Hoe het klokje thuis een prikklokje wordt

Geschreven door Mr. Willy Van Eeckhoutte, Van Eeckhoutte, Tacquet & Clesse, www.bellaw.be
Foto: Doug Belshaw

Het is genoegzaam bekend dat volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie de fysieke aanwezigheid en de beschikbaarheid van de werknemer op de werkplek tijdens een wachtdienst moeten worden geacht deel uit te maken van de arbeidstijd, ook al moet de werknemer tijdens die wacht maar in beperkte mate of zelfs helemaal niet werken (zie www.sociaalcompendium.be).

In het hieronder vermelde arrest voegt het Hof daaraan toe dat ook een thuiswachtdienst die door een werknemer wordt verricht, als arbeidstijd moet worden aangemerkt als de werknemer verplicht is om binnen een zo korte periode gehoor te geven aan oproepen van zijn werkgever, dat zijn mogelijkheid om andere activiteiten te ondernemen, daardoor zeer sterk wordt beperkt. Het Belgische Hof van Cassatie oordeelde in een arrest van 18 mei 2015, in tegenovergestelde zin (zie www.sociaalcompendium.be).

Lees ook: Opzegging door werkgever - Nieuwe opzeggingstermijnen vanaf 2018

In het arrest van het Hof van Justitie gaat het om een werknemer die binnen acht minuten op de werkplek moet zijn. Het Hof geeft zelf niet aan vanaf wanneer een wachtdienst thuis niet meer tot de arbeidstijd behoort. Er zal dus moeten gekeken worden naar de mate waarin de verplichting die uit geografisch en temporeel oogpunt voortvloeit uit de eis om na een oproep van de werkgever binnen een bepaalde termijn op de werkplek te zijn, de vrijheid van de betrokken werknemer beperkt.

►Blijf op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen mbt arbeidsrecht en sociale zekerheidsrecht - Volg de kwartaalupdate HR-recht met Claeys & Engels

Het feit dat een thuiswachtdienst conform de Europese regels als arbeidstijd wordt aangemerkt, heeft niet noodzakelijk tot gevolg dat de werkgever die thuiswachtdienst moet verlonen als gewone arbeidstijd. De Europese arbeidstijdrichtlijn regelt immers niet de beloning van de werknemers. Derhalve kan het nationale recht bepalen dat de beloning van een werknemer in „arbeidstijd” verschilt van die van een werknemer in „rusttijd”, en zij kunnen zelfs zover gaan dat rusttijd niet wordt vergoed.

BRON: HvJ 21 februari 2018 nr. C-518/15 (stad Nijvel/Matzak)