Het nieuw vennootschapswetboek 2018 – Het financieel plan

Geschreven door Lexalert
Foto: Alan Levine  

De verplichting om een financieel plan op te stellen wordt in het nieuw vennootschapsrecht behouden en verscherpt. Het geldt voor alle vennootschapsvormen en is niet verplicht.

Het financieel plan, dat zijn nut in de praktijk heeft bewezen, beoogt een dubbel doel.

  • Het moet de lichtzinnige oprichting van vennootschappen beletten. De spreuk “bezint eer ge begint” indachtig, moeten de oprichters nadenken over de voorgenomen bedrijvigheid en de nodige financiële middelen ter beschikking van de vennootschap stellen.
  • Het beschermt de oprichters omdat het de rechter in staat stelt hun aansprakelijkheid wegens de oprichting van een vennootschap met een kennelijk ontoereikend aanvangsvermogen te beoordelen op grond van de toestand en de informatie die op het tijdstip van de oprichting voorhanden waren. In het licht van deze dubbele functie volstaat het dat het plan door de notaris wordt bewaard, zonder dat het openbaar moet worden gemaakt.

In het licht van de vervanging van de minimumkapitaalplicht door de plicht om in een toereikend aanvangsvermogen te voorzien, en van de afschaffing van de S-BVBA, worden de verplichtingen inzake financieel plan versterkt. De minimuminhoud ervan wordt in het wetboek zelf bepaald. Uiteraard kunnen de oprichters voor de opstelling van een financieel plan een beroep doen op de bijstand van een extern expert. Voor startende ondernemers valt dit zelfs aan te raden. Om de kosten van oprichting evenwel niet in alle gevallen te verzwaren, wordt ervoor geopteerd dergelijke bijstand niet verplicht te maken.

Volg op 25 september 2018 van 12 uur tot 14 uur het online seminar Bestuurdersaansprakelijkheid in een nieuw jasje met Alexander SNYERS

Vóór de oprichting van de vennootschap overhandigen de oprichters aan de optredende notaris een financieel plan waarin zij het bedrag van het aanvangsvermogen verantwoorden in het licht van de voorgenomen bedrijvigheid van de vennootschap over een periode van ten minste twee jaar. Dit stuk wordt niet neergelegd met de akte, maar door de notaris bewaard.

Het financieel plan dient minstens volgende elementen te bevatten:

  • een nauwkeurige beschrijving van de voorgenomen bedrijvigheid;
  • een overzicht van alle financieringsbronnen bij oprichting, in voorkomend geval, met opgave van de in dat verband verstrekte zekerheden;
  • een openingsbalans, evenals geprojecteerde balansen na twaalf en vierentwintig maanden;
  • een geprojecteerde resultatenrekening na twaalf en vierentwintig maanden;
  • een begroting van de verwachte inkomsten en uitgaven voor een periode van minstens twee jaar na de oprichting;
  • een beschrijving van de gehanteerde hypotheses bij de schatting van de verwachte omzet en de verwachte rentabiliteit;
  • in voorkomend geval, de naam van de externe deskundige die bijstand heeft verleend bij de opmaak van het financieel plan.

Lees ook: Nieuw Vennootschapswetboek 2018 - Website van de rechtspersoon en mededelingen

Bij de opstelling van de geprojecteerde balansen en resultatenrekeningen kan een andere periodiciteit worden gehanteerd op voorwaarde dat de projecties in totaal betrekking hebben op een periode van minstens twee jaar na de oprichting.

Lees de volledige tekst van het wetsontwerp van 4 juni 2018 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen 

Het wetsontwerp bestaat uit twee delen: