Het vrij aanvullend pensioen voor de werknemers (VAPW)

Geschreven door Lexalert
Foto: frankieleon  

De ministerraad van 20 juli 2018 keurde een voorontwerp van wet goed dat een vrij aanvullend pensioen voor de werknemers (VAPW) instelt en diverse bepalingen over aanvullende pensioenen omvat.

UPDATE: Het wetsontwerp werd gepubliceerd - Lees: Het vrij aanvullend pensioen voor werknemers (VAPW) – De krachtlijnen

Het voortonwerp van wet heeft als voorwerp het invoeren van de mogelijkheid voor de werknemers om een aanvullend pensioen op te bouwen in het kader van hun arbeidsbetrekking.

Het voorontwerp stelt voor om aan alle werknemers de mogelijkheid te bieden een VAPW af te sluiten mits de toepassing van een limiet van 3% van een referentieloon, na aftrek van wat de werknemer reeds heeft opgebouwd aan aanvullend pensioen als werknemer tijdens de referentieperiode.  

Om de maximale jaarlijkse bijdrage te berekenen, zal de werknemer zich dus moeten baseren op zijn referentieloon enerzijds en zijn opbouw van aanvullende pensioenrechten anderzijds. Aangezien de pensioenreserves op 1 januari van een jaar enkel op het einde van het jaar gekend zijn door de werknemer komt de referentieperiode overeen met het jaar n-2 (ten opzichte van een jaar van opbouw n) zowel voor de aanvullende pensioenrechten als voor het loon.   

De werknemer beslist zelf, binnen de hierboven beoogde limieten, over het bedrag van de bijdrage. Deze bijdrage zal door de werkgever ingehouden worden op de netto verloning van de werknemer en zal gestort worden aan de pensioeninstelling. Er is geen minimumbijdrage. Zo is het VAPW een aanpasbare aanvulling in functie van wat de werknemer al heeft opgebouwd aan aanvullend pensioen. Het percentage van 3% kan aangepast worden door een koninklijk besluit.

De werknemer kiest zelf de pensioeninstelling en het aanvullend pensioenproduct onder die welke worden voorgesteld door de pensioeninstellingen. De werkgever heeft als enige verplichting het bedrag van de bijdrage in te houden op de nettoverloning van de werknemer en die te storten in de door de werknemer afgesloten VAPW-overeenkomst met een pensioeninstelling.

Het voorontwerp wordt ter advies voorgelegd aan de Raad van State.