Het wetsontwerp van 8 oktober 2018 mbt de onbekwaamheid - Structuur

Geschreven door Lexalert
Foto: Jeff Porter  

Het wetsontwerp van 8 oktober 2018 met betrekking tot de onbekwaamheid omvat 9 titels.

Titel 2 van het ontwerp beoogt, in uitvoering van het regeerakkoord, de wetgeving inzake bewindvoering te vereenvoudigen en de procedure te informatiseren. Dit moet toestaan de werklast van magistraten en griffiers te verminderen, de uitvoering van de bewindvoering op een meer efficiënte manier in de geest van de wet uit te voeren en te voorzien in meer toegankelijke en soepelere procedures voor de rechtzoekenden.

In plaats van vier verschillende procedures, wordt er slechts één procedure ingeschreven maar waarbij de modaliteiten kunnen variëren in functie van de aard van het verzoek. Een onderverdeling wordt gemaakt tussen de louter administratieve procedures (bv. machtiging van de bewindvoerder) en de procedures met betrekking tot de juridische bekwaamheid van de beschermde persoon die uiteraard aan striktere vereisten dient te voldoen (onderzoek naar de situatie van de betrokken persoon alsook diens omgeving, verhoor van belanghebbenden, etc.).

Bovendien, wordt de procedure tot benoeming van de bewindvoerder vereenvoudigd. De vrederechter benoemt de bewindvoerder voortaan pas na de bevestiging van zijn aanvaarding, zoals reeds het geval is in het kader van de voogdij.

Het toepassingsgebied van de buitengerechtelijke bescherming wordt, enerzijds, verduidelijkt met vermelding dat de maatregel ook betrekking kan hebben op handelingen die vallen onder het beheer, anderzijds, verruimd naar handelingen die betrekking hebben op de persoon, op voorwaarde dat deze niet zijn ingeschreven in het kader van een bijzondere wet.

Het toepassingsgebied van de handelingen waarover de vrederechter zich ambtshalve moet uitspreken in het kader van een rechterlijke bescherming wordt herzien, om deze aan te passen aan de noden van de praktijk en overeenstemming te verzekeren tussen maatregelen van rechterlijke bescherming en machtigingen van de vrederechter die eruit voortvloeien.

De verplichte evaluatie in de twee volgende jaren volgend op de organisatie van een rechterlijke beschermingsmaatregel wordt vervangen door een permanent evaluatiesysteem, telkens er reden om is. De bewindvoerder heeft nu de verplichting de vrederechter te informeren van fundamentele wijzigingen in de toestand van de betrokkene. De vrederechter onderzoekt vervolgens of dit aanleiding dient te geven tot een evaluatie.

Er wordt geen lijst met gezondheidstoestanden meer opgemaakt die kan leiden tot een algemene onbekwaamheid in termen van vermogensrechtelijke handelingen en het automatisch ontslag van een aantal plichten.

Er wordt een centraal register van bescherming van de personen ontwikkeld, opgericht door de FOD Justitie. Het register geldt als authentieke bron voor al de akten en gegevens die daarin worden geregistreerd. De toegang tot het register en de bewaartijd worden nauwkeurig bepaald. De Koning bepaalt de modaliteiten van de oprichting en de werking van het register. Alle mededelingen, notificaties en kennisgevingen in het kader van een bewindvoering  kunnen op elektronische wijze gebeuren, door middel van het register.

Volgens het Regeerakkoord, dient het afstammingsrecht te worden gemoderniseerd gelet op rechtspraak van hogere rechtscolleges.

Titel 3 van het ontwerp beoogt het afstammingsrecht te repareren in het licht van rechtspraak van het Grondwettelijk Hof (de afschaffing van het absolute verbod tot vaststelling van een incestueuze afstammingsband, de aanpassing van het startpunt van de verjaringstermijn inzake afstammingsvorderingen, de controle van het belang van het kind, …), zulks in het belang van de rechtzekerheid.

Titel 4 van het ontwerp beoogt een aanpassing van de naamwet in het licht van het arrest van 27 april 2017 (nr. 50/2017) van het Grondwettelijk Hof: een meerderjarige kan zijn naam laten akteren tijdens een procedure telkens wanneer een afstammingsband ten opzichte van een van de ouders wordt betwist en vervangen door een nieuwe afstammingsband ten opzichte van een nieuwe ouder.

