tariefregeling van de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk wordt gewijzigd. Dat blijkt uit een KB van 27 november 2015 dat deze week in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd. De tariefregeling wordt hervormd omdat in de oude tariefregeling te veel de nadruk werd gelegd op het periodiek gezondheidstoezicht ten nadele van andere activiteiten, zoals bijvoorbeeld het risicobeheer, en omdat de regeling niet doorzichtig was.

Als u een beroep doet op een externe dienst, ligt het in de lijn van de verwachtingen dat u in de komende tijd zal worden gecontacteerd met betrekking tot de nieuwe tarieven. Een aantal externe diensten bieden op hun website een tool aan die u toelaat te berekenen wat u voortaan zal moeten betalen.

1. Vanaf wanneer gelden de nieuwe tarieven?

De nieuwe tariefregeling treedt in werking op 1 januari 2016.

2. Welke criteria bepalen het toepasselijk tarief?

De werkgever is jaarlijks aan de externe dienst een forfaitaire minimumbijdrage per werknemer verschuldigd.

Vanaf 2016 bepalen twee criteria het bedrag van de forfaitaire minimumbijdrage: de hoofdactiviteit van de onderneming en het aantal tewerkgestelde werknemers. Het onderscheid dat in de huidige regeling wordt gemaakt naargelang de werknemer al dan niet aan het gezondheidstoezicht onderworpen is, valt weg.

De werkgevers worden op basis van hun hoofdactiviteit ingedeeld in vijf tariefgroepen. De indeling wordt gemaakt in de bijlage 1 bij het KB over de externe preventiediensten.

Een paar voorbeelden (niet limitatief):

  • tariefgroep 1: uitgeverijen, financiële activiteiten en verzekeringen, reisbureaus
  • tariefgroep 2: vervaardingen van kleding, handel in onroerend goed, kunst, amusement en recreatie
  • tariefgroep 3: handel in auto’s, luchtvaart, koeriers
  • tariefgroep 4: houtindustrie, vervaardigen van metalen, vervaardigen van elektrische apparatuur
    • tariefgroep 5: bosbouw, vervaardiging van chemische producten, bouwnijverheid

Een tweede onderscheid wordt gemaakt naargelang de werkgever op 30 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de bijdrage is verschuldigd, maximum 5 of meer dan 5 werknemers tewerkstelt. Voor de werkgevers die maximum 5 werknemers tewerkstellen, gelden 5 verlaagde tarieven. De verlaagde tarieven zijn ongeveer gelijk aan 85 % van de gewone tarieven.

Uitzondering

Er geldt een uitzondering voor de werkgevers die binnen de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk beschikken over een eigen departement belast met het medisch toezicht. De werkgevers met een eigen intern medisch departement zijn geen forfaitaire minimumbijdrage verschuldigd. Voor die werkgevers is aan de externe dienst een bijdrage verschuldigd die overeenstemt met de prestaties die uitdrukkelijk en gedetailleerd zijn vermeld in de overeenkomst die wordt gesloten met de externe dienst.

Volg het on demand seminarie Temporele werkgeversflexibiliteit – Mogelijkheden en beperkingen met Sigrid DEREYMAEKER

3. Voor welke werknemers is de forfaitaire minimumbijdrage verschuldigd?

De werkgever is de forfaitaire minimumbijdrage verschuldigd voor elke werknemer die gedurende een volledig kalenderjaar bij hem is geregistreerd via de DIMONA, of, bij ontstentenis hiervan, ingeschreven is in een document of register dat op een vergelijkbare wijze het personeelsbestand weergeeft. De bijdrage is verschuldigd ongeacht de arbeidsregeling (voltijds of deeltijds) van de werknemer.

Voor een werknemer die geen volledig kalenderjaar is geregistreerd bij de werkgever, is de werkgever 1/12 van de forfaitaire minimumbijdrage verschuldigd per kalendermaand waarin de werknemer ten minste 1 dag bij hem is geregistreerd. Maar indien  de externe dienst voor deze werknemer een individuele prestatie levert, is de forfaitaire minimumbijdrage toch in haar geheel verschuldigd.

Lees ook: Insourcing kan verplichten tot overname van werknemers

4. Welke zijn de forfaitaire minimumbijdragen?

De onderstaande tabel geeft de forfaitaire minimumbijdragen weer zoals van toepassing op 1 januari 2016. De bedragen zullen elk jaar op 1 januari worden geïndexeerd. Aangezien het om minimumbijdragen gaat, kan de externe dienst hogere tarieven aanrekenen.

Jaarlijkse forfaitaire minimumbijdrage verschuldigd aan de externe dienst (per werknemer)

tariefgroep

werkgevers die maximum 5 werknemers tewerkstellen

werkgevers die meer dan 5 werknemers tewerkstellen

1

35,50 euro

41,50 euro

2

51,50 euro

60,50 euro

3

64,00 euro

75,50 euro

4

81,00 euro

95,50 euro

5

95,00 euro

112,00 euro

5. Welke prestaties moeten geleverd worden in ruil voor de bijdrage?

Het takenpakket dat de externe dienst moet leveren in ruil voor de forfaitaire minimumbijdrage hangt af van de grootte van de onderneming, de aanwezige risico’s en het niveau van de vorming van de preventieadviseur.

Voor de werkgevers die behoren tot de groep D (minder dan 20 werknemers en de werkgever vervult zelf de functie van preventieadviseur) en tot de groep C – (minder dan 200 werknemers en de preventieadviseur beschikt niet over een aanvullende vorming van niveau I of II) is een basispakket van prestaties vastgelegd die moeten worden geleverd door de externe dienst.

Voor de werkgevers die behoren tot de groep A (meer dan 1.000 werknemers of zeer hoge risico’s), B (meer dan 200 werknemers of hoge risico’s) of C + (minder van 200 werknemers en de preventieadviseur beschikt over een aanvullende vorming van niveau I of II) is geen basispakket vastgelegd. Voor deze werkgevers wordt de minimumbijdrage omgezet in preventie-eenheden. Een preventie-eenheid bedraagt 150 euro. De werkgever kan preventie-eenheden opnemen door middel van prestaties van het personeel van de externe dienst.

6. Hoe weet ik welke prestaties al zijn geleverd en/of hoeveel prestatie-eenheden al zijn opgenomen?

Opdat de werkgever altijd een duidelijk overzicht zou hebben van de prestaties die door de externe dienst zijn geleverd, is die dienst verplicht om een elektronische inventaris van alle uitgevoerde prestaties bij te houden. De werkgever moet de inventaris op elk moment online kunnen raadplegen.