Hervorming WCO en faillissmentswet 2017

Geschreven door Lexalert
Foto: andrew hutchison  

Het wetsontwerp van 20 april 2017 hervormt en rationaliseert de faillissementswet van 8 augustus 1997 en van de wet van van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, teneinde die wetten doeltreffender en performanter te maken.

De krachtlijnen van het ontwerp zijn:

1) De wetgeving inzake insolventie samenhangender, bevattelijker en leesbaarder maken, inzonderheid door de invoeging van die wetten in een boek XX van het Wetboek van economisch recht.

2) Het insolventiedossier moderniseren, waarbij wordt gekozen voor een volledig elektronische procedure.

3) Het toepassingsgebied  ratione materiae van de insolventieprocedure uitbreiden teneinde beter aan te sluiten bij de economische realiteit van de onderneming.

4) Het “stil” faillissement, dat een onderneming de mogelijkheid biedt om op discrete wijze en zonder publiciteitsmaatregel  een echt faillissement voor te bereiden, invoeren.

5) De tweede kans, die het ondernemerschap aanmoedigt en een nieuwe start mogelijk maakt, bevorderen.

6) De afsluiting van minnelijke akkoorden buiten een procedure van gerechtelijke reorganisatie aanmoedigen door een informele procedure in te voeren die de mogelijkheid biedt een dergelijk akkoord te homologeren en uitvoerbaar te verklaren indien de partijen dat wensen.

7) Een coherent geheel van regels inzake aansprakelijkheid van de bestuurders invoeren.

8) De internationale dimensie van de insolventie in aanmerking nemen.

9) Tot slot, de enkele zwakke punten in zowel de faillissementswet als in de wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen wegwerken.

Het wetsontwerp heeft als hoofddoel alle wetgeving met betrekking tot insolvabiliteit coherent te maken en als een rationeel geheel in te voegen in het Wetboek van economisch recht.

Tegelijkertijd wil het ontwerp het bestaande insolventierecht grondig moderniseren en aanpassen aan de Europese normen. Een performante en voorspelbare insolventiewetgeving is een troef voor elk land. Het ontwerp streeft ernaar de best practices die bestaan in de wereld over te nemen en tegelijkertijd ervoor te zorgen dat de procedures transparant en een grote mate van effectiviteit hebben. Het ontwerp is eveneens in grote lijnen conform aan de ontwerp-richtlijn betreffende preventieve herstructureringsmaatregelen en de tweede kans.

De hoofdaspecten van de nieuwe wetgeving zijn de keuze voor een volledige elektronische procedure, de vereenvoudiging van de werkprocessen en de uitbreiding van het toepassingsgebied van het insolventierecht tot alle ondernemingen. Dit voorontwerp beoogt eveneens de bevordering van de tweede kans, de vervanging van het stelsel van de verschoonbaarheid door een stelsel van schuldkwijtschelding, de beklemtoning van buitengerechtelijke vormen van insolventies.

Ander interessant artikel: Hercodificatie - Ondernemingsrecht - Insolventierecht

Titel I bevat de algemene beginselen. Dit geldt onder meer voor de bevoegdheidsbepalingen, de band met het Gerechtelijk Wetboek, de specifieke elementen van de insolventieprocedures en het Register van insolventieprocedures.

Titel II heeft betrekking op de opsporing van ondernemingen in moeilijkheden. De gegevensverzameling die thans in de rechtbanken gedaan wordt, blijft bestaan ook al is voorzien dat in de toekomst dank zij een technologische verbetering van de werkmethoden, de gegevensverzameling efficiënter zal geschieden met een verlaging van de transactiekosten. Gelet op die efficiëntieverbetering is in het hoofdstuk over de kamers voor ondernemingen in moeilijkheden ervoor gezorgd dat de taak van die kamers meer gefocust zal worden op bepaalde dossiers en meer juridisch zal worden uitgeoefend, met een nieuwe bevoegdheid in verband met de “slapende vennootschappen”.

Titel III bevat een nieuwe regeling van de voorlopige maatregelen bij insolventie. In de vroegere wetgeving was de regeling van die voorlopige maatregelen verspreid over verschillende wetgevingen. Thans worden ze samengebracht en krijgen daarenboven een nieuwe en duidelijkere inhoud. Een volledig nieuw element wordt hieraan toegevoegd: het pre-pack faillissement dat reeds in de meeste moderne wetgevingen ingang heeft gevonden.

Titel IV regelt twee materies die met elkaar in nauw verband staan. Vooreerst wordt bepaald hoe een ondernemingsbemiddelaar wordt aangesteld en welk zijn opdracht is. Vervolgens wordt uiteengezet hoe een minnelijk akkoord kan worden aangevraagd en bekrachtigd waarbij de link wordt gemaakt met de ondernemingsbemiddelaar die de garant staat voor een dergelijk akkoord.

Deze titel moet gezien worden als de uitvoering van de aanbevelingen van de Europese Commissie en ook van de Wereldbank die aandringen op een aanpak van de insolventies die los zou staan van de rechtbanken of althans in die mogelijkheid zou voorzien.

Titel V bevat in grote lijnen wat vroeger de wet continuïteit van ondernemingen was. De procedure wordt gedeeltelijk aangepast aan de noden van de praktijk.

Titel VI bevat de regeling van het faillissement. De tekst bevat een aantal innovaties: de procedure wordt vereenvoudigd, een procedure van kwijtschelding van schulden vervangt het stelsel van de verschoonbaarheid, het stelsel van de kosteloze borg wordt geharmoniseerd met dit geldend bij een overdracht van onderneming, de vereffening van de activa wordt aangepast aan de noden van de praktijk, tal van juridische betwistingen worden opgelost meestal door de rechtspraak van het Hof van Cassatie in de bepalingen te verwerken.

Aan het einde van deze memorie van toelichting werd een overzichtstabel toegevoegd om één en ander te verduidelijken.

Titel VII bevat een aantal bepalingen in verband met de grensoverschrijdende insolventies. Die bepalingen impliceren een vrij omvangrijke wijziging van het bestaande stelsel en worden daarom hier gezamenlijk besproken.

Ten slotte, voor de leesbaarheid van het ontwerp, werd een concordantietabel toegevoegd.

Lees de volledige tekst van het wetsontwerp van 20 april 2017 houdende invoeging van het Boek XX “Insolventie van ondernemingen”, in het Wetboek van economisch recht, en houdende invoeging van de definities eigen aan boek XX, en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek XX, in boek I van het Wetboek van economisch recht