Volg op 25 oktober 2018 van 12 uur tot 14 uur het online seminar Optimalisatie van de verloning van bedrijfsleiders - actuele stand van zaken met Roel VAN HEMELEN

Titel 5 van het ontwerp beoogt de behandeling van de vorderingen tot opheffing van een huwelijksverbod wegens bloed- of aanverwantschap over te hevelen naar de familierechtbank, die beter is geplaatst in deze materie aangezien het recht om te huwen een subjectief recht is (art. 12 EVRM) en deze instantie reeds beslist over de toegang tot het huwelijk in andere materies (bv. de opheffing van het verbod voor een minderjarige om een huwelijk aan te gaan, beroep tegen een weigering tot voltrekking van een huwelijk, etc.). Het betreft een rationalisering van de procedure tot de voltrekking van een huwelijk.

De Commissie voor onderhoudsbijdragen heeft op 16 juni 2017 haar eerste jaarverslag uitgebracht en doet daarin verschillende aanbevelingen. Titel 6 van het wetsontwerp heeft als doel de aanbevelingen van de Commissie in wetgeving om te zetten.

De voorgestelde wetswijzigingen beogen, in uitwerking van het Regeerakkoord, verduidelijkingen aan te brengen in de materie van de onderhoudsbijdragen met het oog op een meer objectieve en transparante berekening van de onderhoudsbijdragen  voor kinderen.

Titel 7 van het ontwerp beoogt, overeenkomstig het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, het schrappen van de term “beroep” in de akten van rechtspleging, gelet op het feit dat dit gegeven weinig betrouwbaar is.

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer deelde mee dat het gegeven “beroep” onlangs uit het Rijksregister is gehaald wegens de onvolmaaktheid ervan. Er is immers geen enkele procedure ingevoerd om de bijwerking en de authenticiteit van die informatie te waarborgen. Dit gegeven heeft ook in de bevolkingsregisters dezelfde onvolkomenheden: het is hoofdzakelijk gebaseerd op de verklaring van de betrokken persoon. In navolging van dit advies wordt de vermelding van de term “beroep” in de akten van rechtspleging geschrapt uit het gehele Gerechtelijk Wetboek.

Titel 8 betreft een wijziging  naar een verwijzing inzake het beslagrecht in het licht van de nieuwe wetgeving. Het betreft een dringende rechtzetting van een nalatigheid, op vraag van de FOD Sociale Zekerheid.

Op 22 december 2016 werd de wet houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Deze wet trad op 1 januari 2017 in werking en verving het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen. Ingevolge deze vervanging, dient de verwijzing naar de financiële uitkering voorzien in artikel 7 van het voornoemd koninklijk besluit in artikel 1410, § 2, 9°, van het Gerechtelijk Wetboek te worden aangepast.

Lees ook: Onbekwaamheid - Vereenvoudiging Burgerlijk en Gerechtelijk Wetboek

Titel 9 heeft tot doel een lacune in de wet op te vullen inzake het vorderingsrecht met het oog op de bescherming  van collectieve belangen,  gebleken uit het arrest van 10 oktober 2013 (nr. N133/2013) van het Grondwettelijk Hof. Het Grondwettelijk Hof heeft in haar arrest vastgesteld dat het de wetgever toekomt te verduidelijken onder welke voorwaarden een vorderingsrecht kan worden toegekend aan de rechtspersonen die een vordering wensen in te stellen die overeenstemt met hun statutair doel en de bescherming beoogt van de fundamentele vrijheden zoals zij zijn erkend in de Grondwet en in de internationale verdragen waarbij België partij is.

Een aansprakelijkheidsvordering  werd ingesteld tegen de Belgische Staat teneinde een schadevergoeding te bekomen wegens het niet wegwerken van deze lacune.

De ontwerptekst onder artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek heeft tot doel daarop een antwoord te formuleren en herneemt integraal de voorwaarden van het vorderingsrecht ter verdediging van collectieve belangen zoals opgenomen in de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof. De bijzondere wetgeving werd bovendien aangepast aan het nieuwe recht met als doel andere ongrondwettelijkheden te voorkomen.

Lees de volledige tekst van het wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en tot vereenvoudiging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek en het Gerechtelijk Wetboek betreffende de onbekwaamheid, en van de wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid